Archive for maart, 2013

CAO en pensioen, een lastige combi!

22 maart 2013

De afgelopen tijd merk ik aan steeds meer CAO-tafels een worsteling met het onderwerp pensioenen. Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde waarover sociale partners afspraken maken. In het bestuur van het pensioenfonds, maar ook aan de CAO-tafel. Meer dan voorheen moet daarbij een balans worden gevonden tussen ambitie, zekerheid, verdeling van risico’s en betaalbaarheid van de pensioenregeling. Afspraken daarover worden veel meer dan vroeger expliciet gemaakt. CAO-partijen dragen daarmee verantwoordelijkheid voor koopkrachtbehoud van gepensioneerden, voor de toekomstige pensioenuitkering van werknemers en voor de betaalbaarheid daarvan.

Veel is daarbij aan verandering onderhevig. De AOW- en pensioenleeftijd, het fiscale kader (‘Witteveen’), de risicoverdeling (hoe worden ‘pijn en plezier’ verdeeld?) en ook de governance (hoe wordt het pensioenfonds bestuurd?) verandert. Maar wat verandert er nu precies? En wie beslist over welke verandering? Hoe is de rolverdeling tussen het bestuur van het pensioenfonds en de CAO-tafel? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? Hoe kan worden voorkomen dat men in elkaars vaarwater komt? En hoe kan een gezamenlijke aanpak worden bereikt? Dat zijn vragen waarmee veel CAO-partijen worstelen. 

Bij een van de CAO’s waarbij HS Arbeidsvoorwaarden betrokken is heeft Montae Pensioen onlangs een goede bijdrage geleverd aan het in kaart brengen van de relatie tussen pensioenfondsbestuur en de CAO-tafel rond de beantwoording van al deze vragen. In een Pensioenscan werden de finesses van de actuele ontwikkelingen op het gebied van pensioenen helder in kaart gebracht en werden de taken en verantwoordelijkheden van pensioenfondsbestuur en CAO-tafel ontrafeld en verdeeld. De Pensioenscan leverde de agenda op voor het overleg tussen sociale partners aan de CAO-tafel en in het pensioenfondsbestuur met de daarbij behorende aandachtspunten en tijdlijnen. Een ‘must’ voor elke CAO-sector!

Wellicht bestaat voor deze aanpak ook belangstelling bij sociale partners in andere sectoren. Neem in dat geval contact op met HS Arbeidsvoorwaarden of met Montae Pensioen voor een Pensioenscan van de eigen sector of het eigen bedrijf.

 

Advertenties

De CAO kan dunner!

15 maart 2013

Deze week nam ik afscheid van twee leden van de CAO-delegatie van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Een van de scheidende delegatieleden liet een exemplaar zien van de voorloper van de CAO Particuliere Beveiliging, waarbij HS Arbeidsvoorwaarden sinds 2008 betrokken is. De CAO uit 1967, getypt op vergeeld papier was gesloten tussen de Verenigde Nachtveiligheidsdiensten N.V., de Algemene Bond “Mercurius” van werknemers in de Handel, het Bank- en Verzekeringswezen en de Vrije Beroepen, de Christelijke Bedrijfsbond HBV en de Katholieke Bond van personeel in de Handel.

De CAO telt slechts 4 pagina’s, inclusief de handtekeningen van CAO-partijen! Daarin komen de volgende onderwerpen aan bod: werktijden, beloning, toeslagen, overwerk, vakantieverlof en buitengewoon verlof, vergoeding voor het werken op feestdagen, vakantietoeslag, doorbetaling bij arbeidsongeschiktheid en beëindiging van het dienstverband. Eigenlijk zijn dat vandaag de dag nog steeds belangrijke, zo niet de belangrijkste onderwerpen van CAO’s. Toch heeft menige CAO vandaag de dag al gauw een omvang van 10 tot 20 maal de CAO voor het personeel van de Verenigde Nachtveiligheidsdiensten uit 1967.

Ik herinner me een roerige ledenvergadering over de CAO Kinderopvang, die ik jarenlang voor de werkgevers in de kinderopvang afsloot. Een van de leden liep met het CAO-boekje in de hand naar de interruptiemicrofoon, liet het boekje met een klap op de grond vallen en zei: ‘Ik ben pas tevreden als ik niets meer hoor als de CAO op de grond valt’. Duidelijker kon hij zijn boodschap niet maken: de CAO kan dunner!

Ik denk dat CAO’s inderdaad dunner kunnen. CAO’s die gebaseerd zijn op goed werkgever- en werknemerschap en op volwassen en gezonde arbeidsverhoudingen. Daarin kan ruimte voor eigen invulling van arbeidsvoorwaarden de plaats van veel regels innemen en maakt onderling vertrouwen veel andere regels overbodig. De eerste voorbeelden van zulke CAO zijn er. Zelf werk ik met enkele partners hard aan het concept CAO van N(U) dat daarop gebaseerd wordt.

Ik geloof er in: de CAO kan (weer) dunner worden! 

‘Lang leve de vakbond’, eerbetoon aan Wim Engels

8 maart 2013

Deze week ontving ik het boekje ‘Lang leve de vakbond’. Geschreven door Wim Engels. Wim werkte als bestuurder bij de Vervoersbond FNV en later als arbeidsvoorwaardencoördinator bij De Unie. Op 14 juni 2012 overleed Wim Engels. Een week voor zijn plotselinge overlijden was het boekje af. Een bundel persoonlijke verhalen over een leven met de vakbeweging, zoals zijn vrouw Gerry in het voorwoord van het boekje schrijft.

