Archive for januari, 2016

Lang of kort onderhandelen?

29 januari 2016

Deze week werd bekend dat CAO-onderhandelingen steeds langer duren. Lezers van CAOverzicht wisten dat al, maar nu hebben werkgeversorganisaties en vakbonden het onderzocht. En wat blijkt? Waar CAO’s vroeger na 2 of 3 overlegrondes werden gesloten zijn nu vaak vier, vijf, zes of meer rondes nodig. Soms moet dat aantal zelfs met dubbele cijfers worden geschreven…

Partijen lijken van mening te verschillen over de oorzaken. De kersverse voorzitter van CNV Vakmensen Piet Fortuin noemt CAO-vernieuwing, die zijn bond hoog in het vaandel heeft staan, als een oorzaak. Unie-voorzitter Reinier Castelein denkt dat het onderlinge wantrouwen tot langere onderhandelingen leidt. Werkgeversorganisatie AWVN zoekt de oorzaak in verschillen van mening over bijvoorbeeld flexibiliteit.

Maar is de vraag of onderhandelingen lang of kort duren eigenlijk wel zo belangrijkg? Is het niet veel belangrijker hóe CAO-partijen onderhandelen? Albert Einstein zei eens: ‘Wie doet wat hij altijd deed, krijgt wat hij altijd kreeg…’ Dàt geldt ook voor CAO-onderhandelingen. Van traditionele onderhandelingen mag geen  vernieuwend resultaat  verwacht worden of die onderhandelingen nu lang of kort duren.

Wie de CAO wil aanpassen bij veranderende omstandigheden zal éérst de manier van onderhandelen moeten vernieuwen. Dialoog in plaats van discussie en debat, vanuit belangen in plaats van posities, samen met elkaar in plaats van tegenover elkaar, puzzelen in plaats van touwtrekken. Dat zal onderhandelingsprocessen soms verkorten en soms ook verlengen. Maar in beide gevallen veelal met een ander resultaat!

Henk Strating, oprichter HS Arbeidsvoorwaarden

Advertenties

Werknemers profiteren aantoonbaar van O&O-fondsen!

22 januari 2016

Een bijzonder fenomeen in de Nederlandse arbeidsverhoudingen zijn de opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen). In deze fondsen brengen sociale partners collectieve middelen in met als doel de werkgevers en werknemers uit de branche te ondersteunen bij het (verder) ontwikkelen van hun kennis en vakmanschap. Over nut en noodzaak van de O&O-fondsen vindt op gezette tijden discussie plaats. Fondsen zouden te veel reserves aanhouden, de toegevoegde waarde zou twijfelachtig zijn en het geld zou beter voor persoonlijke ontwikkelingsbudgetten gebruikt kunnen worden. Om deze discussie niet alleen vanuit meningen maar ook op basis van feiten te voeren, heb ik in opdracht van een groot O&O-fonds onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van de activiteiten van het fonds, variërend van subsidieregelingen tot workshops, voor werknemers.

Het onderzoek is uitgevoerd onder een groot aantal deelnemers en niet-deelnemers aan de activiteiten. En de conclusies zijn opvallend. Ten eerste blijkt voor alle onderzochte activiteiten dat het uurloon van deelnemers zich sneller ontwikkelt dan het uurloon van de niet-deelnemers. Gedurende een periode van 9 jaar is het verschil in sommige gevallen opgelopen tot 12 procent. Ten tweede zien we een positieve invloed op de inzetbaarheid. Deelnemers blijven vaker dan niet-deelnemers behouden voor de sector en als zij de sector verlaten is dat vaker naar een werksituatie dan de niet-deelnemers. Ook bij de werkgevers zien we positieve effecten voor werknemers. Zo blijkt dat door een deel van de activiteiten er bij werkgevers meer aandacht is gekomen voor scholings- en ontwikkelingswensen voor medewerkers in het bedrijf. Daarnaast geeft driekwart van de werkgevers aan dat de mogelijkheden om medewerkers te behouden voor het bedrijf en om medewerkers breder in te zetten in het bedrijf door de activiteiten van het O&O-fonds zijn verbeterd.

