Archive for oktober, 2011

Naar een nieuw Poldermodel?!

14 oktober 2011

CDA Tweede Kamerlid Eddy van Hijum heeft afgelopen week opgeroepen tot een herijking van de overlegeconomie. ‘We moeten de polder vernieuwen, niet afschrijven’, blogt hij op de website van het CDA. Op Twitter nodigde hij mij na een kritische tweet uit tot een inhoudelijke reactie. Die geef ik graag. Het initiatief van Van Hijum is te waarderen. Het CDA heeft de positie van het maatschappelijk middenveld altijd erkend en verdedigd. Dat geeft de partij niet alleen het recht, maar ook de plicht om te reageren als het poldermodel tekenen van slijtage vertoont. En die tekenen zijn er; ik heb er regelmatig over geschreven in CAOpinie© van de week.

De door Van Hijum voorgestelde herijking schiet echter te kort om het poldermodel van een nieuw elan te voorzien. Dat geldt zowel zijn analyse, als zijn beoordeling en de oplossing(en) die hij aandraagt. Van Hijum analyseert dat het poldermodel onder druk staat omdat werkgevers en vakbonden elkaar steeds minder vinden op vraagstukken van arbeid en sociale zekerheid. Dat is maar ten dele waar. Van Hijum heeft een punt als hij doelt op afspraken op centraal niveau (waarop zijn voorbeelden betrekking hebben). Maar hij gaat volledig voorbij aan de vele voorbeelden van CAO-vernieuwing in sectoren en bedrijven, die in goed overleg tussen werkgevers en vakbonden tot stand komen. Het Manifest Naar Nieuwe Arbeidsverhoudingen van AWVN, FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie begint daar zijn vruchten juist af te werpen!

Van Hijums analyse van al dan niet vermeende invloeden van politieke partijen als de SP en PVV ten koste van die van traditionele partijen als CDA en PvdA (waarbij de SP en PVV volgens Van Hijum willen ‘vasthouden aan verworven rechten’ en CDA en PvdA het overlegmodel omarmen) is te simpel en leidt slechts tot een onnodige en onwenselijk politisering. Van Hijums zorg over de representativiteit van de vakbeweging lijkt hout te snijden. Inderdaad, 4% leden onder 25 jaar en tweederde van het ledenbestand boven 45 jaar zijn geen cijfers om mee thuis te komen. Maar de stelling dat de vakbeweging dús niet meer de werknemers kan vertegenwoordiging is veel te boud. Ook de politiek en zeker politieke partijen hebben ermee te maken, maar blijven toch gelegitimeerd om beslissingen in het algemeen belang te nemen.

Van Hijum oordeelt vervolgens dat de politiek het poldermodel niet aan sociale partners over kan laten, maar ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Dat is natuurlijk zo, mits de politiek dat met grote terughoudendheid doet. Dat heeft het poldermodel juist tot het succes gemaakt wat het is geworden. Het is het primaat van sociale partners en dat moet zo blijven. Zoals Abraham Kuyper (die Van Hijum zelf citeert!) het zei: ‘Het is niet de overheid, maar het zijn de sociale partners zélf die voor elkaar moeten zorgen’!

De oplossingen die Van Hijum voorstelt zijn ronduit teleurstellend: meer maatwerk, gekoppeld aan verplichte medezeggenschap en het verruimen van het AVV-beleid, met name in crisistijden. Dat zal de polder niet wezenlijk veranderen. Wie het poldermodel écht wil herijken en hervormen moet de verschoven machtsverhoudingen van centraal naar decentraal erkennen en verouderde structuren (waaronder de SER) daarop aanpassen. Veel van wat Van Hijum wil bereiken zal dan min of meer van zelf volgen!

Advertenties

Verrassende FNV-verkenners!

8 oktober 2011

De FNV heeft Han Noten en Herman Wijffels aangewezen als verkenners die de weg moeten wijzen naar de oplossing van de problemen waarin de grootste vakcentrale verzeild is geraakt. Vooral de keuze voor Wijffels is een verrassende: christen-democraat, afkomstig uit de christelijk-sociale beweging aan de kant van politiek en werkgevers! Volgens een bericht van de NOS moeten zij bekijken hoe het vertrouwen binnen de FNV kan worden hersteld nadat de verhoudingen zijn verstoord door verschillende visies op het pensioenakkoord.

Het is voor de FNV te hopen dat de verkenners een flinke slag dieper graven dan het NOS-bericht meldt. Het pensioenakkoord op slechts de katalysator van verschillen in visie op de toekomst van de FNV. Het gaat daarbij om twee zaken: welke mate van autonomie kunnen afzonderlijke bonden in de toekomstige FNV behouden en welke vakbondspolitieke oriëntatie zal de toekomstige FNV kiezen.

Bij de mate van autonomie gaat het om de vraag of en op welke wijze specifieke beroepsgroepen, journalisten, kappers, sporters, onderwijzers, grafici, maar ook automonteurs, schoonmakers, bouwvakkers en verpleegkundigen binnen de toekomstige FNV hun eigenheid kunnen behouden. Met andere woorden: wordt de toekomstige FNV vanuit de basis opgebouwd met vergaande autonomie, zeggenschap en bevoegdheden of van bovenaf?

Bij de vakbondspolitieke oriëntatie gaat het om de vraag of de toekomstige FNV de weg van het Manifest Naar Nieuwe Arbeidsverhoudingen kiest, gericht op co-creatie samen met werkgevers of van organising en de daarbij behorende confrontatie met werkgevers. Een keuze die nog wel eens verward wordt met de keuze voor de ene of andere politieke partij en de daaruit voorvloeiende invloed die de SP op delen van de FNV zou hebben of krijgen.

Deze keuzes en dilemma’s hebben binnen de FNV tot diepgaande verschillen van mening en verlies van onderling vertrouwen geleid, die veel verder gaan dan het pensioenakkoord. Ze gaan zelfs verder dan de FNV en hebben directe en indirecte gevolgen voor de hele vakbeweging, voor de relatie met werkgevers en de overheid en voor de Nederlandse overlegeconomie. Om die reden is de keuze voor Wijffels als verkenner begrijpelijk en verstandig.

De aanpak met twee verkenners heeft zich vorig jaar bij de oplossing van het conflict over de CAO Schoonmaak bewezen (zie informatie over X-stra© op HS Arbeidsvoorwaarden.nl). De verkenners Noten en Wijffels staan voor een veel grotere opgave. Zij moeten de weg verkennen die uiteindelijk tot de noodzakelijke hervorming van het Nederlandse Poldermodel zal leiden. Of niet.