Archive for september, 2009

1 oktober!

26 september 2009

Vorig jaar stonden we nu aan de vooravond van de grootste crisis in de naoorlogse economie. Staan we nu aan de vooravond van de grootste crisis in de naoorlogse overlegeconomie? Ondanks geruchten dat toch nog een unaniem SER-advies op handen is houdt sociaal-economisch Nederland de adem in. Insiders spreken hun grote zorgen uit over de mogelijkheid dat er voor 1 oktober géén SER-advies komt over de AOW-leeftijd. Het wapengekletter van zowel werkgevers als vakbonden leek de afgelopen week de opmaat voor een diepgaand conflict dat, als de FNV het dreigement van looneisen uitvoert, zelfs het prille herstel van de economie ernstig kan schaden.

Vrijdag was ik aanwezig bij een bijeenkomst in Tilburg die de Nederlandse Vereniging voor Arbeidsverhoudingen (NVA) organiseerde samen met haar Belgische zustervereniging. Voor de vergelijking van de sociale stelsels in beide landen sprak vanuit Nederland Jannie Mooren, de secretaris van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers en vakbonden. ‘Kritiek op adviezen van sociale partners is onterecht’, zei ze, ‘omdat die adviezen per definitie het meest optimale zijn. Méér zit er dan gewoon niet in’, aldus Mooren. Mij is deze redenering wat al te gemakkelijk. Maar als sociale partners zelf zo over hun adviezen denken, hoop ik dat ze daar na 1 oktober ook naar handelen! Dat betekent dat ze zich, ongeacht de uitkomst en de inhoud van een eventueel SER-advies, realiseren dat het resultaat het meest optimale is. Dat er méér gewoon niet inzit. Als ze dat doen is er geen plaats voor chagrijn of Zwarte Pieten, maar zullen beide partijen, werkgevers en vakbonden, op constructieve wijze hun bijdrage aan het vervolg van de politieke besluitvorming over de AOW-leeftijd moeten geven. Zo kan dan in elk geval voorkomen worden dat de AOW-leeftijd een splijtzwam wordt die het herstel van de economie bemoeilijkt in plaats van ondersteunt.

Advertenties

CAO en AOW-leeftijd

18 september 2009

De discussie over de AOW-leeftijd nadert een climax. Voor 1 oktober kan de SER een unaniem alternatief aandragen. Maar deze week bleek daar weinig vertrouwen meer in. VNO-NCW leek de hoop te hebben opgegeven. De FNV bereidt een actiedag op 7 oktober voor en dreigde met looneisen als de AOW-leeftijd stijgt. Het kabinet lijkt – getuige de AOW-passage in de Troonrede – ook niet meer met serieuze alternatieven rekening te houden. Kortom: de discussie lijkt in een impasse te eindigen.

Een oorzaak van deze onbevredigende gang van zaken is de eenzijdigheid van de discussie. Die is eigenlijk uitsluitend gevoerd op basis van financiële argumenten. Dààr richten de suggesties voor alternatieven, zoals de verlaging van de hypotheekrenteaftrek zich ook vooral op. In het fraai uitgevoerde vakblad Zeggenschap over Arbeidsverhoudingen (www.zeggenschap.info) publiceerde ik deze week samen met emeritus hoogleraar gezondheidszorg Kees Klinkhamer een artikel over de medische aspecten van langer doorwerken. Daaruit blijkt dat langer doorwerken ronduit positief is voor de gezondheid van ouder wordende werknemers. En dat eerder stoppen met werken juist tot allerlei problemen met gezondheid leidt. Dat doet naar mijn mening een ander licht op de AOW-discussie schijnen. In het artikel gaan we zo ver dat we het tot de zorgplicht van vakbonden rekenen om langer doorwerken voor hun leden te bevorderen en te stimuleren!

En werknemers in zware beroepen dan? De verhoging van de AOW-leeftijd kent een zeer lange en geleidelijke overgangstermijn. Die kan gebruikt worden om in CAO’s afspraken te maken over gezond en plezierig werken, ook in zware beroepen. Desnoods door, zoals een stratenmaker zelf voorstelde, hen vanaf een bepaalde leeftijd een tweede beroep te leren. Zoals dat voor dansers en beroepssporters nu ook al het geval is. Verhoging van de AOW-leeftijd kan zó de aanleiding worden om niet langer te accepteren dat mensen door hun werk vroegtijdig aan de kant komen.

