Archive for juni, 2012

De unieke positie van de vakbondsbestuurder!

29 juni 2012

Vorige week verzorgde ik samen met Wilco Brinkman van a-advies de Workshop ‘Puzzelen in plaats van Touwtrekken’ over puzzelend CAO-onderhandelen. De deelnemers waren verdeeld over werkgevers(organisaties) en vakbonden uit het bedrijfsleven, zorg en (semi) overheid en een tweetal paritair secretarissen. De workshop is mede gebaseerd op de kennis en ervaring die Wilco en ik samen opdeden als begeleiders van de Wasstraat CAO’s ten behoeve van het – inmiddels beëindigde – Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI).

In de workshop besteden we aandacht aan de principes van win-win onderhandelen en aan de belangrijkste eigenschap van een onderhandelaar: luisteren! Een simpele oefening, waarbij een eenvoudige boodschap via-via wordt doorverteld, leert hoe moeilijk écht luisteren naar anderen is. Terwijl het in onderhandelingen de énige manier is om de informatie te verkrijgen die nodig is om de juiste beslissingen te nemen! Echt luisteren is te vergelijken met het ausculteren van de arts met de stethoscoop: informatie verzamelen om de juiste diagnose te stellen en de juiste actie te laten volgen.

De deelnemers aan de workshop besteden een deel van de tijd aan daadwerkelijk puzzelend CAO-onderhandelen. De wederzijdse voorstellen worden op puzzelstukken of bouwstenen geschreven die op tafel worden neergelegd. Beide delegaties staan rondom de tafel en bouwen al puzzelend met elkaar aan de CAO. Stukken waarover geen overeenstemming bestaat mogen terzijde gelegd worden, maar dat is puzzelende onderhandelaars veelal hun eer te na. De dynamiek die tijdens het puzzelend onderhandelen ontstaat is onvergelijkbaar met die van traditionele CAO-onderhandelingen aan weerszijden van de onderhandelingstafel!

Tijdens de voorbereiding van het puzzelend onderhandelen, waarbij de vakbondsbestuurders in de rol van werkgever kropen en andersom, merkte één van de deelnemers op hoe uniek de positie van de vakbondsbestuurder ten opzichte van de werkgever eigenlijk is. Anders dan werknemers, klanten, collega’s, concurrenten en leveranciers is de vakbondsbestuurder geheel onafhankelijk van en gelijkwaardig aan de werkgever. In onderhandelingen, maar ook in één op één gesprekken. Dat is inderdaad een unieke positie die in de discussie over de toekomst van de vakbeweging te weinig aandacht krijgt!

Advertenties

Is versoepeling ontslagrecht échte versoepeling? (Gastcolumn Jos Kleiboer, directeur Beleid Koninklijke Metaalunie)

23 juni 2012

Onder de titel ‘Ontslagrecht vereenvoudigd’ heeft minister Kamp namens het kabinet een voorstel gedaan om de arbeidsmarkt te hervormen. Kern van het voorstel is volgens hem dat werkgevers straks werknemers zonder voorafgaande toetsing kunnen ontslaan, maar dat werkgevers wel de eerste periode van werkloosheid betalen. En dat werknemers bij ontslag altijd een financiële vergoeding van de werkgever krijgen, die moet worden ingezet voor scholing of het vinden van een nieuwe baan, ook bij het aflopen van contracten voor bepaalde tijd.

Het voorstel leidt tot de door velen langgekoesterde wens van één route voor ontslag zonder toetsing vooraf. Je mag dus gewoon iemand ontslaan, lijkt het wel. Als je het verhaal van Kamp leest lijkt het wel een werkgevers-Walhalla te worden. Alles kan en ook nog eens gemakkelijk. Vakbonden roepen al dat werkgevers nu helemaal vogelvrij zijn… De werkelijkheid is genuanceerder, gelukkig, maar ook helaas.  Er wordt al jaren gesproken over versoepeling van het ontslagrecht, de mogelijkheid om te komen tot één ontslagroute en matiging van de hoge ontslagvergoedingen. Er is heel veel ruimte voor verbetering en Kamp toont lef om dit onderwerp beet te pakken.

Ik vind echter dat de juiste toon nog lang niet is gevonden in dit beladen dossier. Belangrijke bezwaren zijn dat alle ontslagen altijd tot behoorlijke kosten leiden, een kwart maandsalaris per dienstjaar plus een half jaar WW-kosten. Ook bij bedrijfseconomisch ontslag als het water het bedrijf aan de lippen staat. Maar het belangrijkste bezwaar is dat er een denkfout in het systeem zit. De werkgever wordt geprikkeld via de WW-betaling en het transitiebudget verantwoordelijkheid te nemen voor het weer aan het werk helpen van ontslagen werknemers. Net als bij re-integratie van zieke werknemers. Vergeten wordt echter dat het dienstverband is beëindigd en er geen gezagsverhouding meer bestaat. Werkgevers en werknemer hebben niets meer met elkaar. Om dan een stimulans bij de werkgevers eer te leggen lijkt me een brug te ver. De werkgever moet ondernemen, maar toch iet in de re-integratiemarkt?

Jos Kleiboer
Directeur Beleid Koninklijke Metaalunie

 

Concurrentie in De Nieuwe Vakbeweging?

