Archive for november, 2010

CAO-onderhandelaar, een vak?!

26 november 2010

Maandag 29 november vindt het symposium CAO-onderhandelen, een vak? plaats. Dan wordt het onderzoek naar het (competentie)profiel van CAO-onderhandelaars gepresenteerd. Eind 2007 vroeg ik bij Senter Novem een Innovatievoucher aan. Daarmee kon ik voor € 2.500 eigen geld voor een bedrag van € 7.500 kennis kopen bij een universiteit of kenniscentrum. Het verschil werd door het Ministerie van EZ betaald. Toen het voucher eind 2008 dreigde te vervallen besloot ik het voucher te gebruiken voor een onderzoek naar het vak CAO-onderhandelaar.

Samen met twee partners, a-advies en Centrum Paritaire Dienstverlening, de onderzoekers van IVA/Universiteit van Tilburg en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn twee zaken onderzocht. Onderzocht is welke competenties CAO-onderhandelaars nodig hebben om toekomstbestendige CAO’s af te sluiten. Vervolgens is onderzocht hoe het profiel van CAO-onderhandelaars er vandaag uitziet: welke krant lezen ze, welke radio en tv programma’s volgen ze, welke politieke partij stemmen ze. Maar ook: wat zijn hun drijfveren.

Maandag zullen beide onderzoeken gepresenteerd worden op het symposium dat door veel CAO-onderhandelaars van vakbonden en werkgevers(organisaties) wordt bezocht. Vakgenoten uit verleden, heden en toekomst zullen vevolgens op de onderzoeksresultaten reageren. Tenslotte zal prof dr Aukje Nauta, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ingaan op de betekenis van de CAO voor de individuele arbeidsrelatie. De titel van haar inleiding luidt: Zeg maar ciao tegen de cao!, waarbij de i van ciao staat voor individueel.

Woensdagavond 1 december organiseer ik het 2e CAO-onderhandelaarsdiner, waar we met 12 vakgenoten verder doorpraten over het profiel en de toekomst van de CAO-onderhandelaar. Op LinkedIn is de Groep CAO-professionals gestart, het platform voor CAO-onderhandelaars.

Advertenties

Heeft de coöperatie de toekomst?

19 november 2010

Deze week sprak ik als Lid van de Raad van Commissarissen van de regionale Rabobank uitvoerig over het coöperatieve karakter van de Rabobank. Klanten van de bank kunnen door het lidmaatschap van de coöperatie invloed uitoefenen op het beleid van de bank. De laatste tijd blijken steeds meer coöperaties te ontstaan. Ziekenhuizen, woningcorporaties, pensioenfondsen, gemeenten lijken de voordelen van coöperatieve samenwerking opnieuw gevonden te hebben.

Juridisch is het verschil tussen de coöperatie en de vereniging vooral gelegen in get doel. Een coöperatie mag het streven naar materieel gewin (winst) als doel hebben. Meestal is dat ook zo. Leden van de coöperatie streven gezamenlijk winstoptimalisatie na, wat iets anders is dan winstmaximalisatie. Dat maakt de coöperatieve vereniging tot een zakelijker en ondernemender samenwerkingsverband dan de ‘gewone’ vereniging.

De Verenigde Naties hebben 2012 tot het Jaar van de Coöperatie uitgeroepen. Met name in ontwikkelingslanden wordt een positieve bijdrage van coöperatieve samenwerking verwacht. In de westerse wereld kunnen coöperaties maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid bevorderen. Samenwerking en betrokkenheid zijn immers waarden die bij veel coöperaties de plaats innemen van aandeelhouderswaarde.

Enkele jaren geleden besprak ik onder leiding van prof Pauline Meurs, in 2009 uitgeroepen tot nr. 2 op de lijst van 100 invloedrijkste vrouwen in de gezondheidszorg, de vraag of organisaties van werkgevers zich beter als coöperatie dan als ‘gewone’ vereniging zouden kunnen organiseren. Zou dat tot professioneler, zakelijker en ondernemender organisaties én leden leiden. Zou dat de sociaal-economische besturing van Nederland verbeteren?

We hebben deze vragen toen niet beantwoord. Misschien kunnen we ze in het perspectief van het Jaar van de Coöperatie wél beantwoorden!

De ‘topper’ Donner-Dieten!

12 november 2010

Deze week gingen de onderhandelingen over de CAO Rijksoverheid van start. Onder een geheel ander gesternte dan de vorige onderhandelingen met ex-minister Guusje ter Horst. Die leidden tot een CAO die rijksambtenaren in de periode 2007-2010 maar liefst 13% salarisverhoging opleverde: 6,3% loonstijging en 6,7% stijging van de eindejaarsuitkering (bron: inoverheid.nl).

