Archive for november, 2013

CAO van (N)U: door en met medewerkers zelf!

29 november 2013

Deze week sprak ik over CAO-vernieuwing met twee vakbondsmensen van FNV KIEM. De bond, die partij is bij de oudste CAO van Nederland, die voor de grafische sector, heeft in veel sectoren met ingrijpende veranderingen te maken. Die veranderingen maken het nodig om op een andere manier invulling en uitwerking te geven aan CAO’s. Zowel aan de inhoud van CAO’s als aan het proces van totstandkoming van CAO’s.

Daarbij speelt betrokkenheid een belangrijke rol: medewerkers, voor wie de CAO bedoeld is, zelf bij de totstandkoming ervan betrekken! Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Co-creatie kost veel tijd en dat is iets waarover drukbezette CAO-onderhandelaars doorgaans niet ruim beschikken. Wellicht zou de betrokkenheid van medewerkers bij CAO-onderhandelingen daarom beter vanuit de bedrijven en sectoren zelf georganiseerd kunnen worden.

Zo kwamen we op de suggestie van oud-voorzitter van de Tweede Kamer Gerdi Verbeet om Ondernemingsraden met de organisatie van co-creatie te belasten. Een suggestie die niet misstaan had in het recente SER-advies over het vergroten van het draagvlak van CAO’s. Een afspraak om daarover met haar en een aantal andere geïnteresseerde betrokkenen van gedachten te wisselen is overigens in de maak.

Goed georganiseerde co-creatie kan CAO-onderhandelingen ingrijpend veranderen. Zoals één van mijn gesprekspartners het verwoorde: ‘CAO-onderhandelingen worden door en met de betrokken medewerkers gevoerd in plaats van over en zonder hen’. Co-creatie is ook één van de ingrediënten van CAO van (N)U, naast andere zoals puzzelend onderhandelen op basis van onafhankelijke loonkosten- en loonruimteberekeningen. Wie de eigen CAO langs de ‘meetlat’ van CAO van (N)U wil leggen kan vrijblijvend gebruik maken van de CAO van (N)U-scan:http://vragenlijst.caop.nl/caoscan/home.html

Advertenties

CAO-loonstijging volgt de economie! (2)

15 november 2013

Vorige week constateerde ik aan de hand van CBS-cijfers dat de loonontwikkeling in ons land redelijk gelijke tred houdt met de economische ontwikkeling. In sterke sectoren worden hogere loonstijgingen afgesproken dan in sectoren die veel moeten bezuinigen. Die constatering leidde tot een aantal reacties met als kernboodschap: loonstijgingen moeten de economie niet volgen, maar juist stimuleren. 

Het pleidooi voor loonstijging om de economie te stimuleren klinkt steeds luider. Uit de mond van verschillende (niet alle!) economen, maar ook vanuit de Europese Commissie. Maar er klinken ook tegengeluiden. Die wijzen op het prille karakter van het economisch herstel en op het risico dat (loon)kostenverhoging de concurrentiepositie van bedrijven aantast. Algemeen wordt door iedereen onderschreven dat het onverstandig is om loonruimte bij sterke sectoren ‘te laten zitten’, maar ook om bij zwakker sectoren te overvragen.

Dat pleit er voor om de loonruimte, die algemeen wordt opgevat als de som van de productiviteitsverhoging en een acceptabel inflatiepercentage van hooguit 2%, per bedrijf of bedrijfstak te berekenen. Ik pleitte daar al eens voor in een artikel in De Financiële Telegraaf. De reacties van werkgevers en vakbonden waren toen afhoudend. Toch geloof ik dat inzicht in de beschikbare loonruimte CAO-onderhandelaars kan helpen bij het maken van verantwoorde afspraken over de loonontwikkeling: niet te hoog, maar ook niet te laag. 

Wat daarbij wel bedacht moet worden is dat de loonkostenontwikkeling niet alleen de stijging van de CAO-lonen omvat, maar ook de incidentele loonontwikkeling (zoals periodieke verhogingen) en de stijging (of daling) van de werkgeverslasten (bijvoorbeeld pensioenpremies). Wie deze loonruimtecomponenten betrekt bij de actuele loonkostenontwikkeling zal tot de conclusie komen dat die een redelijke afspiegeling is van de mogelijkheden die de economie biedt!

CAO-loonstijging volgt de economie!

