Laat oude instituties los!

De flexibele arbeidsrelatie is een voldongen feit op de Nederlandse arbeidsmarkt. Wat we er ook van vinden, hij neemt een belangrijke plek in in de economie. De cijfers spreken boekdelen. Ongeveer 30% van de werkende beroepsbevolking werkt op basis van een flexibel contract. En dit jaar zullen naar verwachting ruim 1 miljoen zzp’ers actief zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hun groei is over de jaren heen vrij stabiel en neemt jaarlijks toe met ongeveer 35.000 personen.

De nadelen van flexibele arbeidsrelaties voor de flexwerkers krijgen veel aandacht. Het inkomen is onzeker, zij zijn beperkt voorbereid op werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of pensioen, komen moeilijk in aanmerking voor een hypotheek en hebben vaak last van psychische klachten (zie CAOpinie van 21 maart). Dat zijn serieuze vraagstukken die absoluut aandacht verdienen. De vraag is of de wijze waarop dat nu gebeurt ook een oplossing biedt. De aandacht gaat vooral uit naar het vaste arbeidscontract als de meest wenselijke situatie. De Wet werk en zekerheid regelt nu dat flexwerkers sneller dan voorheen in aanmerking komen voor een vaste arbeidsovereenkomst. In CAO’s zijn afspraken gemaakt om flexwerkers zoveel mogelijk rechten als vaste medewerkers te geven en wordt het aantal flexwerkers in sommige gevallen zelfs aan een maximum gebonden. Zulke oplossingen gaan uit van de bestaande instituties, de CAO en het vaste arbeidscontract, en doen geen recht aan de grote diversiteit onder werkenden met een flexibele arbeidsrelatie. Ze zullen bedrijven er toe aanzetten gebruik te maken van nieuwe vormen van flexibele arbeid.

Het is de hoogste tijd op zoek te gaan naar instrumenten die de flexibele arbeidsmarkt accepteren en helpen bij het vinden van een goede balans tussen zekerheid en ondernemersinitiatief. Een vrijwillige pensioenvoorziening voor zpp’ers is een goed begin. Maar er liggen ook mogelijkheden op het gebied van bijvoorbeeld financiële dienstverlening, opleiding en ontwikkeling en gezondheid. Zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn dat opdrachtgevers, (organisaties van) zzp’ers en vakbonden hier afspraken over maken in zoiets als een (collectieve) overeenkomst van opdracht? Afspraken over minimum tarieven zouden er ook een plek in kunnen krijgen om een race to the bottom te voorkómen. Maar ook dit vereist het loslaten van een ander oud instrument, dat van de volledige concurrentie.

Wilco Brinkman
partner HS Arbeidsvoorwaarden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: