Archive for november, 2011

‘Heeft de vakbeweging nog toekomst?’

26 november 2011

Die vraag stelde hoogleraar Jelle Visser recent bij zijn afscheidsseminar aan de Universiteit van Amsterdam aan collega-wetenschappers uit heel Europa. In het bijzijn van enkele kopstukken van de vakbeweging luidde het antwoord dat de wetenschappers – zonder uitzondering – niet zoveel toekomst voor de vakbeweging meer zien.

De teloorgang van de vakbeweging wordt volgens de wetenschappers deels veroorzaakt door factoren die min of meer buiten de vakbeweging zelf liggen: toename van zzp’ers, afname van de middengroep op de arbeidsmarkt, vergrijzing en ontgroening en tenslotte de afname van de werkgelegenheid in heel Europa. Dat maakt de vakbeweging getalsmatig zwakker.

Maar de wetenschappers wijzen ook op oorzaken die bij de vakbeweging zelf liggen. ‘Een beweging’, zegt Jelle Visser, ‘moet een groot verhaal hebben en dat heeft de vakbeweging niet. Het zijn clubs geworden die bestaande belangen beschermen, vooral van oudere werknemers.’ Volgens Visser is de vakbeweging historisch juist de aanjager van veranderingen, maar staan ze nu in heel Europa noodzakelijke veranderingen eerder in de weg.

Visser vindt ook dat de vakbeweging de laatste tien jaar conservatiever is geworden en vreest dat de crisis in Europa dat alleen maar zal verergeren. Daardoor verliest de vakbeweging volgens hem nog meer de interesse van jongeren. Al met al een somber beeld, waarvan de aanwezige vakbondsbestuurders volgens het verslag in NRC Handelsblad ‘schoorvoetend moesten erkennen dat de wetenschappers wel een punt hadden’.

In de praktijk van alle dag zien we zeker bevestiging van het sombere beeld dat de wetenschappers op het afscheid van Jelle Visser schetsten. Maar er zijn ook lichtpunten. Jonge vakbondsbestuurders bij vakbonden aangesloten bij FNV, CNV en De Unie, die actief op zoek zijn naar een eigentijdse rol van de vakbeweging bij het oplossen van complexe vraagstukken.

Het is te hopen dat zij voldoende ruimte krijgen en nemen. Vooral voor de vakbeweging zelf!

Advertenties

Vernieuwing in de Polder!

12 november 2011

Vorige week mocht ik met het bestuurderskorps van CNV Publieke Zaak in gesprek gaan over Vernieuwing in de Polder. Aanleiding was mijn reactie op de vernieuwingsplannen van CDA’er Eddy van Hijum in CAOpinie© van enkele weken geleden. Helaas was Van Hijum wegens verplichtingen in de Tweede Kamer verhinderd om daarover met mij en de bestuurders van CNV Publieke Zaak in debat te gaan. Maar de bijeenkomst was er niet minder boeiend om.

We bespraken drie mogelijke vernieuwingen van het Nederlandse Poldermodel:

1. Minder centraal en meer decentraal
2. Minder collectief en meer individueel
3. Minder tegenover elkaar en meer samen met elkaar

Een korte samenvatting van de besproken stellingen:

Het Poldermodel kan sterk decentraliseren als de vakcentrales FNV, CNV en MHP verdwijnen. SER, STAR en allerlei andere overleggen zullen dan rechtstreeks vanuit de vakbonden zelf gevoed moeten worden. Dat geeft ook ruimte voor andere groepen, zoals jongeren, ouderen, gehandicapten en consumenten die nu vaak het vijfde wiel aan de overlegwagen vormen. Als de taken van de vakcentrales naar vakbonden worden gedecentraliseerd, kunnen andere taken, bijvoorbeeld op het gebied van de CAO, meer dan nu naar het niveau van sectoren en bedrijven gedecentraliseerd worden. Als die decentralisatie door de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland gevolgd wordt ontstaat een dynamiek in de polder die zijn weerga niet kent.

