Archive for november, 2012

Flexibiliteit en werkzekerheid!

30 november 2012

Het was de week van de flexibiliteit. Althans het ging deze week veel óver flexibiliteit. Donderdag bezocht ik de presentatie van de ContinuflexCAO, van Baan naar Werkzekerheid, van de NVUB en de AVV. Tijdens de presentatie ontving ik de mail van Ton Wilthagen met het Manifest Naar een nieuw Dutch Design voor flexibel én zeker werk, waaraan ik met vele anderen heb bijgedragen.

Het initiatief van NVBU en AVV beoogt om binnen de bestaande wet- en regelgeving de positie van flexwerk en flexwerkers, de basis en het bestaansrecht van NVBU en AVV, te versterken. De ContinuflexCAO probeert het ontbreken van een vaste baan te compenseren met scholing, employability en zo mogelijk werkzekerheid. Voor het laatste wordt een arbeidspool ingericht die flexwerkers die hun werk verliezen aan nieuw werk moet helpen.

Het nieuw Dutch Design beoogt juist aanpassing van wet- en regelgeving, waardoor flexwerk meer zekerheid krijgt en vast werk juist flexibeler wordt gemaakt. Beide vormen van werk vallen in het nieuw Dutch Design uiteindelijk samen doordat voor beide dezelfde arbeidsvoorwaarden en collectieve voorzieningen gaan gelden. Ook het nieuw Dutch Design beoogt vooral werkzekerheid te bieden en geen baanzekerheid.

Beide initiatieven lijken dus min of meer hetzelfde doel na te streven: meer werkzekerheid voor flexwerkers. Toch zijn de reacties op beide initiatieven totaal verschillend. Het nieuw Dutch Design wordt door velen op de sociale media verwelkomt; de ContinuflexCAO wordt daarentegen, door dezelfde ontvangers, verguisd en veroordeeld. Het een wordt gezien als een zegen voor flexwerkers, het ander als een regelrechte ramp.

Het is te vroeg voor een oordeel. De details van de ContinuflexCAO zijn nog niet ingevuld. Evenmin de concrete aanpassingen van wet- en regelgeving die nodig zijn om het nieuw Dutch Design te realiseren. De tegengestelde reacties lijken vooral op emoties en vooroordelen gebaseerd te zijn. Het nieuw Dutch Design is ondertekend door prominenten uit de polder (waar natuurlijk niets mis mee is!). De ContinuflexCAO is daarentegen gesloten door partijen die aan de rand van de polder (moeten) opereren en geen deel van de polder uit (mogen) maken.

De tijd zal leren welke van deze twee initiatieven daadwerkelijk zullen bijdragen aan de werkzekerheid van flexwerkers. Het oordeel over beide initiatieven zal dáárop gebaseerd moeten worden!

Advertenties

Jong FNV en CNV willen nieuwe vakbondstop!

24 november 2012

Gisteren hebben de voorzitters van Jong FNV Dennis Wiersma en Jong CNV IJmert Muilwijk de Nieuwe Top gelanceerd. Op de website Nieuwe Top pleiten zij 30 jaar na dato voor een nieuw Akkoord van Wassenaar. Maar zij pleiten ook voor interne verjonging van de vakbeweging. ‘Het is tijd voor verandering! Nieuwe visie, nieuwe mensen’. Via de website kunnen jongeren tot 35 jaar zich melden als kandidaat voor topfuncties in de vakbeweging.

Op de social media, zoals Twitter is enthousiast gereageerd op het initiatief. Veel jonge, maar ook oudere vakbondsbestuurders betuigen hun steun aan het initiatief. De jongerenorganisaties lijken het momentum te hebben gevonden. Enige tijd geleden pleitte hoogleraar Ton Wilthagen in een interview voor verjonging van cao-onderhandelaars bij vakbonden. Toen ik daarover een CAOpinie© schreef kreeg ik positieve, maar ook nog veel (en heftige) negatieve reacties.

Verjonging van de vakbeweging is nodig. Niet zozeer uit kritiek op de oudere generatie bestuurders, maar omdat de vakbeweging jongeren op dit moment onvoldoende aan lijkt te spreken. Dat kan wellicht veranderen als naast het beleid, ook het ‘gezicht’ van de vakbeweging drastisch wordt verjongd. Daar hoort natuurlijk wel de waarschuwing bij dat jong zijn alléén niet voldoende is om de vakbewging door zwaar weer te loodsen!

