Archive for februari, 2010

Hoe bestrijden we de crisis?

26 februari 2010

Deze week werd de Masterleergang Trends in Arbeidsverhoudingen, waarover ik in het najaar via CAOpinie© berichtte, afgesloten met een debat tussen twee hoogleraren: Paul de Beer (AIAS/ Universiteit van Amsterdam) en Ton Wilthagen (ReflecT/Universiteit Tilburg). Onderwerp was de vraag hoe de werkgelegenheidsgevolgen van de crisis beoordeeld en bestreden moeten worden.

Paul de Beer vreest dat de crisis langdurig tot hoge werkloosheid leidt, waardoor dreigende krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van vergrijzing en ontgroening pas vele jaren later optreden. Om de oplopende werkloosheid te bestrijden stelt hij voor ‘de pijn te verdelen’ met tijdelijke arbeidsduurverkorting en gesubsidieerde arbeid en wil hij arbeidsparticipatie afremmen.

Ton Wilthagen meent dat bedrijven door de crisis juist nog meer flexibele en beter opgeleide medewerkers nodig hebben. Hij wil ‘de lat hoger leggen’ door werknemers, maar ook flexkrachten en zzp’ers beter scholen en wil de arbeidsparticipatie juist stimuleren. Flexibele en beter opgeleide werknemers moeten de basis van nieuwe – duurzame – economische bedrijvigheid worden.

Paul de Beer lijkt vooral te kiezen voor bestrijding van de werkloosheid, door ‘de pijn te verdelen’, terwijl Ton Wilthagen ervoor kiest de werkgelegenheid te stimuleren door ‘de lat hoger te leggen’. De waarheid zal in het midden liggen. Stimuleren van nieuwe werkgelegenheid vereist ‘nieuwe’ werknemers, flexkrachten en zzp’ers: beter opgeleid, ondernemend en flexibel. Als dat ertoe leidt dat veel vanwege de crisis ontslagen werknemers (ongeschoold, allochtoon, ouderen) blijvend werkloos raken zijn extra maatregelen noodzakelijk. Maar ook daarbij verwacht ik meer van ‘de lat verhogen’ dan van ‘de pijn verdelen’.

Advertenties

Nullijn of niet?

19 februari 2010

Deze week ‘betreurde’ minister Donner de in de CAO TNT afgesproken loonstijging van 0,7%. De loonstijging leidt volgens de minister tot verlies van werk, nu en in de toekomst. Donner pleitte – opnieuw – voor CAO-loonstijgingen rond de nullijn. Bij gemeenten, provincies en waterschappen worden juist acties gevoerd tégen de door de werkgevers voorgestelde nullijn. Ook in CAO’s in het bedrijfsleven, zoals de CAO Groothandel in Bloemen en Planten, vormt de nullijn een breekpunt.

De vraag is of de huidige economische omstandigheden bevriezing van de lonen nodig maakt. Economen lijken daar verschillend over te denken. Dat verlies van werkgelegenheid het directe gevolg van loonstijgingen zal zijn als de kosten niet naar klanten (of de belastingbetaler) kunnen worden doorberekend staat buiten kijf. En dat is wat in veel sectoren op dit moment aan de hand is. Sommige economen menen echter dat loonstijgingen er juist toe zullen bijdragen dat vooral de zwakke bedrijven ‘omvallen’. Dat zou het herstel van de economie versnellen. Loonmatiging zou de pijn daarentegen verdelen over sterkere en zwakkere bedrijven, waardoor zwakkere bedrijven nog een tijdje kunnen overleven. Dat zou het herstel van de economie juist vertragen.

Wat is er ook van deze economsiche theorieën waar is, in beide gevallen – bij loonmatiging én bij loonstijgingen – gaat waarschijnlijk werkgelegenheid verloren. Dat plaatst de vakbeweging voor een duivels dilemma, dat zich bij TNT Post in alle hevigheid manifesteerde. Immers, TNT Post lijkt op een deel van de markt – postbezorging – ondanks pogingen van politiek en vakbeweging om nieuwe postbedrijven in het ‘keurslijf’ van een traditionele CAO te dwingen, een relatief zwakke speler. Dat betekent dat ook bij loonmatiging werkgelegenheid bij TNT Post verloren zal gaan. Dat maakt de keuze van leden van vakbonden bij TNT in elk geval begrijpelijk.