CAO 2.0 en duurzaamheid

10 september 2009

Duurzaamheid is een trend geworden. ‘Groene marketing’ staat sterk in de belangstelling. Hilde Roothart, een gerespecteerd trendwatcher, zegt daarover: ‘We moeten nu de omslag maken van denken in termen van welvaart (economische groei en winst) naar denken en werken in termen van welzijn (maatschappelijke groei en winst).’ Roothart meent dat maatschappelijke betrokkenheid groeit. ‘Zuinigheid past daar ook bij: managers kunnen zich na de crisis geen zelfverrijking meer permitteren en consumenten passen hun bestedingspatroon aan.’ We zien het deze week gebeuren: banken beperken hun bonussen en het CPB signaleert dat ondanks verbetering van de koopkracht consumenten hun bestedingen blijven beperken. ‘Van blingbling, botox en bimbo’s naar bewust, betrokken en betekenis’, luidt het credo van Hilde Roothart.

Wat betekent dat voor CAO’s, vraag ik me af. Vorige week schreef ik over mobiliteitsbeleid en vitaliteitsbeleid als kenmerken van de CAO 2.0. In de CAO-berichtgeving tekent zich steeds meer een uitruil af tussen gematigde loonontwikkeling en investeren in mensen (ook de titel van de deze week verschenen Arbeidsvoorwaardennota 2010 van het CNV) met afspraken over werkgelegenheid, stage, scholing en loopbaanontwikkeling. Misschien staan we ook in CAO-land aan de vooravond van een omslag van welvaart naar welzijn. Dat vraagt om visie en moed van alle betrokken partijen: overheid, werkgevers en vakbeweging. Hopelijk verdringt het dreigende conflict over de AOW-leeftijd duurzaamheid van CAO’s en arbeidsverhoudingen niet te zeer naar de achtergrond.

CAO 2.0 wordt steeds concreter.

3 september 2009

De toenemende belangstelling voor CAO 2.0 maakt het concept CAO 2.0 steeds concreter.

In twee recente gesprekken kwamen onderwerpen aan de orde die ontegenzeggelijk in het concept CAO 2.0 thuishoren.

Het eerste gesprek was met een eigentijdse Arbodienst, die vitaliteitsbeleid hoog in het vaandel draagt. Op basis van wederkerigheid: de werkgever zorgt voor goede randvoorwaarden en faciliteert mogelijkheden om lichaam en geest gezond te houden, de werknemer verbindt zich om het gebruik van de geboden randvoorwaarden en faciliteiten te koppelen aan een gezonde levensstijl en kan daar – door tussenkomst van de Arbodienst – ook op aangesproken worden.

Het tweede gesprek was met de projectleider van het onderdeel mobiliteit en arbeidsvoorwaarden van de Taskforce Mobiliteitsmanagement (ingesteld door minister Eurlings naar aanleiding van een SER-advies, onder voorzitterschap van oud FNV-voorzitter Lodewijk de Waal). Het project ondersteunt pilots die ten doel hebben mobiliteit te bevorderen door middel van CAO-afspraken. Een voorbeeld: in een branche wordt veel gereisd en CAO-partijen onderhandelen over de hoogte van de reiskostenvergoeding. Door het aantal reiskilometers terug te dringen kunnen kosten bespaard worden, waarmee de vergoeding van noodzakelijke kilometers en arbeidsvoorwaarden, zoals thuis- en telewerkfaciliteiten gefinancierd kunnen worden.

Vitaliteitsbeleid en mobiliteitsbeleid passen heel goed in het concept CAO 2.0. Het zijn eigentijdse onderwerpen, die horen bij moderne arbeidsverhoudingen en die bij een gezamenlijke aanpak, die voor CAO 2.0 typerend is, tot creatieve arbeidsvoorwaardelijke oplossingen kunnen leiden.

Lezers die in hun eigen branche of bedrijf andere voorbeelden kennen van onderwerpen die passen in het concept CAO 2.0 zijn van harte uitgenodigd om dat kenbaar te maken op Netwerk Werknemer 2.0 en CAO 2.0 op:
http://hsarbeidsvoorwaarden.ning.com.