Archive for november, 2014

Fusies of pop-up store: wat heeft de toekomst?

29 november 2014

Er is deze week veel gebeurd in vakbondsland. De leden van FNV Bondgenoten stemden in met het fusieproces dat moet leiden tot een grote FNV. Na een mislukte poging begin oktober bleken er in de herkansing voldoende ja-zeggers. Ook bij het CNV werd een fusie aangekondigd. CNV Publieke Zaak, actief bij de overheid en in de zorg, en CNV Onderwijs gaan vanaf volgend jaar samen verder als CNV Connectief. Tot slot het initiatief van de CNV Dienstenbond. In Amersfoort opende de vakorganisatie, heel hip, een pop-up store. Volgens de website van CNV Dienstenbond kan iedereen daar terecht met vragen over werk, inkomen en de loopbaan.

De meeste aandacht ging uit naar FNV Bondgenoten. Het FNV zal na de fusie één grote organisatie worden met als belangrijke opdracht een relevante factor te blijven in sociaal-economisch Nederland. Natuurlijk geldt deze opdracht voor alle vakbonden. Met een afnemend marktaandeel onder de werkzame beroepsbevolking en structurele veranderingen in de economie, zoals de toename van het aantal zzp`ers, zal dat een lastige klus zijn. In het redactioneel commentaar wees NRC Handelsblad er op dat vakbonden vooral ondernemender moeten worden. De vraag is natuurlijk of dat met een fusie lukt. Ervaringen met fusies in het bedrijfsleven zijn niet onverdeeld positief.

Als je het hebt over de ondernemende vakbond, spreekt de pop-up store van de CNV Dienstenbond mij meer aan dan fusies. Een laagdrempelige plek waar mensen terecht kunnen met allerlei vragen over werk en loopbaan lijkt me een idee dat toekomst kan hebben. Het past in een tijd waarin van werknemers meer initiatief wordt verwacht en zij dat ook vaak zelf willen nemen. Op een positieve manier met werkenden in gesprek gaan over ambities, wensen en mogelijkheden is een model dat vakbonden wellicht relevant houdt. Zeker voor mensen die zelden in de gelegenheid zijn met onafhankelijke professionals te speken over hun vragen over werk en loopbaan. Het zou mooi zijn als de pop-up store daar een bijdrage aan kan leveren. Niet om leden voor de vakbond te werven, maar echt vanuit de behoefte van de individuele werknemer. Dat zo`n gesprek of advies iets mag kosten, vind ik niet meer dan logisch. Maar met een toenemende aandacht voor individuele (ontwikkelings)budgetten hoeft dat geen probleem te zijn.

Wilco Brinkman,
partner HS Arbeidsvoorwaarden

Advertenties

Beroven bedrijven hun personeel?

22 november 2014

‘Bedrijven beroven personeel’. Zo citeert de Telegraaf FNV-voorzitter Ton Heerts, die stelt dat werkgevers zich schuldig maken aan een ‘miljardenroof’. Zij zouden op slinkse wijze loon, toeslagen en premies achterhouden door CAO’s te ontduiken. Heerts noemt hen in de Telegraaf ‘de criminelen van de toekomstige arbeidsmarkt’.

Misschien is de harde toon van Heerts ook ingegeven door het komende congres van FNV Bondgenoten dat definitief beslist over de toekomst van de nieuwe FNV. Maar er is ook wat aan de hand in de relatie tussen werkgevers en vakbeweging. Dat is ook zichtbaar aan de CAO-onderhandelingstafels. Het valt op dat verlaging van CAO-kosten daar een veel voorkomend issue is. Bij Air France-KLM, in bouw gerelateerde sectoren en zelfs bij het goed presterende IKEA. Werkgevers zien de CAO blijkbaar vooral als kostenpost en kennen daarvoor maar één richting: omlaag! Het zou natuurlijk veel beter zijn als de CAO gezien werd als instrument om te investeren in medewerkers, die daardoor een hoger rendement leveren. Hoogleraar Paul de Beer pleitte er onlangs voor om het verbeteren van de productiviteit onderwerp van CAO-onderhandelingen te maken. Dat lijkt een veel betere bijdrage aan de ook door VNO-NCW (directeur beleid Cees Oudshoorn schreef er het boekje Grenzeloos Groeien over) bepleite vergroting van het verdienvermogen van Nederland. De Erasmus universiteit in Rotterdam onderzoekt het verband tussen plezier in het werk en productiviteit. Biedt dat niet een prachtige brug tussen CAO, productiviteit en verdienvermogen?

