Archive for oktober, 2010

Ambtenaren kiezen werk boven geld!

29 oktober 2010

Vorige week meldde ik in CAOpinie© dat de VNG afschaffing van de ambtenarenstatus bepleit. Hans Schirmbeck van het College van Arbeidszaken van de VNG liet me naar aanleiding daarvan weten dat het niet om het afschaffen van de ambtelijke status, maar van de ambtelijke rechtspositie gaat. Een initiatief wetsvoorstel daartoe van CDA en D’66 kan op een Kamermeerderheid rekenen, terwijl ook het kabinet Rutte-Verhagen er voorstander van is. De VNG steunt het voornemen.

Het afschaffen van de ambtelijke rechtspositie verkleint de verschillen tussen werken bij de overheid en in het bedrijfsleven. Dat kan de mobiliteit tussen beiden bevorderen. Dat is in het belang van beiden: bij de overheid zullen de komende jaren vele banen verdwijnen, het bedrijfsleven krijgt (weer) steeds meer moeite om vacatures adequaat te vervullen.

Ondertussen lijken ambtenaren zélf er rekening mee te houden dat keuzes, zoals die in het bedrijfsleven voorkomen, tussen loonsverhoging en behoud van werkgelegenheid, ook aan hen niet voorbij zullen gaan. Onlangs kozen werknemers bij TNT nog voor loonsverhoging, ondanks het banenverlies dat er op volgde. Uit onderzoek van het blad Binnenlands Bestuur onder ruim 2.500 ambtenaren blijkt dat slechts 25 % loonsverhoging ten koste van werkgelegenheid wil. Vier op de tien ambtenaren geeft aan een groter belang aan werkgelegenheid te hechten. Een op de drie ambtenaren wil geen keuze maken.

Uit de enquête blijkt ook dat de actiebereidheid van ambtenaren groot is. Vier op de tien ambtenaren wil actievoeren voor behoud van werk, drie op de tien wil actie voeren voor het eigen salaris. Van degenen die actie willen voeren is maar liefst 96% bereid tot stakingen en werkonderbrekingen.

De enquête geeft aan dat ambtenaren bereid zijn de realiteit van onvermijdelijke bezuinigingen onder ogen te zien én bereid zijn keuzes te maken. Biedt dát de basis voor oplossingen in goed overleg tussen alle partijen, zonder dat er een beroep op de actiebereidheid van ambtenaren hoeft te worden gedaan?

Advertenties

Einde aan de ambtenarenstatus?

22 oktober 2010

Afgelopen week pleitte de VNG in het blad Openbaar Bestuur voor het afschaffen van de ambtenarenstatus. De VNG meent dat de ambtenarenstatus de ruimte voor een eigentijds en concurrerend personeelsbeleid voor overheidsorganisaties verkleind. Mobiliteit en flexibiliteit op de arbeidsmarkt zullen groter worden door de ambtenarenstatus af te schaffen, waardoor de overstap tussen overheid en bedrijfsleven zal worden vergemakkelijkt.

ABVAKABO FNV reageerde bij monde van Jan Willem Dieten, CAO-onderhandelaar voor het Rijk, afwijzend. Hij kenmerkt de VNG-ideeën als ‘ketelmuziek en rituele bezweringsformules’. Zijn collega Bert de Haas, onderhandelaar Gemeenten, is ook (nog) niet enthousiast; hij wil de mobiliteit tússen gemeenten eerst bevorderen. Hij ziet wel iets in het wegnemen van verschillende CAO’s en rechtspositieregelingen bij de overheid.

De komende jaren lijken zich te kenmerken door forse bezuinigingen op de overheidsuitgaven en tekorten aan arbeidskrachten in het bedrijfsleven. Afgelopen week werden ook daarover geluiden gehoord vanuit de zorg en het vervoer. Het is daarom nodig dat tussen overheid en bedrijfsleven meer mobiliteit ontstaat. In het belang voor overheidsorganisaties én van bedrijven. Het lijkt plausibel dat het gelijktrekken van de arbeidsrechtelijke status daaraan een bijdrage kán leveren.

Toch is het jammer dat de VNG afschaffing van de ambtenarenstatus eenzijdig bepleit. De reactie van de vakbonden daarop is immers voorspelbaar. De VNG had beter de achterliggende noodzaak van meer mobiliteit aan de orde kunnen stellen om vervolgens sámen met vakbonden te zoeken naar maatregelen die dat kunnen bevorderen. In Washington wordt gezegd dat je élk voorstel kunt realiseren dat een ander (mede) op zijn naam kan zetten. Die mogelijkheid wordt de vakbonden nu niet meer geboden.

CAO voor Monniken.

16 oktober 2010

Afgelopen week volgde ik de tweede module van de Avicenna Leergang Visie en Leiderschap. Na de module over ‘visie’ in het uitbundige Leuven stonden nu ‘drive en spirit’ centraal: wat drijft je van binnenuit en waardoor word je geïnspireerd? Boeiende vragen die op indringende wijze werden besproken met onze gesprekspartners, waaronder rabbijn Awraham Soetendorp.

De gesprekken vonden plaats in de Willibrordsabdij, het Benedictijner klooster verscholen in de bossen bij Doetinchem. De zes Benedictijner monniken die het klooster op dit moment bewonen boden ons niet alleen gastvrijheid, maar ook de gelegenheid om te delen in hún ‘drive en spirit’. Die wordt in belangrijke mate verwoord door de regels van de stichter van de orde, Benedictus.

Benedictus schreef de Regula Monachorum (Regel voor Monniken) in 540. Professor Wil Derkse, schrijver van het boekje Een levensregel voor beginners, Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven, met wie we de Regel van Benedictus bespraken, noemde de Regel: de CAO voor Monniken. De kern van de Regel ligt besloten in het eerste woord van het voorwoord: Luister!