I-deals – individuele afspraken tussen werkgevers en werknemers, die de instemming van hen beiden en van collega’s hebben – kunnen CAO’s sterk individualiseren. Zeker wanneer CAO-partijen het mogelijk durven te maken dat I-deals af kunnen wijken van CAO-bepalingen, die voor werknemers zonder I-deal gewoon kunnen blijven gelden. Door de regie over I-deals bij CAO-partijen te leggen kunnen I-deals en CAO’s elkaar versterken en kan individualisering gerealiseerd worden zonder dat afbreuk wordt gedaan aan bestaande collectieve afspraken.

Arbeidsverhoudingen tussen werkgevers(organisaties) en vakbonden veranderen drastisch als zij meer samen gaan puzzelen op oplossingen in plaats van traditioneel met elkaar te touwtrekken. Dat vereist vooral een andere kijk op elkaar. Zoals de Japanse tophonkballer die drie seizoenen lang de meeste homeruns had geslagen. Gevraagd naar zijn geheim zei hij: Ik zie de pitcher van de tegenpartij als mijn partner die ik nodig heb om mijn homeruns te slaan!’

Natuurlijk bestond over deze vernieuwingen geen eenduidig opvatting. In tegendeel. Maar het feit dat over zulke ingrijpende vernieuwingen binnen CNV Publieke Zaak gesproken kan worden plaatst de vakbeweging als een serieuze gesprekspartner midden in de actualiteit.

Computerondersteund CAO-onderhandelen werkt!

4 november 2011

Het was voor mij een week van vernieuwing! Donderdag ging ik in gesprek met het bestuurderskorps van CNV Publieke Zaak over ‘Vernieuwing in de Polder’. Aanleiding daarvoor was een discussie via Twitter met CDA-Tweede Kamerlid Eddy van Hijum en CNV PZ-bestuurder Pieter Ouderaarden, waarover het vorige CAOpinie© ging. Eén van de suggesties betrof het opheffen van de vakcentrales en decentraliseren van taken naar aangesloten vakbonden en sector/branche-raden. Daarover in CAOpinie© volgende week meer.

Eerder deze week organiseerde ik bij en met het Rotterdamse Pointlogic, bij velen bekend van het softwareprogramma F3, een experiment met computerondersteund CAO-onderhandelen. Daarvoor waren echte onderhandelaars van werkgevers en vakbonden uitgenodigd en werd er over een echte CAO-casus onderhandeld: de inzetbrieven van vakbonden en minister Donner voor de CAO Rijksoverheid.

Beide delegaties maakten gebruik van de CAO-navigatie software van Pointlogic. Daarmee kunnen zowel de eigen voorstellen als die van de andere partij worden gewaardeerd en kunnen optimale matches worden gezocht en gevonden. De software kan zowel door ieder van de CAO-partijen apart gebruikt worden, waarbij de waardering van de andere partij moet worden ingeschat, als gezamenlijk. In het experiment deden we beiden: eerst schatten beide partijen de waardering van de ander in; vervolgens wisselden we elkaars waarderingen uit. Daaruit bleek dat beide partijen elkaars waarderingen op enkele belangrijke onderwerpen schromelijk over- of onderschatten. Door de waarderingen gaandeweg uit te wisselen ontstond een veel beter beeld van elkaars belangen en bleek het gemakkelijker overeenstemming te bereiken.

De gesimuleerde onderhandelingen over de casus CAO Rijksoverheid leidden uiteindelijk tot een akkoord waarmee beide partijen tevreden waren. De waarde van de computerondersteuning is echter veel meer af te leiden uit de wijze waarop het akkoord tot stand kwam. De computer simulaties stimuleerden de interesse in elkaars belangen en bevorderden het zoeken naar gemeenschappelijke belangen zeer. Dat rechtvaardigt de conclusie dat computerondersteund CAO-onderhandelen werkt! Althans in een experimentele sessie. Het wachten is nu op CAO-partijen die er in de praktijk ‘in het echt’ eens gebruik van willen en durven maken.