9 november 2013

De laatste tijd klinkt de roep om loonsverhoging niet meer alleen vanuit de vakbeweging. Ook economen vinden dat de binnenlandse vraag met loonsverhogingen gestimuleerd moet worden. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn: loonsverhogingen die ons uit de crisis helpen! Heeft het niet een hoog Baron van Münchhausengehalte, de baron die zichzelf aan zijn haren uit het moeras wilde trekken? Uit cijfers van de AWVN blijkt echter dat de loonstijgingen zich redelijk conformeren aan de economische werkelijkheid.

Terwijl de inflatie in oktober is gedaald naar 1,6% (het CPB raamde 2,75% over 2013 en 2% over 2014) nam de gemiddelde stijging van de CAO-lonen – volgens de cijfers van de AWVN – in september juist toe tot 1,6%. Daarmee komt de gemiddelde CAO-loonstijging met het inflatiepercentage overeen. Het gemiddelde wordt sterk beïnvloed door de achterblijvende loonontwikkeling bij de overheid en in de gesubsidieerde sectoren. In het bedrijfsleven ligt de gemiddelde loonstijging hoger. In de op export gerichte industrie zijn loonstijgingen van 2% meer regel dan uitzondering.

2013 vertoont daarmee geen ander beeld dan 2012. Deze week publiceerde het CBS de definitieve cijfers over de CAO-loonontwikkeling in 2012. Daaruit blijkt dat de loonstijging over alle sectoren 1,4% bedroeg, 0,3% meer dan over 2011. Ook in 2012 bleef de ontwikkeling bij de overheid achter. Die in de gesubsidieerde sectoren kon toen nog wel gelijke tred houden met de loonontwikkeling in de marktsector, mede doordat de zorg in het regeerakkoord werd uitgezonderd van de nullijn.

Samengevat tonen de cijfers aan dat in de sectoren waar het economisch relatief goed gaat de lonen sterker stijgen dan in sectoren waar bezuinigd moet worden, zoals bij de overheid. Daarmee lijkt de loonontwikkeling in ons land de economische werkelijkheid te volgen.

 

Vakbonden zullen moeten verjongen!

1 november 2013

De tijd dat crisis voor vakbonden het lichtpuntje van ledengroei had lijkt achter ons te liggen. Deze week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over de ontwikkeling van de ledentallen van vakbonden. Eind maart 2013 telden de vakbonden samen 1,8 miljoen leden, 52.000 minder dan een jaar eerder. Vooral onder 25 tot 45-jarigen nam het aantal leden af met zo’n 33.000 uit deze leeftijdsgroep. Het aantal leden onder 25 jaar nam met 8.000 af tot 61.000; een afname met maar liefst 12%. Alleen onder 65-plussers nam het aantal vakbondsleden toe. Volgens het CBS komt dit doordat leden na hun pensionering lid van een vakbond blijven. Het ledenverlies treft alle vakcentrales: FNV, CNV en MHP. Samen hadden zij in maart 2013 155.000 leden minder dan een jaar eerder. Het ledenverlies van de vakcentrales werd mede veroorzaakt door het uittreden van aangesloten vakbonden. Kleinere vakbonden hadden een bescheiden ledengroei. (Bronnen: CBS, NU.nl en De Volkskrant)

De vraag is of en hoe het tij van ledenverlies door vakbonden is te keren. Als de vakbonden – zoals uit de CBS-cijfers blijkt – door ouderen aantrekkelijker worden gevonden dan door jongeren, ligt ‘verjonging’ als strategie voor de hand. Enige tijd geleden klopten jongeren via het initiatief Nieuwe Top nadrukkelijk aan de deur van de vakbondsbesturen. Maar de website nieuwetop.nl opent nu met een uitnodiging voor een bijeenkomst op 18 juni 2013(!)… De schwung waarmee Nieuwe Top zich bij de start presenteerde lijkt op zijn minst wat geluwd.

Een andere manier van ‘verjongen’ is om de core-business van de vakbeweging aan te passen bij de wensen en behoeften van jongeren. Allerlei onderzoeken wijzen uit dat jongeren zélf aan het stuur willen zitten, maar daarbij best wat richtingwijzers kunnen en willen gebruiken. Meer individuele keuzevrijheid in bijvoorbeeld CAO’s met de vakbeweging in de rol van adviseur voor leden (via de contributie) en niet-leden (via een concurrerend tarief) zou daar wellicht op in kunnen spelen. Dat vereist het loslaten van bepaalde zekerheden. Maar ook de zekerheid dat het zónder het verzetten van de bakens wel eens slecht met de vakbeweging kan aflopen.