Archive for april, 2013

Sociaal Akkoord: Historisch of kortstondig?

19 april 2013

Toen een journalist van De Financiële Telegraaf me enkele weken geleden vroeg of het Sociaal Akkoord er zou komen antwoordde ik: ‘Ik denk het wel, want werkgevers en vakbonden kunnen zich geen nieuw AOW-echec veroorloven, maar het zal geen historisch akkoord worden.’ De tijd zal leren of het laatste deel van het antwoord ook bewaarheid wordt.

In één opzicht is het Sociaal Akkoord een écht Polderakkoord: voor- en tegenstanders houden elkaar in evenwicht. Voorstanders roemen vooral het feit dat er een akkoord bereikt werd. Zonder Sociaal Akkoord, zo betogen zij, zou het vertrouwen in de economie nog verder ondermijnd zijn geworden. Tegenstanders hebben vooral bezwaren tegen de inhoud van het Sociaal Akkoord. In de eerste plaats op het uitstellen van bezuinigingen en het vooruit schuiven van hervormingen. De voordelen daarvan voor de economie, zo betogen zij, zullen meer dan volledig door de nadelen teniet gedaan worden. In de tweede plaats worden uitwassen van flexibiliteit (draaideur- en payroll-constructies) aangepakt, maar worden de mogelijkheden voor flexibiliteit van vaste werknemers niet vergroot.

Dat laatste is voor een belangrijk deel de verantwoordelijkheid van CAO-partijen. Die zijn daarover aan veel CAO-tafels in gesprek. Het gaat er om dat inzet van medewerkers beter wordt afgestemd op het werkaanbod en op hun werk-privébalans. Dat is een lastig onderwerp in onderhandelingen, waarbij onderhandelaars een aanmoediging vanuit het Sociaal Akkoord goed hadden kunnen gebruiken. Die kans heeft het Sociaal Akkoord laten liggen! In tegendeel: flexibele werknemers krijgen straks al na twee contracten recht op een vast dienstverband.

We zullen het snel genoeg weten. Leidt het Sociaal Akkoord tot vertrouwen in de economie, die daardoor aantrekt en kan uitstel van bezuinigingen tot afstel leiden, dan kan wellicht gesproken worden van een historisch Sociaal Akkoord. Maar als bezuinigingen én hervormingen daarentegen noodzakelijk zullen blijken om de economie weer op gang te brengen zou wel eens van een kortstondig in plaats van een historisch Sociaal Akkoord sprake kunnen zijn.

Advertenties

Idee: ‘CPB’ voor CAO’s?

12 april 2013

Tussen al het nieuws over het Sociaal Akkoord meldde De Financiële Telegraaf vrijdag een idee van HS Arbeidsvoorwaarden voor een soort Centraal Plan Bureau voor CAO’s. Zo’n ‘CPB’ kan op verzoek van beide CAO-partijen – liefst gezamenlijk! – onafhankelijk, objectief en deskundig de kosten en opbrengsten van ingewikkelde CAO-vraagstukken berekenen. Denk aan omvorming van leeftijdsdagen naar een persoonlijk levensfasebudget. Voor zulke berekeningen moeten pensioenfondsen soms omvangrijke data leveren die doorgerekend moeten worden. 

Het idee is ontstaan na praktijkervaringen waarbij CAO-partijen lang van mening verschilden over de kosten of opbrengsten van hun wederzijdse voorstellen. In een enkel geval moest er zelfs een accountant van de vakbonden aan te pas komen om de juistheid van de door de werkgever aangeleverde berekeningen te controleren. Die vervolgens weer door de accountant van de werkgever gecontroleerd moest worden… Een onafhankelijk rekenbureau zoals het CPB kan in zulke situaties veel onnodig tijdverlies en irritaties voorkomen. 

Het ‘CPB’ voor CAO’s zou ook diensten kunnen bewijzen in bedrijven en sectoren die vanuit een decentrale loonruimte in plaats van de centraal vastgestelde loonruimte over de CAO willen onderhandelen. Met parameters over bijvoorbeeld de productiviteit en de prijsstijging in het eigen bedrijf of de eigen sector zou een decentrale loonruimte berekend kunnen worden die een realistischer beeld van de werkelijkheid geeft. 

HS Arbeidsvoorwaarden wil het idee samen met het Rotterdamse bedrijf Pointlogic uitwerken. De eerste reacties die De Financiële Telegraaf optekent van FNV Bondgenoten en de AWVN zijn helaas (nog?) afhoudend. Maar misschien geldt hier: onbekend maakt onbemind? Lees hier het artikel.

 

 

Onderhandelen: tegenstander of partner?

6 april 2013

Deze week mocht ik een drie uur durend college geven over onderhandelen. Daarbij kwam de stelling aan de orde dat iemand die over specialistische kennis op zijn vakgebied beschikt daarover eigenlijk niet kan onderhandelen: het is immers zoals het is! 

Die stelling deed me denken aan CAO-onderhandelingen waarin beide CAO-partijen met valide economische argumenten hun eigen inzet beargumenteren. Werkgevers wijzen op de noodzaak tot loonmatiging om zich niet uit de markt te prijzen en vakbonden wijzen op de noodzaak van koopkrachtcompensatie om de vraag in de markt te stimuleren. Beide partijen zeggen eigenlijk hetzelfde: het is zoals het is! Ik schreef er onlangs de column Gezond Boeren Verstand over in het vakblad Zeggenschap over Arbeidsverhoudingen. 

De oorzaak waarom onderhandelingen stuklopen op ‘feitelijke waarheden’ is volgends mij een andere. Die ligt erin dat onderhandelaars elkaar zien als de tegenstander die van het (eigen) gelijk overtuigd moet worden en niet als de partner waarmee samen naar een oplossing gezocht kan worden. In het college met de titel ‘Onderhandelen: tegenstander of partner’ heb ik dat uitgewerkt met behulp van de inzichten van de Harvard Negotiation Method, de Regel van Benedictus, Puzzelen inplaats van Touwtrekken en de Ten Commandments voor onderhandelaars van oud-minister van buitenlandse zaken en topdiplomaat mr Ben Bot. 

Het college wordt het best samengevat in de anekdote over de Japanse honkballer die voor het derde achtereenvolgende jaar de meeste homeruns sloeg. Toen hem gevraagd werd naar zijn geheim antwoordde hij: ‘ik zie de werper van de tegenpartij als mijn partner, die ik nodig heb om mijn homeruns te slaan’. Zó kunnen CAO-onderhandelaars ook naar de partij aan de andere kant van de tafel kijken.