Archive for mei, 2011

Gastcolumn van Jan Berghuis, FNV Bondgenoten: De dodelijke ziekte heet FNV-loyaliteit.

27 mei 2011

“Haalt de FNV 2012?” vroeg Henk Strating zich twee weken geleden af in CAOpinie©. Ja natuurlijk haalt de FNV 2012. De crisis in de FNV zorgt er juist voor dat de toekomst wordt verzekerd. Ik geloof heilig in de reinigende werking van af en toe een crisis binnen organisaties en ik geloof helemaal niet in “Hand in hand kameraden” of andere emotionele uitingen van valse loyaliteiten. Daar gaan organisaties (bijvoorbeeld ook Feijenoord, Henk!) van naar de filistijnen.

Maar Henk heeft natuurlijk wel een punt gescoord. De wijze waarop binnen de FNV wordt omgegaan met verschillen van mening is hemeltergend. In het proces om tot een goede uitwerking van het pensioenakkoord te komen zijn vreemde dingen gebeurd. Maar misschien nog belangrijker, een organisatie als de FNV is blijkbaar niet meer in staat om een transparant onderhandelingsproces te organiseren. En dan hebben we het niet over onderhandelingen voor een half procentje meer of minder, maar we hebben het in dit geval over de belangrijkste arbeidsvoorwaarde van werknemers, het pensioen. Een arbeidsvoorwaarde dat een vermogen van meer dan 800 miljard met zich mee brengt.

In het diepste geheim is gekozen voor een pensioensysteem dat totaal verschilt van het huidige stelsel en technisch nauwelijks is uit te leggen. Maar als je het nieuwe systeem goed bekijkt, moet je eigenlijk constateren dat het gewoon een beschikbaar premiestelsel is. Het zou vreemd zijn geweest als er geen opstand was uitgebroken tegen de uitkomst van deze geheime onderhandelingen. Dus de crisis die de afgelopen tijd plaatsvond binnen de FNV is niet zo verwonderlijk.

Wat wel verwonderlijk is hoe deze crisis is “opgelost”. Hij is niet opgelost door te werken aan een pensioensysteem waar wel alle bonden achter kunnen staan, maar door een soort grabbelton af te spreken waar elke bond zijn eigen keuze in zou kunnen maken. Deze oplossing heet “de lieve vrede”. En is veroorzaakt door een beroep te doen op de onderlinge loyaliteit door het Federatiebestuur van de FNV. Deze “lieve vrede” heeft met name FNV Bondgenoten al verschillende keren zeer fundamentele kritiek op allerlei akkoorden laten inslikken .

Is er een oplossing voor deze dodelijke ziekte die ‘loyaliteit’ heet? Ja, de oplossing is een ongedeelde vakbeweging waarbij de bond zich versterkt in bedrijven en sectoren en zich van daaruit organiseert. Dus geef ruimte aan FNV Metaal, FNV Spoor, FNV Schoonmaak FNV Zorg, FNV Gemeentepersoneel, enzovoort. Daar zit de kracht van de vakbeweging en niet in Den Haag. De druk op centrale onderhandelingen in Den Haag komt er alleen maar als de vakbeweging zich versterkt in sectoren en bedrijven. De FNV krijgt steeds meer problemen om akkoorden die bedacht zijn in Den Haag met Kabinet en VNONCW, te “verkopen” aan vakbondsleden. Die akkoorden hebben allemaal het karakter van uitverkoop van harde rechten van werknemers waar zachte intenties van werkgevers tegenover staan. Dat systeem moet worden omgedraaid. Het moet beginnen bij de wensen van leden van de vakbeweging (van onderop dus) en zal vernieuwende concrete arbeidsvoorwaarden, met meer individuele keuzes, voor werknemers opleveren.

En o ja, de FNV heeft nog de keuze om voor nieuwe kansen en richtingen te kiezen. CNV en MHP hebben die al lang niet meer (zie hun hulpeloos toekijken naar het pensioendebat in de FNV). Zij kunnen alleen maar kiezen voor een ongedeelde vakbeweging met de FNV, anders halen ze de zomer van 2011 zelfs niet meer.