De CAO voor Monniken begint dus met luisteren! Maar het luisteren is gericht op handelen! Zoals een arts met zijn stethoscoop aandachtig luistert of er aanleiding is om handelend op te treden. Ook voor het handelen geeft Benedictus in de CAO voor Monniken aanwijzingen. De Regel gaat uit van de drieluik orde, flexibiliteit en genegenheid:

1. orde: er moeten regels zijn
2. flexibiliteit: de regels moeten zonodig aan – gewijzigde – omstandigheden worden aangepast
3. genegenheid: de regels moeten met liefde – lees: met aandacht en respect – worden toegepast.

Als één van de drie ontbreekt gaat het mis!

Zouden deze grondregels van Benedictus voor de CAO voor Monniken uit het jaar 540 anno 2010 nog betekenis kunnen hebben voor CAO’s en CAO-onderhandelingen? Ik denk het wel!

Regeerakkoord slaat AVV-plank mis!

8 oktober 2010

Het 48 pagina’s tellende Regeerakkoord bevat één 2-regelig zinnetje over het AVV-beleid: ‘Alleen CAO’s die aandacht besteden aan leeftijdsbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid (scholing) worden algemeen verbindend verklaard’. Onopgemerkt. Toen ik er deze week over twitterde leverde dat slechts vragende reacties op. Alleen het Financiële Dagblad maakte er melding van.

Toegegeven, het lijkt een onschuldig zinnetje. Want wie kan er nu iets op tegen hebben dat CAO’s aandacht moeten besteden aan leeftijdsbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid? En toch is er méér aan de hand. Het kabinet overschrijdt met dit ene zinnetje een principiële grens, die is vastgelegd in internationale verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO. Want door deze twee inhoudelijke eisen te stellen aan CAO-partijen die hun CAO algemeen verbindend willen laten verklaren oefent de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid invloed uit op de inhoud van de afspraken tussen CAO-partijen. Daardoor kunnen CAO-partijen niet meer volledig onafhankelijk van de overheid CAO’s afsluiten. Tenzij zij voor lief nemen dat hun CAO niet langer algemeen verbindend wordt. Maar dan zullen op den duur alleen die CAO’s algemeen verbindend zijn die naar Haagse pijpen dansen!

Of het zover zal komen? Waarschijnlijk niet met dit Regeerakkoord. Daarvoor zijn de eisen die het nieuwe kabinet stelt aan de AVV van CAO’s te algemeen en te summier. Vrijwel elke CAO besteedt immers wel op één of andere wijze aandacht aan deze twee onderwerpen. En anders kan een enkele toevoeging daar wel toe leiden. Maar wie het Regeerakkoord goed leest ziet dat de AVV-eisen niet uit de lucht komen vallen. Ze hebben alles te maken met het beleid van het kabinet gericht op langer doorwerken. Met dat beleid is op zichzelf niets mis, integendeel. Maar de overheid mag niet middels wetgeving CAO-partijen dwingen dat beleid door CAO-afspraken te ondersteunen. Onafhankelijke CAO-partijen die in volledige vrijheid CAO’s kunnen afsluiten is een groot goed dat niet mag worden opgeofferd aan de politieke waan van de dag.

CAO-conflictoplossing in een ‘hete herfst’!

1 oktober 2010

Het is u misschien nog niet zo opgevallen, maar het najaar 2010 wordt al behoorlijk ‘heet’. Een ‘hete herfst’ is jargon voor onrust en acties rond CAO-onderhandelingen. Ik noem ze even voor u op: beroepsgoederenvervoer, verpleging, verzorging en thuiszorg, nieuwe postbedrijven, jeugdzorg, loonwerksector, meubelindustrie en nog een aantal bedrijven zoals TNT en Alliance Healthcare hebben allemaal te maken met actiedreiging wegens het uitblijven van een CAO.

Deze week bemoeide de Tweede Kamer zich ermee in een debat over arbeidsvoorwaarden in de zorg. Mogelijk wordt volgende week een motie aangenomen, waarin de politiek de werknemers in de zorg een steun in de rug geeft bij de onderhandelingen over de CAO. Ik heb vaker aangegeven dat de politiek daarin terughoudend hoort te zijn: CAO’s zijn het domein van sociale partners. Dat moet zo blijven! Daarom is de zorg over een ‘heet najaar’ in de eerste plaats hún zorg.

Wat opvalt is dat het inschakelen van derden om CAO-conflicten op te lossen geen gemeengoed is. Het lijkt erop dat conflicterende CAO-partijen daarover maar moeilijk met elkaar tot afspraken kunnen komen. Dat is wel begrijpelijk, want de keuze van een voor beide partijen aanvaardbare bemiddelaar is niet gemakkelijk. Ook de publiciteit rond zo’n bemiddelaar is CAO-partijen vaak niet welgevallig. Daardoor kan het middel van bemiddeling immers erger zijn dan de kwaal.

X-stra© dat in het voorjaar met succes werd ingeschakeld bij het CAO-conflict in de schoonmaak probeert deze nadelen van bemiddeling te vermijden. Door in plaats van één bemiddelaar, twee adviseurs in te zetten die ieder het vertrouwen van één kant van de CAO-tafel hebben en die in volledige annonimiteit aan conflictoplossing werken. X-stra© biedt CAO-partijen meer verkenning van CAO-conflictoplossingen dan klassieke bemiddeling.

Wellicht dat deze andere kijk op CAO-conflictoplossing ertoe kan bijdragen dat het komend najaar een wat minder ‘hete herfst’ wordt?