Om de CAO niet als kostenpost te zien maar als middel om productiviteit te verbeteren en verdienvermogen te vergroten is in veel sectoren een CAO-hervorming nodig, die de CAO wendbaarder en ondernemender maakt. Dáár wringt de schoen écht en dat is niet alleen werkgevers te verwijten. Dat is óók de verantwoordelijkheid van de vakbeweging.

CAO-naleving verdient meer aandacht!

15 november 2014

Enkele maanden geleden luidde FNV Bondgenoten in een brief aan staatssecretaris Dijksma de noodklok over de economische situatie in de tuinbouwsector. De grote druk op kosten en overproductie mede als gevolg van de Russische boycot zijn voor sommige bedrijven aanleiding om de grenzen van het toelaatbare op te zoeken. Wat volgens de vakbond in sommige gevallen kan betekenen dat bedrijven de cao niet correct naleven.

In een onderzoek dat ik in 2012 samen met Marieke van Essen van a-advies bv heb uitgevoerd, identificeerden we een aantal factoren die een indicatie kunnen zijn voor het risico van cao-ontduiking of het voorkomen van schijnconstructies in een sector. Het gaat om kenmerken als: een hoog percentage van de bedrijfskosten bestaat uit arbeidskosten, relatief laag geschoold werk en concurrentie op basis van kosten. Ook in de tuinbouwsector zijn deze factoren herkenbaar.

Helaas blijkt dat in veel sectoren waar het risico op cao-ontduiking hoog is, er weinig bekend is over het aantal ontduikingen of schijnconstructies. Dat geldt niet alleen voor de tuinbouwsector. Onderzoek dat ik momenteel uitvoer lijkt dat beeld te bevestigen. Aan de ene kant is dat natuurlijk niet vreemd, met dubieus gedrag loop je als werkgever niet te koop. Aan de andere kant is het ook raar. Je zou zeggen dat waar sociale partners afspraken maken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen ze ook willen dat deze worden nageleefd. Toch zijn er maar weinig sectoren waar de controle op en handhaving van cao-afspraken goed is georganiseerd. Dat is jammer, want uiteindelijk heb je dan geen goed zicht op de ernst en mate van cao-ontduiking. En dat betekent dat het lastig is om concrete acties te ondernemen die bijdragen aan een sector waar het goed werken is in gezonde bedrijven. Als sociale partners daar echt voor staan, zouden ze niet alleen cao`s moeten afsluiten maar ook afspraken maken over hoe deze cao`s te handhaven.

Wilco Brinkman
partner HS Arbeidsvoorwaarden

Lees het artikel over CAO-naleving in KAS Magazine met een bijdrage Wilco Brinkman van HS Arbeidsvoorwaarden.

Een vleug Italiaanse Renzi voor de polder!

7 november 2014

De Italiaanse premier Matteo Renzi stond enkele weken geleden in Rome tegenover 1 miljoen demonstranten. Die waren door de Italiaanse vakbonden opgeroepen te protesteren tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de versoepeling van het ontslagrecht. Voor Renzi, leider van de Italiaanse sociaal democraten, zeg maar de Lodewijk Asscher van Italië, een lastige positie. Maar de jonge regeringsleider nam geen blad voor de mond. “De wereld is veranderd. De vaste baan bestaat niet meer”, hield hij de demonstranten voor. “Wie zich in 2014 vastklampt aan een regeling uit 1970, is als iemand die een Iphone pakt en vraagt waar hij het muntje in moet gooien. Of die vraagt hoe het rolletje in de digitale camera moet.”

De woorden van Renzi getuigen niet alleen van moed, maar ook van oog voor de realiteit. Het gaat er niet om of je voor of tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt bent. Het gaat erom dat je de werkelijkheid onder ogen ziet en daarnaar handelt. Dát is wat anno 2014 van kabinet en sociale partners verwacht wordt. In Italië, maar ook in Nederland. Dat vraagt om visie op flexibele arbeidsrelaties, gericht op werkzekerheid in plaats van baanzekerheid. Vanuit het besef dat we het er mee zullen moeten doen. In De Financiële Telegraaf zegt de nieuwe voorzitter van de SER Mariëtte Hamer dat ze écht gelooft in de polder. Maar nergens blijkt dat de polder de werkelijkheid van 2014 onder ogen ziet en daarnaar handelt. In tegendeel. Zo houdt Hamer onverkort vast aan de samenstelling van de SER die dateert uit 1950. “Dat blijft zo”, zegt ze daarover kortaf.
Misschien kan onze polder wel een vleug Italiaanse Renzi gebruiken!