Jan Berghuis is vakbondsbestuurder voor FNV Bondgenoten in de Sector Metaal

HS Arbeidsvoorwaarden is verantwoordelijk voor de plaatsing, maar niet voor de inhoud van gastcolumns in CAOpinie©.

Advertenties

Welke CAO-taal spreken we?

21 mei 2011

Deze week nam ik in het prachtige Leuven als moderator deel aan de leergang Visie en leiderschap van Avicenna Academie voor Leiderschap. Eén van de voortreffelijke docenten die ik daar ontmoette was Johan Verstraeten, internationaal expert op het gebied van leiderschap.

Professor Verstraeten stelt dat de taal die we gebruiken teveel gebaseerd is op feiten en data, cijfers en berekeningen en output: de taal van de kennis. Hij meent dat leiderschap ook een andere taal nodig heeft die gebaseerd is op metaforen, beelden en verhalen: de taal van de wijsheid. Omdat de taal van de kennis verschraalt, terwijl de taal van de wijsheid verrijkt.

Ik vraag me af of in CAO-onderhandelingen de taal van de wijsheid ook toegevoegde waarde kan hebben. Bij thuiskomst uit Leuven vielen mij twee krantenberichten op. Het ene bericht betreft de Kamervragen over het algemeen verbindend verklaren van de CAO Bouw. Het andere bericht betreft de rechtszaak die enkele gemeenten, betrokken bij de CAO Sociale Werkvoorziening, tegen het Rijk aanspannen wegens de bezuinigingen op de sociale werkvoorziening die tot een impasse in de CAO-onderhandelingen hebben geleid.

De vragen over de avv van de CAO Bouw, die deze week door de PVV in de Tweede Kamer werden gesteld, gaan uitsluitend over getallen en cijfers. Die blijken òmstreden en worden over en weer béstreden in een sfeer van beschuldiging en verdachtmaking. “Ik geloof de cijfers van CAO-partijen niet meer”, zegt de vragensteller. Met als resultaat dat voor- en tegenstanders nog méér tegenover elkaar komen te staan.

De aangekondigde rechtszaak over de sociale werkvoorziening gaat daarentegen juist niet alleen over cijfers, bedragen en percentages. Die gaat ook over een half miljoen mensen die willen werken, maar dat zonder hulp niet kunnen en die dreigen hun werk te verliezen. “Op die manier laten we talenten onbenut”, zegt één van de betrokkenen daarover. Met als resultaat dat onderling respect en vertrouwen tussen CAO-partijen, ondanks de CAO-impasse, toeneemt.

Ook in CAO-onderhandelingen kan de taal die we spreken verschralen en verrijken!

Polder 2.0 bestaat écht!

14 mei 2011

‘Nederland moet investeren in de arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau.’ Dat was in september 2009 de boodschap van de grootste werkgeversorganisatie van Nederland AWVN en De Baak, FNV Formaat en SBI, de (van oorsprong) scholings- en bezinningsinstituten van VNO, FNV en CNV. Het initiatief kreeg de naam ‘Polder 2.0’ mee.

Deze week kreeg ik twee keer een bevestiging dat de Polder 2.0, het versterken van de arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau, écht bestaat.

De eerste bevestiging was een bijeenkomst van de initiatiefnemers van Polder 2.0. Daar sprak ik met CAO-onderhandelaars van werkgevers en vakbonden over nieuwe manieren van cao-onderhandelen, zowel inhoudelijk als procesmatig. Inhoudelijk werd een model besproken waarbij cao-onderhandelingen worden verbonden met organisatie- en medewerkersontwikkeling en met de HR-strategie en de doelstellingen van de onderneming. Procesmatig werd geoefend met het voeren van een échte dialoog tussen cao-partijen, waarbij ‘luisteren naar de ander’ voorop staat. ‘Puzzelen in plaats van touwtrekken’. Samen met, in plaats van tegenover elkaar.