Ik heb het boekje met ontroering gelezen. Omdat het is geschreven door iemand die ik minder dan een jaar geleden nog met enige regelmaat als oud-collega sprak en ontmoette. Ook omdat het veel herinneringen oproept aan mijn eigen vakbondsverleden (een deel van Wim’s periode bij de Vervoersbond FNV overlapt mijn periode bij de Vervoersbond CNV). Het boekje beschrijft een wereld die, zoals Wim het zelf opschrijft, zo langzamerhand achter ons ligt.

Wim groeide op in een vakbondsnest. Wim’s vader was bezoldigd plaatselijk bestuurder van de katholieke vakbond voor metaalarbeiders St. Eloy, aangesloten bij de KAB, de Katholieke Arbeiders Beweging, de voorloper van het NKV dat met het NVV later de huidige FNV vormde. In de jaren ’60 breekt Wim met de oude politiek van de KVP en kiest voor de christen-radicale PPR, een van de voorgangers van Groen Links waarvan Wim altijd lid is gebleven.

In de jaren ’70 belandt Wim bij de vakbeweging, zijn droom. ‘Diep in mijn hart lonkte een job bij een vakbond’, schrijft hij over de tijd dat hij als personeelswerker bij de Haagse HTM werkt. In die functie treedt Wim in 1975 in dienst van de Vervoersbond NVV/NKV, die een jaar eerder als ‘zware federatie’ van start was gegaan. Wim beschrijft de machtsstrijd binnen deze bonden die in de daarop volgende jaren aan de uiteindelijke fusie tot Vervoersbond FNV voorafging (en die ik vanuit de Vervoersbond CNV van dichtbij meemaakte) even eerlijk als uitvoerig.

Wim beschrijft zijn initiatief om met een ‘kring van getrouwen’, die wekelijks bij elkaar kwam, ‘tegenleiding’ te geven aan de activistische koers in de Rotterdamse haven en gericht op het behoud van een ‘brede vakbeweging’. Een initiatief dat in veel opzichten lijkt op hedendaagse ontwikkelingen in de vakbeweging! Toen de ‘kring’ zich in 1990 teleurgesteld ophief besloot Wim, evenals veel anderen, de Vervoersbond FNV te verlaten en trad hij in dienst van De Unie, waar Wim tot zijn pensionering in 2009 werkte als onder meer arbeidsvoorwaardencoördinator. In die rol nam Wim het initiatief om de centrale looneis af te schaffen en die decentraal per bedrijf of sector vast te stellen. Oók een initiatief dat in de actualiteit van vandaag zou passen!

‘Lang leve de vakbond’ is een eerlijk en integer geschreven verslag van het werkzaam leven van een vakbondsman in hart en nieren, Wim Engels. Op het handgeschreven  kaartje bij het boek spreekt Wim’s echtgenote Gerry de hoop uit dat ik het als ‘herinnering en aandenken aan Wim wil beschouwen’. Dat wil ik zeker en ongetwijfeld velen met mij!

‘Eenheid FNV helpt kabinet polderen’!

1 maart 2013

Zó luidde vrijdagochtend de kop van de voorpagina van Trouw! Ik dacht heel even dat ik een oude krant in handen had, want voor zulke koppen moeten we toch ver terug in de tijd. Maar het was echt de krant van vrijdag 1 maart 2013. Aanleiding voor de kop is de toezegging van voorzitter Corrie van Brenk van Abvakabo FNV om aanstaande maandag in te stemmen met een mandaat voor FNV-voorzitter Ton Heerts om met het kabinet en de werkgevers te gaan onderhandelen over een sociaal akkoord.

De kop boven het mandaat van Ton Heerts luidt: ‘Pak de uitwassen van flexibilisering op de arbeidsmarkt aan.’ Daarmee worden vooral ‘draaideur-‘ en payroll-constructies bedoeld, die gebruikt worden om te voorkomen dat flexibele contracten na verloop van tijd moeten worden omgezet in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Ook FNV Bondgenoten, de grootste FNV-bond in de marktsector, heeft deze contractvormen al geruime tijd de oorlog verklaard.

Het siert de vakbeweging, Abvakabo FNV in het bijzonder, dat flexibiliteit als speerpunt wordt gekozen en niet, om maar eens wat te noemen, het verzet tegen de nullijn die het kabinet voor de collectieve sector in petto heeft. Maar over flexibiliteit is meer te zeggen dan een pleidooi voor het uitbannen van excessen alleen. De zoektocht van bedrijven naar meer flexibiliteit staat niet op zichzelf. De combinatie van factoren als het ontslagrecht, het taboe op demotie en rigide loon-functiegebouwen zijn er mede de oorzaak van dat arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd voor veel werkgevers synoniem voor gebrek aan flexibiliteit geworden zijn.

Ik ga niet zo ver als columnist Arjan Zweers, schrijver van het boekje Liever Lobby’en, waarin hij het poldermodel op de korrel neemt en dat ik van harte aanbeveel. Die stelt dat ‘het gelijk van de vakbeweging dat de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te ver is doorgeschoten even groot is als de berg boter op het eigen hoofd’. Maar ik geloof wel dat het uitbannen van excessen gekoppeld moet worden aan het flexibeler maken van werknemers in vaste dienst. Ook daar is de vakbeweging onder leiding van Ton Heerts voor nodig. ‘Gelijk oversteken’, zou ik zeggen!