8 juni 2012

Deze week circuleerde op Internet het (vertrouwelijk) Rapport van de Commissie van 7 aan de Federatieraad van de FNV ten behoeve van de vergadering van 4 juni 2012. De commissie bestaat uit 7 prominente bestuurders van FNV-bonden, naar verluidt Dresscher (AOb), Kerstens (FNV Bouw), de Zeeuw (FNV Veilig), Dekkers (FNV Bondgenoten), Passchier (vakcentrale FNV), Bouwers (KIEM) en van den Berg (Abvakabo FNV). 

Het Rapport van de Commissie van 7 behandelt maar liefst 23 onderwerpen (a t/m w). Over veel onderwerpen zijn de commissieleden het eens. Soms is sprake van het standpunt van de meerderheid van de commissie. Maar er is één uitzondering: onderwerp h. Dat betreft de vraag of van De Nieuwe Vakbeweging organisaties lid kunnen zijn die binnen één sector met elkaar concurreren? Sommige leden van de Commissie van 7 hebben volgens het rapport ‘aan de orde gesteld dat er zorgen leven ten aanzien van nieuwe toetreders, indien die er mogelijk toe leiden dat binnen één sector ‘concurrerende’ organisaties actief zullen zijn, die tegelijkertijd wel lid zijn van dezelfde koepel DNV’. Andere leden van de Commissie van 7 hebben volgens het rapport aangegeven dat ‘een beetje gezonde concurrentie geen kwaad kan en je scherp houdt’.

Omdat het Rapport van de Commissie van 7 op dit onderwerp niet spreekt van een meerderheid en een minderheid mag worden aangenomen dat voor- en tegenstanders van concurrentie binnen De Nieuwe Vakbeweging elkaar in evenwicht houden.  De kwartiermakers stellen voor dat de leden van De Nieuwe Vakbeweging – anders dan nu het geval is – zélf bepalen van welke sector- of doelgroeporganisatie zij lid worden. Dat betekent dat organisaties binnen De Nieuwe Vakbeweging in een zekere concurrentieverhouding met elkaar komen te staan. Dat betekent dat de vakbeweging met concurrentie binnen de eigen gelederen zal moeten leren omgaan en de voor- en nadelen ervan zal leren kennen. Het Rapport van de Commissie van 7 toont echter aan dat slechts een deel van de FNV daar naar uitkijkt, terwijl een ander deel zich er vooral zorgen over maakt.

Nieuwe naam voor Flex & Zeker Werk!

1 juni 2012

Deze week nam ik deel aan de conferentie Nieuw Dutch Design voor Flex & Zeker Werk. Een initiatief dat de grondlegger van flexicurity professor Ton Wilthagen op Twitter startte en dat uitmondde in een conferentie met meer dan 100 deelnemers uit alle geledingen: werkgevers, vakbonden, wetenschap, adviseurs en instellingen op het gebied van arbeidsverhoudingen.

Of de conferentie een Nieuw Dutch Design voor Flex & Zeker Werk gaat opleveren is de vraag, maar de ingrediënten daarvoor lijken na de conferentie wel voorhanden. Die werden verdeeld over maar liefst 10 aspecten: contracten, scholing & leren, pensioen & hypotheek & fiscaliteit, arbeidsongeschiktheid & ziekte, WW & inkomensderving, van werk naar werk, van niet-werk naar werk, inzetbaarheid & gezondheid, werk & privé & arbeidstijden en transitie werk/baan.

Een aspect dat ontbreekt is de psychologische kant van Flex & Zeker Werk. Waarom krijgt de een bij Flex & Zeker Werk een brede smile op het gezicht, terwijl de ander bij hetzelfde woord rode vlekken krijgt? Want dat is wat in veel sectoren aan de CAO-tafel gebeurt! Zoals zo vaak berusten beide emoties, zowel de brede smile als de rode vlekken, meer op beelden van de werkelijkheid dan op de werkelijkheid zelf. 

De brede smile wordt veroorzaakt door het beeld van werknemers die alleen werken op tijden dat de klant dat wenst, terwijl leegloopuren en overwerk worden voorkomen. De rode vlekken ontstaan door het beeld van werknemers die te pas en te onpas worden opgeroepen of naar huis worden gestuurd, zonder enige zeggenschap over werk- en rusttijden en zonder rekening te houden met hun privéverplichtingen.

Emoties gebaseerd op beelden van de werkelijkheid kunnen beter worden vervangen door de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de werkelijkheid zelf. Het is immers het gezamenlijk belang van werkgevers en werknemers dat klanten, die hun bestaansrecht zijn, optimaal bediend worden. En het is ook het gezamenlijk belang dat werknemers dat optimaal kunnen combineren met hun privéverplichtingen. Dat bevordert gezond, gemotiveerd en prettig werken wat uiteindelijk ook weer in het belang van klanten is!

Emotionele reacties op Flex & Zeker Werk zijn hardnekkig. De psychologische kant ervan is misschien wel gebaat bij een andere benaming voor Flex & Zeker Werk die recht doet aan de onderliggende belangen van werkgevers en werknemers: Doelmatige & Duurzame Inzet! 
En dan maar hopen dat de smile blijft en de rode vlekken verdwijnen.