Twee dagen later rondde ik bij een grote onderneming een traject af waarbij op het niveau de bedrijfsleiding, de regiomanagers en – deze week – de personeelsmanagers intensief van gedachten is gewisseld over eigentijdse verhoudingen met vakbonden en OR. Dat leidt bij deze onderneming tot het vaststellen en uitwerken van een visie op eigentijdse arbeidsverhoudingen vanuit en op het niveau van de onderneming. Polder 2.0 in de praktijk!

Polder 2.0 bepérkt zich overigens niet tot het ondernemingsniveau. Ook op bedrijfstakniveau maken traditionele CAO-onderhandelingen, waarin partijen vooral tegenover elkaar staan, meer en meer plaats voor onderhandelingen, waarbij partijen sàmen zoeken naar wegen om tot passende én betaalbare CAO-afspraken te komen.

Belangstellende lezers kunnen informatie over Polder 2.0 vinden op http://www.polder2punt0.nl. Op het ‘prikbord’ kunnen ervaringen worden vermeld. De partijen achter Polder 2.0 zijn bereid hun ervaringen met anderen te delen en nieuwe initiatieven te steunen.

P.S. De gastcolumn van Jan Berghuis, bestuurder FNV Bondgenoten en onderhandelaar bij o.m. de metaal-CAO’s, is wegens zeer drukke werkzaamheden in de afgelopen week uitgesteld.

Haalt de FNV 2012?

7 mei 2011

Ik begon mijn loopbaan in 1976 als adjunct-secretaris van het Bestuur en de Verbondsraad van het CNV. Het was de tijd van het ontstaan van de FNV en de keuze van het CNV zelfstandig te blijven. En van de afschaffing van de automatische prijscompensatie. Belangrijke beslissingen.

De voorzitter van het CNV speelde daarbij een hoofdrol. Hij voerde het overleg op het hoogste niveau. Hij nam de belangrijkste beslissingen. Daarvoor moest hij steun zoeken en vinden. Bij het Dagelijks Bestuur en vervolgens bij het CNV Verbondsbestuur, allemaal zijn directe collega’s en uiteindelijk bij de voorzitters van de bij het CNV aangesloten vakbonden in de Verbondsraad van het CNV. Dat waren er toen véél meer dan vandaag. Verdeel en heers lag soms op de loer.

En de leden van het CNV? Die raadpleegde hij nooit rechtstreeks. Het waren de voorzitters van de CNV-vakbonden die, soms nàdat de beslissingen waren genomen, hun leden die samen de leden van het CNV vormden, in de genomen besluiten moesten zien mee te krijgen. Een soort getrapte besluitvorming, waarin de vakbondsleden in belangrijke zaken die de vakcentrale behartigde in feite slechts indirecte invloed uitoefenden.

Hoewel ik nu meer afstand heb tot de top van de vakbeweging is mijn indruk dat deze vorm van besluitvorming in de kern nog steeds bestaat. Vooral bij de FNV. Het CNV heeft in een bestuursloze periode geëxperimenteerd door voorzitters van aangesloten CNV-vakbonden zélf verantwoordelijkheid te geven voor zaken waarover de vakcentrale beslist. En bij de MHP, de derde vakcentrale, is de zeggenschap van De Unie altijd al groter en directer geweest.

De spanning binnen de FNV rond de onderhandelingen van de vakcentrale over het toekomstig pensioenstelsel hebben veel meer hiermee te maken dan met de inhoud ervan of met de competenties van de onderhandelaars. De cruciale vraag is of de indirecte invloed van vakbonden en hun leden op belangrijke besluiten die hén aangaan anno 2011 nog houdbaar is of aan een grondige herziening toe is.

Dààrom is het de vraag of de FNV – en dan bedoel ik de vakcentrale en niet de vakbeweging! – met in het kielzog collega vakcentrales CNV en MHP, 2012 haalt.