Archive for april, 2015

Scholingsbudgetten hebben voor- én nadelen

24 april 2015

De roep om maatwerk en meer ruimte voor keuzemogelijkheden in CAO’s klinkt steeds luider. Vorige week ging CAOpinie© over de Schuif-CAO. Een vernieuwende gedachte van de jongerenorganisaties van FNV en CNV om het beter mogelijk te maken arbeidsvoorwaarden tegen elkaar uit te ruilen. De Schuif-CAO lijkt sterk op de i-CAO die HS Arbeidsvoorwaarden vorig jaar introduceerde. In het dagblad Trouw pleitte D’66-Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg om geld voor scholing en ontwikkeling niet meer via de sectorale opleidings- en ontwik-kelingsfondsen te verdelen maar direct in een individueel scholingspotje te stoppen.

Medewerkers kunnen zeker gebaat zijn met een individueel scholingsbudget. Dat past bij de Schuif-CAO en de i-CAO. Het verhoogt de betrokkenheid en medewerkers krijgen een instrument om de eigen verantwoordelijk-heid handen en voeten te geven. Maar we moeten oppassen het kind niet met het badwater weg te gooien. In de praktijk blijken dergelijke individuele budgetten, zeker bij aanvang, vrij beperkt van omvang te zijn. Je kan er dan eigenlijk weinig mee. Misschien niet zo groot probleem voor werknemers bij (grote) bedrijven met flinke scholingsbudgetten. Maar wel voor werknemers bij bedrijven die om welke reden dan ook niet beschikken over voldoende geld. Het sectoraal verdelen van (een deel) van het geld voor scholing en ontwikkeling kan dan hel-pen om de toegang hiertoe voor deze werknemers te vergroten. Dat betekent wel dat fondsen soms zullen moeten kiezen voor meer specifiek en minder generiek beleid.

Wilco Brinkman, partner HS Arbeidsvoorwaarden

Advertenties

Schuif-CAO: wat schuift het?

17 april 2015

‘Wat schuift het?’ Zo werd vorige week de Schuif-CAO gepresenteerd op de bijeenkomst van ReflexLAB, initiatief van de jongerenorganisaties van FNV en CNV. Willen zij dan een poen-CAO? Integendeel! Onderzoek onder jongeren levert drie prioriteiten op. Zij willen – vooraf en digitaal! – bij onderhandelingen betrokken worden (1), zij willen individuele keuzeruimte (2) en zij zien SCHOLING als belangrijkste arbeidsvoorwaarde (3). En last but not least: zij willen de CAO behouden! Maar wel onder deze drie voorwaarden. De Schuif-CAO die jongeren bepleiten moet hen in staat stellen binnen de CAO te schuiven tussen arbeidsvoorwaarden als geld, vrije tijd en andere regelingen.

De Schuif-CAO lijkt als twee druppels water op de i-CAO die ik vorig jaar op 1 mei samen met Jeroen Pepers van het A&O-fonds Gemeenten introduceerde in de epiloog van ons boek Werken in en aan verandering. De i-CAO wordt collectief afgesproken, maar biedt medewerkers optimale individuele keuzevrijheid en keuzemogelijkheden. Zo’n CAO combineert prima met een budget voor scholing en ontwikkeling. Liefst op naam van de medewerker zelf die daardoor eigenaarschap ervaart, kan sparen voor een duurdere opleiding en het budget bij verandering van werkgever mee kan nemen. Mogelijkheden daarvoor, met instemming van de fiscus, zijn al beschikbaar! En toch is het aantal CAO’s dat op deze leest wordt geschoeid nog op de vingers van de hand te tellen… Dat moet veranderen. Met dat doel gaan we de komende tijd de handen ineen slaan met iedereen die de Schuif-CAO een warm hart toedraagt!

Laat oude instituties los!

11 april 2015

De flexibele arbeidsrelatie is een voldongen feit op de Nederlandse arbeidsmarkt. Wat we er ook van vinden, hij neemt een belangrijke plek in in de economie. De cijfers spreken boekdelen. Ongeveer 30% van de werkende beroepsbevolking werkt op basis van een flexibel contract. En dit jaar zullen naar verwachting ruim 1 miljoen zzp’ers actief zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hun groei is over de jaren heen vrij stabiel en neemt jaarlijks toe met ongeveer 35.000 personen.

De nadelen van flexibele arbeidsrelaties voor de flexwerkers krijgen veel aandacht. Het inkomen is onzeker, zij zijn beperkt voorbereid op werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of pensioen, komen moeilijk in aanmerking voor een hypotheek en hebben vaak last van psychische klachten (zie CAOpinie van 21 maart). Dat zijn serieuze vraagstukken die absoluut aandacht verdienen. De vraag is of de wijze waarop dat nu gebeurt ook een oplossing biedt. De aandacht gaat vooral uit naar het vaste arbeidscontract als de meest wenselijke situatie. De Wet werk en zekerheid regelt nu dat flexwerkers sneller dan voorheen in aanmerking komen voor een vaste arbeidsovereenkomst. In CAO’s zijn afspraken gemaakt om flexwerkers zoveel mogelijk rechten als vaste medewerkers te geven en wordt het aantal flexwerkers in sommige gevallen zelfs aan een maximum gebonden. Zulke oplossingen gaan uit van de bestaande instituties, de CAO en het vaste arbeidscontract, en doen geen recht aan de grote diversiteit onder werkenden met een flexibele arbeidsrelatie. Ze zullen bedrijven er toe aanzetten gebruik te maken van nieuwe vormen van flexibele arbeid.

Het is de hoogste tijd op zoek te gaan naar instrumenten die de flexibele arbeidsmarkt accepteren en helpen bij het vinden van een goede balans tussen zekerheid en ondernemersinitiatief. Een vrijwillige pensioenvoorziening voor zpp’ers is een goed begin. Maar er liggen ook mogelijkheden op het gebied van bijvoorbeeld financiële dienstverlening, opleiding en ontwikkeling en gezondheid. Zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn dat opdrachtgevers, (organisaties van) zzp’ers en vakbonden hier afspraken over maken in zoiets als een (collectieve) overeenkomst van opdracht? Afspraken over minimum tarieven zouden er ook een plek in kunnen krijgen om een race to the bottom te voorkómen. Maar ook dit vereist het loslaten van een ander oud instrument, dat van de volledige concurrentie.

Wilco Brinkman
partner HS Arbeidsvoorwaarden