Archive for maart, 2014

Hoe stoppen we topinkomens?

28 maart 2014

Deze week verscheen een nieuw nummer van Zeggenschap, het vakblad op het terrein van arbeidsverhoudingen. Door een drukkersfout stond de advertentie van HS Arbeidsvoorwaarden met een foto van mij pontificaal op de cover! Maar dat terzijde… Ik schrijf voor Zeggenschap naast artikelen over CAO en arbeidsvoorwaarden een vaste column. Deze keer over de explosieve ontwikkeling van topinkomens binnen en buiten Nederland: (S)topinkomens.

Over topinkomens is al veel gezegd en geschreven. Het viel niet mee er nog iets nieuws over te schrijven. Toch heb ik me aan een suggestie gewaagd. Om topinkomens vanaf een bepaalde hoogte, bijvoorbeeld 20 maal het wettelijk minimum loon (de norm die vanuit de vakbeweging wordt bepleit), niet langer de bescherming van de arbeidsovereenkomst te bieden. Topinkomens moeten dan afgesproken worden in overeenkomsten van opdracht. Enige tijd geleden besprak ik deze suggestie met een hoofdrolspeler in de polder. Die zag er wel iets in.

Sceptici zullen zeggen dat het middel erger is dan de kwaal, omdat de grootverdiener als opdrachtnemer zélf over zijn of haar topinkomen gaat meebeslissen, terwijl dat nu gebeurt door de Raad van Commissarissen. Daarover hoorde ik deze week de boeiende mening dat juist het ontbréken van verantwoordelijkheid voor het eigen topinkomen de gierende motor achter de explosie van topinkomens is! Topfunctionarissen hoeven zich er immers niet voor te verantwoorden, maar kunnen wijzen naar hun toezichthouder (en doen dat ook).

Als opdrachtnemers zullen topfunctionarissen zélf verantwoordelijkheid moeten nemen voor de hoogte van het tarief dat ze voor hun prestaties vragen. En dat zou best eens een néérwaartse beweging in gang kunnen zetten!

Advertenties

Overheidsbemoeizucht met CAO’s!

20 maart 2014

Eéns in de zoveel tijd is het weer zo ver. Dan kan de politiek het niet laten om zich met CAO’s te bemoeien. Zo ook afgelopen week. Een meerderheid van de Tweede Kamer vroeg de regering in een motie er voor te zorgen dat onderwijsbestuurders onder dezelfde CAO gaan vallen als het onderwijspersoneel. Dat moet een eind maken aan de eigen CAO voor onderwijsbestuurders die nota bene op aandringen van de Tweede Kamer tot stand kwam. 

Tegelijkertijd schrijft Minister van Financiën Dijsselbloem aan de Tweede Kamer dat de CAO’s van banken verder versoberd moeten worden. Dijsselbloem heeft de bestuurders van de twee staatsbanken ANB Amro en SNS Reaal gevraagd in de onderhandelingen met vakbonden fors in te zetten op versobering van pensioenen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Overigens zijn de CAO’s van niet-staatsbanken als ING, RBS en Rabobank eigenerbeweging al flink versoberd…

Ik heb in de media geen kritiek gelezen op deze bemoeienis van de politiek met de inhoud van CAO’s. Waarschijnlijk omdat de pijlen zich richten op groepen werknemers die volgens velen wel een veer kunnen laten. Maar een al te coulante houding kan sociale partners wel eens lelijk opbreken. In het onderwijs, waar nét besloten is om de verantwoordelijkheid voor de CAO’s bij sociale partners te leggen, leidt het er mogelijk toe dat de overheid weer aanschuift en er onduidelijke tripartite CAO-onderhandelingen ontstaan. Bij de banken schuift de minister niet zelf aan tafel, maar geeft hij bestuurders van staatsbanken de argumenten mee: versobering van arbeidsvoorwaarden en verlaging van loonkosten zijn van belang voor een stabiel financieel stelsel en dragen bij aan het overbruggen van de kloof tussen maatschappij en financiële sector. Zijn dat vraagstukken die CAO-onderhandelaars moeten oplossen? 

CAO-onderhandelingen zijn het domein van werkgevers en werknemers. Hun vrijheid van onderhandelen moet gegarandeerd zijn. Overheid en politiek behoren zich van iedere inhoudelijke bemoeienis te onthouden! Dat is vastgelegd in internationale ILO-verdragen die door Nederland zijn geratificeerd. Dat vraagt van het kabinet en de Tweede Kamer méér terughoudendheid en van sociale partners een kritischer opstelling!

Met filosoof Rawls CAO-conflicten oplossen!