Het momentum blijkt niet alleen uit de vele positieve reacties. Op dit moment zijn (toevallig?) veel topposities binnen de vakbeweging vacant. De voorzitters van FNV Bouw en CNV Onderwijs zitten sinds de laatste verkiezingen in de Tweede Kamer. De voorzitter van FNV Bondgenoten heeft aangekondigd te zullen vertrekken. Kortom, op een aantal topposities in de vakbeweging kan de spreekwoordelijke daad snel bij het woord worden gevoegd.

Maar voor een echte doorbraak is méér nodig. Daarvoor zal ook gekeken moeten naar de gezichtsbepalende functies van voorzitter van de – op dit moment noodlijdende – vakcentrales. Ook daarvoor geldt dat niet zozeer kritiek op voorgangers, maar de noodzaak van vernieuwing en verjonging leidend moet zijn. Dat vraagt leiderschap, juist van de huidige vakbondstop!

Op het moment dat ik dit schrijf zie ik een opvallende tweet: ‘Support van @jaapsmitcnv en Ton Heerts voor #nieuweTop’. We zullen zien hoe ver die support gaat…

Zijn vakbonden representatief?

17 november 2012

Vlak voor het weekend laaide op Twitter de discussie over de representativiteit van vakbonden even op. Aanleiding was de publiciteit over een onderzoek van werkgeversorganisatie AWVN. Die had onderzocht of werkgevers tevreden zijn met de wijze waarop CAO-onderhandelingen gevoerd worden en de wijze waarop werknemers daarbij worden vertegenwoordigd. Meer dan de helft van de ondervraagden blijkt daar overigens tevreden over; deze werkgevers vinden dat er sprake is van een goede afspiegeling van hun werknemers aan de CAO-tafel.

Toch zijn er ook werkgevers die minder tevreden zijn. Bijna 45% van de werkgevers die met vakbonden onderhandelen en 16% van de werkgevers die met de OR  onderhandelen is ontevreden over de representativiteit van de werknemersafvaardiging. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen volgens de AWVN ‘het vermoeden dat werkgevers in toenemende mate ontevreden zijn over de wijze waarop de arbeidsvoorwaardenregeling tot stand komt’. 

Het ‘vermoeden’ van de AWVN lijkt mij een understatement. De AWVN is bij honderden CAO’s betrokken en zou toch precies moeten weten hoe werkgevers CAO-onderhandelingen ervaren. De AWVN adviseert als oplossing werknemers meer bij onderhandelingen betrekken. Daarbij valt een wereld te winnen. Uit het AWVN-onderzoek blijkt namelijk dat maar liefst 60% van de werkgevers niet met werknemers over CAO-onderhandelingen communiceert! Niet vooraf, maar vaak zelfs ook niet tijdens het onderhandelingsproces of erna!

Het betrekken van werknemers (en werkgevers ingeval van een bedrijfstak-CAO) vind ik de gezamenlijke verantwoordelijkheid van CAO-partijen. Zij moeten zich realiseren dat zij niet over hun eigen CAO onderhandelen, maar over die van werknemers en werkgevers. Georganiseerd en ongeorganiseerd. Gelukkig lijken steeds meer CAO-partijen dat te erkennen. HS Arbeidsvoorwaarden is betrokken bij verschillende CAO’s, waarbij CAO-partijen hen actief bij CAO-onderhandelingen betrekken.

Wie dat ook doen zijn de partijen bij de CAO Nederlandse Universiteiten. Die besloten de ontstane impasse in de onderhandelingen te gebruiken voor een representatief onderzoek naar de opvattingen van werknemers over de dilemma’s waarvoor de onderhandelaars zich geplaatst zagen. Een opvallende uitkomst van dat onderzoek is dat de opvattingen van vakbondsleden nauwelijks afweken van die van hun ongeorganiseerde collega’s. Over de representativiteit van de vakbonden hoeven de universiteiten zich in elk geval geen zorgen meer te maken.

Kabinet blijf bij je leest!

10 november 2012

Tussen alle commotie over de inkomensafhankelijke zorgpremie door hoorde ik deze week de nieuwe minister van onderwijs Jet Bussemaker pleiten voor het ontslaan van leerkrachten die niet goed functioneren. Had de kersverse bewindspersoon behoefte aan een uitspraak die past bij een politica die ‘streng en niet bang is’, zoals zij in een recent interview getypeerd wordt?