Een CAO voor ZZP’ers?

12 februari 2010

Het lijkt een contradictio in terminus, een innerlijke tegenstrijdigheid. ZZP’ers kiezen er toch voor om géén werknemer (meer) te zijn? Toch pleit de FNV-bond voor ZZP’ers in de bouw – FNV ZBO – deze week voor een (soort) CAO voor zzp’ers. De vakbond wil daarin een aantal zaken regelen: verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, pensioenregeling, arbo-regels en minimum tarieven.

Het pleidooi is niet nieuw. FNV MOOI, die ZZP’ers in de kappersbranche organiseert, pleit al langer voor een vrijwillige aansluiting van ZZP’ers bij het poensioenfonds. En de CAO Orkesten kende enige tijd een remplaçantenregeling met tarieven voor ZZP-musici. Die regeling verdween weer nadat de NMa had uitgesproken dat de regeling concurrentievervalsend was.

De spanning tussen enerzijds bescherming van werknemers, ook als zij als ZZP’er gaan werken en vrije concurrentie tussen ZZP’ers anderzijds lijkt de discussie over CAO-afspraken over ZZP’ers te verlammen. De Wet CAO biedt de mogelijkheid om CAO-afspraken te maken over ZZP’ers die op een overeenkomst van opdracht werken, maar de mededingingswetgeving verzet zich ertegen. De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken zijn ook verdeeld.

De werking van de arbeidsmarkt zou gediend zijn bij meer mogelijkheden om van werknemer naar ZZP’er en andersom te switchen of om werknemerschap en ZZP’erschap te combineren. De CAO kàn wellicht het instrument zijn die dat bevordert. Dan moet de spanning tussen de arbeids- en concurrentieverhouding worden opgelost. Wellicht kan de SER het door de AOW-discussie geschonden blazoen oppoetsen met een advies dat die spanning oplost?

Plasterk kiest partij in CAO-conflict!

5 februari 2010

Minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft deze week zijn steun betuigd aan de schoonmakers die actie voeren voor een betere CAO. Dat meldt FNV Bondgenoten. De minister bezocht de studentendemonstratie in de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij tekende daar een poetsdoek, waarmee de actievoerende schoonmakers op ludieke wijze actie voeren. Zij proberen de grootste poetsdoek ter wereld te maken.

Op het eerste gezicht lijkt de geste van de minister onschuldig. Toch had de minister zich beter bij zijn leest, de actievoerende studenten, kunnen houden. Werknemers en dus ook schoonmakers hebben recht op het voeren van collectieve acties als CAO-partijen er niet in slagen om een CAO-akkoord te bereiken. De overheid moet dat wettelijk recht garanderen en handhaven. Maar het past de overheid niet om in een CAO-conflict partij te kiezen voor de ene of andere partij.

Met zijn ondoordachte actie bevestigt de minister het beeld dat werkgevers in de schoonmaak hun verantwoordelijkheid voor de CAO niet zouden willen nemen. Misschien heeft de minister dat wel gedacht toen hij besloot zijn handtekening te zetten. In elk geval zal hij niet hebben geweten dat de CAO Schoonmaak die op 1 januari 2010 afliep een plaats heeft gekregen in de Top 3 van de meest sociaal innovatieve CAO’s van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie! (www.ncsi.nl/caowasstraat/Top 3/)

In de CAO 2008-2009 is afgesproken dat schoonmakers de Nederlandse taal moeten leren en daarvoor door de werkgever gefaciliteerd worden. Ook krijgen werknemers een vakopleiding. Dat moet zeker minister Plasterk aanspreken! Bovendien hebben CAO-partijen – al eerder – afspraken gemaakt over controle op de naleving van de CAO. Dat is veel andere sectoren nog afwezig.

Een sociaal innovatieve CAO biedt – blijkbaar – geen garanties om toekomstige CAO-conflicten te voorkomen. In een conflict hebben schoonmakers – evenals alle werknemers – het wettelijk recht actie te voeren. Maar de overheid, ook minister Plasterk, hoort zich daarmee niet te bemoeien!