Ter Horst’s opvolger CDA-minister Donner tapt uit een heel ander vaatje. Hij wil overeenkomstig de afspraak in het Regeerakkoord de lonen van rijksambtenaren in 2011 en 2012 op de nullijn bevriezen. En dat zal ongetwijfeld óók de maat zijn voor alle andere aan de overheid gelieerde CAO’s. Daarom zal er minister Donner heel veel aan gelegen zijn voet bij stuk te houden.

De belangrijkste tegenspeler van Donner is Abvakabo FNV-onderhandelaar Jan Willem Dieten, die ook de vorige CAO Rijksoverheid afsloot. Hij is niet van plan zich bij de nullijn neer te leggen. Zelfs niet wanneer loonsverhoging leidt tot meer ontslagen bij de Rijksoverheid. Ook voor Jan Willem Dieten zijn de komende onderhandelingen van heel groot belang, omdat ze de trend zetten voor veel andere CAO’s.

Op Twitter, waar veel vakbondsbestuurders actief zijn, worden de onderhandelingen tussen Donner en Dieten al aangemerkt als een ‘topper’ die net als een belangrijke voetbalwedstrijd wordt aangeduid met #dondie. Geïnteresseerden kunnen zelfs meedoen aan een heuse poll, waar voorspeld kan worden wie de ‘topper’ gaat winnen: Donner, Dieten of onbeslist.

Op de achtergrond speelt ongetwijfeld nog meer mee. Donner moet de geloofwaardigheid van het nieuwe kabinet Rutte-Verhagen bewijzen. Dieten, die een half jaar geleden kandidaat-voorzitter bij de verkiezing van het nieuwe Dagelijks Bestuur van de Abvakabo FNV was en de stroming vertegenwoordigt die een herkenbare vakbond ‘op de barricade’ wil zien, zal óók zijn geloofwaardigheid willen bewijzen. Ze hebben de keuze om dat in traditionele CAO-onderhandelingen uit te vechten of op een eigentijdse wijze samen naar oplossingen te zoeken die de rijksoverheid én zijn ambtenaren door een moeilijke periode heen loodsen!

Ik hoop op het laatste, maar vrees het eerste.

CAO-partijen moeten pensioenkennis verdiepen! (gastcolumn)

5 november 2010

Bijna dagelijks lezen we in de krant over pensioen. Pensioen dat soms gekort moet worden. Pensioen dat soms langjarig niet geïndexeerd wordt. Sociale partners die op centraal niveau nadenken over de toekomst van het pensioensysteem en de pensioenleeftijd in de AOW. En over pensioenfondsen die aanpassingen overwegen in de governance en het risicomanagement van hun fonds.

Moeten CAO partijen zich ook gaan verdiepen in de pensioenproblemen? Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van hoe je aan kijkt tegen de verdeling van verantwoordelijkheden tussen CAO-partijen en pensioenfondsbesturen. Vaak wordt gesteld dat er sprake is van een heldere scheiding. CAO-partijen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de pensioenovereenkomst en de pensioenfondsbesturen doen de rest. Een beetje afhankelijk uiteraard van de situatie maar grosso modo kan je zeggen dat het fonds verantwoordelijk is voor de financiering van het fonds en uiteraard de uitvoering van de pensioenovereenkomst (administratie, communicatie en vermogensbeheer). Deze scheiding was transparant in een wereld waarin CAO partijen, met een zekere regelmaat maar niet al te vaak, de inhoud van de regeling aanpasten en premieverhogingen sporadisch voorkwamen.

Ik geloof niet meer in deze heldere scheiding. De ‘inhoud van de pensioenovereenkomst’ bestaat niet meer los. De ervaringen in de laatste jaren hebben geleerd dat de inhoud een onlosmakelijk onderdeel is van een belangrijke drie-eenheid die ‘de pensioendeal’ vormt: de mate van (on)zekerheid/ de prijs/ de inhoud van de regeling. Zeker indien het gedachtegoed van harde en zachte pensioenrechten (uit het STAR-akkoord van juni 2010) wordt overgenomen in wetgeving zal deze drie-eenheid nog belangrijker worden. En veel meer dan in het verleden zullen ook CAO partijen de mate van (on)zekerheid van de pensioenrechten in de pensioenovereenkomst moeten gaan vastleggen. En zullen ze ook steeds meer gaan ervaren is dat het fonds bij de uitvoering van de deal met nog meer stakeholders van CAO-partijen rekening heeft te houden. Bovenal wordt steeds duidelijker dat de rollen van bestuur en CAO-partijen niet altijd even goed te onderscheiden zijn in een weerbarstige werkelijkheid waarin handelend optreden gevraagd wordt.

CAO-partijen wees gewaarschuwd: Straks bent u aan zet om in samenspraak met de besturen van de pensioenfondsen heel expliciet de door u gewenste uitruil tussen prijs/zekerheid/inhoud van de regeling te bepalen. En daarmee is dan ook de titel van deze column aan u verklaard.

Margriet Adema is werkzaam bij Montae Pensioen.