Archive for april, 2014

Innoveren van het innoveren moet!

26 april 2014

Vrijdag bracht ik met vertegenwoordigers van werkgevers, vakbonden en CAO-fondsen op uitnodiging van het CAOP een bezoek aan Brainport in Eindhoven. Brainport is uitgegroeid tot dé hightech-regio van Nederland en van Europa. Een unieke samenwerking tussen ondernemers, opleiders en overheden die de concurrentie met de rest van de wereld aandúrft en aankán.

Ton Wilthagen, hoogleraar aan de Tilburg University en bedenker van flexicurity, het concept voor zichzelf versterkende combinaties van flexibiliteit en zekerheid, sprak over innovatie. Hij noemde Brainport een voorbeeld van ‘innoveren van het innoveren’. Innovatie is geen eenmalige gebeurtenis, maar een dynamisch en continu proces van voortdurende vernieuwing.

Dat innoveren van het innoveren noodzakelijk is bleek ook bij de bezoeken aan Brainport-bedrijven die te maken hebben met de Wet van Moore. Die zegt dat het aantal transistoren in een geïntegreerde schakeling elke twee jaar verdubbelt! Voor deze bedrijven is innoveren de basis van hun bestaan. Stopt het innoveren dan stopt daarmee hun bestaansrecht!

Geldt dat ook niet voor arbeidsverhoudingen? Moeten die ook niet blijven mee veranderen met de veranderingen in de maatschappij? Op 1 mei verschijnt de digitale versie van het boek Werken in en aan Verandering dat ik samen met Jeroen Pepers, directeur van het A&O-fonds Gemeenten, heb geschreven. Daaruit blijkt de snelheid waarmee de wereld van arbeid en arbeidsverhoudingen verandert. Ook dát vraagt om innoveren van het innoveren!

Advertenties

Looneis 3% is niet dé boosdoener!

9 april 2014

Directeur Harry van de Kraats van de AWVN legt in het Financieele Dagblad de vinger op de zere plek met de constatering dat het vertrouwen tussen CAO-partijen ver te zoeken is. Van de Kraats wijst de ‘harde’ 3%-looneis van met name bij de FNV aangesloten vakbonden als belangrijke oorzaak aan. Dat is begrijpelijk, maar ís de 3%-eis wel de belangrijkste boosdoener?

Ik denk dat er meer, fundamentelere, oorzaken ten grondslag liggen aan de vertrouwenscrisis in onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden over CAO’s en Sociale Plannen (die ook met veel stakingsacties gepaard gaan). Vakbonden lijken er niet meer op te vertrouwen dat zij door middel van redelijk overleg met werkgevers resultaten kunnen bereiken die hun leden tevreden stellen.

Maar ook veel werkgevers lijken het vertrouwen in traditionele onderhandelingen over CAO’s en Sociale Plannen verloren te hebben. In CAO-onderhandelingen waarbij ik ben betrokken merk ik steeds vaker dat zij het ‘waarom’ van CAO-afspraken met vakbonden aan de orde stellen. Daarbij lijkt de behoefte aan maatwerkafspraken, soms met de eigen Ondernemingsraad, zienderogen toe te nemen.

CAO-onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden lijken inderdaad in een crisis terecht gekomen. Vorige week werd bekend dat de helft van alle CAO’s (ruim) verlopen is! Maar die crisis wordt niet opgelost door 3% door een ander percentage te vervangen. Dat vereist een fundamentele discussie over volwassen arbeidsverhoudingen en nut en noodzaak van collectieve afspraken over arbeidsvoorwaarden.

Maatwerk of one size fits all?

4 april 2014

Deze week maakte de AWVN bekend dat bijna 60% van de CAO’s, 518 in totaal, verlopen is. Daardoor werken 2,8 miljoen werknemers onder een verlopen CAO. Het afsluiten van die CAO’s vlot nog niet. In de maand maart werden er 17 afgesloten, waarmee het totaal voor het eerste kwartaal van 2014 op 49 staat. De gemiddelde loonstijging van die CAO’s bedroeg 1,64%. Dat is hoger dan het CBS-cijfer over de afgelopen 12 maanden van 1,1% (zie CAO-Barometer).

De AWVN gaat voor heel 2014 uit van een loonstijging van 1,5%, overeenkomstig de door het CPB geraamde inflatie (die overigens op dit moment slechts 1,1% bedraagt). Daar knelt de schoen, omdat de vakbonden, de FNV voorop, in (vrijwel) elke CAO-onderhandeling de eis van 3% CAO-loonstijging op tafel legt. Die looneis lijkt, in tegenstelling tot andere jaren, niet gemakkelijk te ruilen tegen andere CAO-afspraken over bijvoorbeeld scholing en inzetbaarheid.

3% loonstijging is voor sommige bedrijven, mede vanwege de aantrekkende economie, reëel, hoewel het aangekondigde massa-ontslag bij Philip Morris, waar de looneis van 3% na staking werd ingewilligd aantoont dat de schijn soms bedriegt. Maar heel veel bedrijven zijn nog voorzichtig om al te snel op de opleving van de economie vooruit te lopen. Daarmee zullen CAO’s óók rekening moeten houden.

De verschillen tussen sectoren en bedrijven vereisen maatwerkafspraken, die rekening houden met die verschillen in plaats van one size fits all. De bereidheid daartoe kenmerkte de afgelopen jaren het decentrale karakter van CAO-onderhandelingen. Als dat weer terugkeert zal het aantal verlopen CAO’s vast en zeker in rap tempo afnemen. En dat is uiteindelijk in het belang van werkgevers én werknemers.