Archive for juni, 2014

Vakbond van deze tijd!

28 juni 2014

Twee weken geleden meldde ik dat FNV Bondgenoten in een interview liet weten dat leden voortaan in de eerste plaats hun eigen boontjes moeten doppen. De vakbond kan hen daarbij coachen en ondersteunen, maar ze moeten het zelf doen. ‘We hebben onze leden in het verleden teveel gepamperd’, luidde de kop boven het interview. Prompt kreeg ik van de kant van het CNV Visie 2014-2018 van CNV Vakmensen toegezonden met de titel: Vakbond van deze tijd.

Ik heb het gelezen en inderdaad: CNV Vakmensen houdt de leden ook voor dat de tijd waarin zij de verantwoordelijkheid voor hun werk en welzijn aan de vakbond konden delegeren voorbij is. Mensen zullen daar zelf verantwoordelijkheid voor moeten nemen. De vakbond kan daarvoor randvoorwaarden (ruimte, middelen, zeggenschap en zelfbewustzijn) organiseren en hen daarin desgewenst coachen en ondersteunen. Kortom: CNV Vakmensen wil zich aanpassen bij deze tijd en vakbond van deze tijd zijn!

Toen ik in 1986 mijn loopbaan bij één van de voorlopers van CNV Vakmensen beëindigde trad net een nieuwe voorzitter aan. Hij riep de vakbeweging op ‘zijn koers te verleggen’, omdat ‘de traditionele vakbeweging geen toekomst meer heeft’. Hij pleitte met élan voor ‘minder collectief en meer oog voor verschillen tussen sectoren, bedrijven en individuen’! Daaruit sprak vertrouwen in de toekomst van de vakbeweging!

Inmiddels zijn we bijna 30 (!) jaar verder. De koers van de grootste vakbonden van FNV en CNV verdient navolging. Maar de vraag dringt zich op of het niet te laat en te weinig is. Bovendien verraadt de toonzetting dat de koers niet van harte, maar met flinke tegenzin wordt verlegd. En is het niet de toon die de muziek maakt…?

Download Visie 2014-2018 van CNV Vakmensen: Vakbond van deze tijd.

Advertenties

Van wie zijn de arbeidsvoorwaarden?

21 juni 2014

Afgelopen week bood ik in een druk bezochte bijeenkomst over het CAO-vernieuwingsconcept CAO van (N)U samen met Jeroen Pepers ons boek Werken in en aan verandering aan aan Michiel Hietkamp, voorzitter van CNV Jongeren. We hadden bewust gekozen voor een vertegenwoordiger van sociale partners van de toekomst! Werken in en aan verandering gaat immers over de toekomst (die overigens vandaag al begint!).

In de epiloog van Werken in en aan verandering introduceren we de iCAO in een verbeelde situatie in 2020, waarin John, de werknemer, Pieter, zijn werkgever en vakbondsbestuurder Marijke de hoofdrollen vervullen. In mijn toelichting op het idee van de iCAO vroeg ik de deelnemers aan de bijeenkomst: van wie zijn de arbeidsvoorwaarden, die in de iCAO geregeld worden, eigenlijk? Van Marijke? Van Pieter? Of van John? De ongeveer 100 deelnemers waren unaniem in hun antwoord: van John!

Maar àls de arbeidsvoorwaarden van John zijn, is het dan wel logisch dat niet hij, maar vooral Pieter, zijn baas, daarover met Marijke, de vakbondsvrouw, afspraken maken? Nee! Als de arbeidsvoorwaarden van John zijn (wat we blijkbaar allemaal – ik denk terecht – vinden) dan hoort John toch ook de meeste zeggenschap over zijn arbeidsvoorwaarden te hebben? Dàt is precies wat we met de iCAO willen bereiken!

In de iCAO heeft John het zélf voor het zeggen. Pieter maakt met Marijke alleen afspraken over de totale waarde in geld van zijn pakket arbeidsvoorwaarden en over de indexatie daarvan. Voor dat laatste hebben ze een indexatiemechanisme afgesproken, waardoor de onderhandelingen behoudens eventualiteiten nog maar eens in de 5 jaar gevoerd worden. Verder bepaalt John zelf welk salaris hij maandelijks krijgt, hoeveel vrije tijd hij neemt, wat hij investeert in zijn persoonlijke ontwikkeling, scholing, vitaliteit en inzetbaarheid. Althans als hij dat wil! Want voor collega’s die dat allemaal niet willen kent de iCAO een default keuze, waardoor alles bij het oude kan blijven.

Is de iCAO toekomstmuziek of utopie? Technisch is het al werkelijkheid: het kan al! De vraag is: willen we het? Daarover praten we op 5 september door in een invitational conference. Als je daarvoor belangstelling hebt, laat het me weten. Je vindt de epiloog over de iCAO in Werken in en aan verandering. Veel leesplezier!

CAO en de kunst van het loslaten!

13 juni 2014

Het was door 2e Pinksterdag (in Nederland nog steeds een vrije dag!) een korte werkweek, maar er gebeurde veel. Ik sprak uitgebreid met een vakbondsbestuurder over de toekomst van de vakbeweging en verzorgde op het Voorjaarscongres van de NVZD voor bestuurders in de zorg een sessie over volwassen arbeidsverhoudingen. Tevens maakte ik me met mede schrijver Jeroen Pepers en uitgever CAOP/CAOvan(N)U op voor de aanbieding van ons boek ‘Werken in en aan verandering’ aan Michiel Hietkamp, voorzitter van CNV Jongeren, komende week.

Door al die activiteiten loopt een rode draad: loslaten. De vakbeweging moet zich aanpassen bij de komst op de arbeidsmarkt van de Grenzeloze Generatie, zoals beschreven in ‘De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK’ van Frits Sprangenberg en Martijn Lampert. Bestuurders in de zorg (en ook in andere sectoren) realiseren zich (of moeten zich realiseren) dat volwassen arbeidsverhoudingen met hun medewerkers bijdragen aan volwassen dienstverlening door diezelfde medewerkers aan hun klanten. En daarmee aan het bedrijfsresultaat! Voor de inrichting van volwassen arbeidsverhoudingen zijn zij zélf verantwoordelijk, niet (alleen) CAO-partijen op afstand!

Volwassen arbeidsrelaties moeten (zeker voor een belangrijk deel) individueel worden ingericht. Dat betekent ronduit: minder CAO, hoewel er vast en zeker bepaalde collectieve kaders zullen blijven bestaan. De vakbeweging kan werkers (werknemers én zp’ers, leden en niet-leden) daarbij coachen en ondersteunen. ‘Werken in en aan verandering’ gaat over het loslaten van oude kaders en gewoonten, ook aan CAO-tafels! Een lange weg te gaan? Misschien. Maar juist deze week kondigde CAO-coördinator Toon Wennekers van FNV Bondgenoten in het Algemeen Dagblad een koerswijziging aan: van zaakwaarnemer naar coach! ‘We hebben onze leden in het verleden te veel gepamperd’, zegt Wennekers. Werknemers moeten zelfredzamer worden, vindt hij. Er gloort hoop!