14 maart 2014

Het zal niemand ontgaan dat het onrustig is in CAO-land. In veel bedrijven en sectoren gaan de onderhandelingen over de nieuwe CAO en/of sociaal plan gepaard met actiedreiging, daadwerkelijke acties en zelfs stakingen. Grolsch, Philip Morris, NXP, Tata Steel, Flora Holland (waar inmiddels CAO’s tot stand zijn gekomen), Xerox, Avia partner en Holland Casino hebben er mee te maken, maar ook de sectoren schoonmaak, vervoer, middelbaar beroepsonderwijs, gemeenten en verplegenden, verzorgenden en thuiszorg (ondanks 2 overeengekomen CAO’s) hebben er mee te maken of lijken er mee te maken te krijgen.

Deze week vroeg BNR Radio me om een reactie op de dreigende staking in de schoonmaak. In 2010 verkende ik voor CAO-partijen in de schoonmaak samen met Keimpe Schilstra de weg naar de oplossing van de – toen – langste staking sinds de Visserijstaking in 1933. We maakten met succes gebruik van X-stra©, de methode die we zelf ontwikkelden voor het oplossen van CAO-conflicten. X-stra© is gebaseerd op ideeën van politiek filosoof John Rawls over consensus en paradoxen. Er is volgens Rawls altijd sprake van overlappende consensus en tegenstellingen zijn vaak ogenschijnlijke tegenstellingen door ‘of-of denken’, die door ‘en-en denken’ kunnen worden overbrugd.

Wij passen de ideeën van Rawls toe in een aanpak die lijkt op de wijze waarop de politie bij aanrijdingen in het verkeer optreedt. Beide agenten nemen eerst ieder één van de beide partijen apart om het eigen verhaal over de toedracht te laten doen. Pas als alle feiten en zienswijzen op tafel liggen worden die door de agenten samen gebracht, geanalyseerd en gebruikt voor het vinden van een oplossing die door beide partijen wordt geaccepteerd. Deze aanpak passen wij toe in CAO-conflicten door elk aan de kant van één van de partijen te gaan staan en vanuit beide invalshoeken wegen naar oplossing van het CAO-conflict te verkennen.

Door niet te oordelen over de opstelling van CAO-partijen, maar vanuit de invalshoek van beide partijen te zoeken naar overlappende consensus en ogenschijnlijke tegenstellingen ontstaan goede kansen op het vinden van een weg die naar de oplossing van het CAO-conflict leidt. In de schoonmaak zeiden CAO-partijen destijds: ‘zij lieten ons oplossingen zien waarvan we dachten dat die voor de andere partij niet bespreekbaar waren’.

Lees het artikel over X-stra© in vakblad Zeggenschap van december 2009.

Irritatie of begrip over CAO-inzet?

7 maart 2014

Deze week lijkt CAO-land in de ban van dé looneis van 3%. Zelf werd ik er door BNR Radio en door De Financiële Telegraaf over bevraagd. Krantenkoppen laten aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Looneis FNV eerder te laag dan te hoog’ en ‘Looneis vakbond frustreert CAO-overleg’. Aan CAO-tafels waarbij ik betrokken ben is de irritatie over en weer ook merkbaar. Werkgevers ergeren zich aan de hoogte van de vakbondsinzet, vakbondsbestuurders ergeren zich op hun beurt aan de kritiek van werkgeverszijde, geuit door werkgeversorganisatie AWVN. 

De verwachting van de AWVN (en van het Centraal Plan Bureau) is dat de CAO-lonen in 2014 gemiddeld met 1,5% zullen stijgen. Maar evenals vorig jaar zullen de verschillen rondom de gemiddelde loonstijging groot zijn. In sectoren die uit publieke middelen worden gefinancierd zal de loonstijging waarschijnlijk (veel) lager uitvallen, in de op export gerichte bedrijven en sectoren mogelijk hoger. Economen berekenen dat de gemiddelde productiviteitsstijging en de inflatie (die de vakbondsinzet bepalen) over 2014 in de buurt van 3% zullen uitkomen. 

Maar een structurele loonstijging van 3% lijkt voor 2014 voor veel bedrijven en sectoren (veel) te veel van het goede. Het economisch herstel is nog te pril om al een voorschot te nemen op optimistische prognoses. De stelling van sommige economen dat onze economie gebaat is bij loonsverhoging en koopkrachtstijging zal hen nog niet overtuigen. Kortom: zowel vakbonden als werkgevers lijken een begrijpelijk standpunt in te nemen. Zou dat niet over en weer meer tot begrip voor dan tot irritatie over elkaars inzet moeten kunnen leiden?