Op de website van de Algemene Onderwijsvakbond valt te lezen dat de minister haar tanden er niet echt in hoeft te zetten. De FNV-vakbond van onderwijzend personeel noemt het voornemen uit het Regeerakkoord Rutte II dat Bussemaker citeert ‘een niet bestaand probleem’ en meent dat het ‘onzin’ is dat slecht functionerende leraren nu niet zouden kunnen worden ontslagen.

Hoe het zij, Regeerakkoord en minister begeven zich op een terrein dat niet van hun is. In het onderwijs is de werkgeversrol gedecentraliseerd naar de leiding van de scholen. Die hebben werkgeversorganisaties opgericht met het doel de werkgeversrol in het onderwijs verder te professionaliseren. Daarmee is de directe rol van de minister op het terrein van cao en arbeidsvoorwaarden uitgespeeld, net zoals dat al langer in bijvoorbeeld de zorg het geval is.

Het is voor werkgeversorganisaties in sectoren die met publiek geld worden gefinancierd niet gemakkelijk om hun rol te vervullen. Onderhandelen met vakbonden over arbeidsvoorwaarden vereist een zekere armslag, die hen niet zelden door (financieel) beleid van overheden wordt ontnomen. Dezelfde overheden die van de werkgeversorganisaties verwachten dat zij hun rol in het overleg met vakbonden volwaardig vervullen.

Minister Bussemaker, die nota bene tot voor kort als voorzitter leiding gaf aan een werkgeversorganisatie(!), gaat met haar uitspraak over ontslaan van slecht functionerende leraren op de werkgeversstoel zitten. Het is in het belang van volwassen arbeidsverhoudingen te hopen dat het nieuwe kabinet daar geen gewoonte van gaat maken.

Vakcentrales blijven in zwaar weer!

2 november 2012

Na FNV en CNV wordt nu de derde vakcentrale MHP geconfronteerd met het vertrek van een aangesloten vakbond. Deze week maakte vakbond De Unie bekend dat het lidmaatschap van de MHP op 1 januari 2013 wordt beëindigd. De Unie noemt gesprekken tussen MHP en het Ambtenarencentrum als reden voor het vertrek. Aansluiting van het Ambtenarencentrum zou de MHP te ‘gouvernementeel’ maken.

Het vertrek van De Unie uit de vakcentrale MHP staat niet op zichzelf. Eerder besloten enkele bij de FNV aangesloten vakbonden niet mee te gaan naar de nieuwe vakbeweging die de FNV gaat opvolgen en traden de vakbonden van politie en militairen uit het CNV. De aansluiting bij een vakcentrale is voor vakbonden niet meer vanzelfsprekend. Daarvoor zijn twee belangrijke redenen aan te geven.

De eerste reden is de schaalvergroting van veel vakbonden. Dat maakt hen onafhankelijker en minder afhankelijk van samenwerking in een vakcentrale. Paradoxaal heeft de schaalvergroting ook tot gevolg dat kleinere vakbonden zich vanwege de toegenomen invloed van grote vakbonden binnen vakcentrales daar ook niet meer zo op hun gemakt voelen. De tweede reden is dat de invloed van de vakcentrales is afgenomen. Met de komst van de Paarse Kabinetten is de invloed van de vakcentrales en de organen waarin zij participeren, zoals de SER, afgenomen en dat is, afgezien van enkele tijdelijke oplevingen, vooralsnog blijvend gebleken. De uitspraak van werkgeversvoorman Wientjes na het gesprek met de kabinetsinformateurs dat ‘de polder terug is’ lijkt daaraan nog niet heel veel te veranderen. Het lijkt er op dat grote aangesloten vakbonden de vakcentrales zelf te weinig speelruimte gunnen om hun oude rol terug te winnen.

De conclusie lijkt onontkoombaar dat de combinatie van grote vakbonden en vakcentrales geen toekomst heeft. Dat betekent dat een van beide zal moeten verdwijnen. Maar de recepten daarvoor, opsplitsen van grote vakbonden of samenvoegen tot een ongedeelde vakbeweging, lijken ook niet haalbaar. Dat betekent dat de vakcentrales voorlopig in zwaar weer zullen blijven.