Dat er discussie plaatsvindt over de toegevoegde waarde van O&O-fondsen en de inzet van collectieve middelen is goed. Maar laten we daar nadrukkelijk ook de meerwaarde van de activiteiten van deze fondsen voor werknemers in betrekken. Ons onderzoek toont aan dat werknemers hier op verschillende manier van profiteren.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Wilco Brinkman (wilco@hs-arbeidsvoorwaarden.nl).

Wilco Brinkman, partner HS Arbeidsvoorwaarden

Stop met onderhandelen!

15 januari 2016

Deze week bezocht ik een Nieuwjaarsreceptie waar ik verschillende CAO-onderhandelaars sprak. Hun relaas vertoonde een rode draad: eigenlijk gaan de gesprekken tussen CAO-partijen in onze branche altijd goed…totdat we gaan onderhandelen… Dan kunnen we het ineens nergens meer echt over eens worden, stokt het gesprek, ontstaat er over een weer wantrouwen en irritatie. Wat kun je daar nou aan doen? En zonder er lang over na te denken zei ik: stop met onderhandelen!

Ik herken deze rode draad uit veel meer sectoren. Gesprekken tussen CAO-partijen lijken vaak radicaal te veranderen als ze aan de onderhandelingstafel worden gevoerd. Hoe kan dat verklaard worden? Wij maken in onze adviespraktijk gebruik van de metaforen van touwtrekken en puzzelen. Touwtrekken verbeeldt vechtende onderhandelingen, gericht op het overtuigen van de ander van het eigen gelijk, het binnenhalen van de eigen voorstellen en het afhouden van die van de ander. Puzzelen verbeeldt onderhandelingen tussen partijen die dat als een gezamenlijke opdracht zien en die samen de verantwoordelijkheid willen nemen die tot een goed einde te brengen. Touwtrekken gaat meestal over het verdelen van de taart. Puzzelen is meer gericht op het vergroten van de taart.

Het lijkt er op dat gesprekken tussen CAO-partijen zolang er niet onderhandeld wordt een puzzelend karakter hebben. Maar zodra partijen aan de onderhandelingstafel plaats nemen verandert dat puzzelen in touwtrekken. En niemand weet precies waarom. Dat is natuurlijk helemaal niet nodig! Aan steeds meer CAO-tafels wordt puzzelend onderhandeld. Een prachtig voorbeeld daarvan is de CAO Netwerkbedrijven. Maar er zijn – gelukkig – meer voorbeelden. Bovendien: puzzelend onderhandelen kun je heel goed leren. We hebben er een workshop voor ontwikkeld. Nieuwsgierig? Lees dit artikel over puzzelend onderhandelen in VM Magazine of neem contact met ons op.

Henk Strating,
oprichter HS Arbeidsvoorwaarden

CAO voor flexibel werkenden

15 januari 2016

“De toename van het aantal flexibele arbeidsrelaties, in het bijzonder het aantal zzp’ers, vormt een bedreiging voor de CAO.” Zo luidt een conclusie uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging dat binnenkort verschijnt. De bedreiging bestaat er vooral uit dat het bereik van de CAO onder druk staat door de groei van het aantal flexibele arbeidsrelaties. Sommige flexkrachten vallen wel onder de CAO, maar hebben vaak minder goede arbeidsvoorwaarden dan werknemers met een vast contract. Anderen, zoals zzp’ers, vallen helemaal niet onder de CAO. Voor werknemers voor wie de CAO wel van toerpassing is, is dat een bedreiging. ZZP’ers stellen hun eigen tarieven vast en zijn niet gebonden aan allerlei verplichte verzekeringen. Daarmee zetten zij het loon van werknemers met een vaste arbeidsrelatie onder druk. Aldus de conclusies van de onderzoekers.

Waar het dus eigenlijk om gaat is dat de opkomst van de flexibel werkende niet zozeer de CAO bedreigt (dat is slechts een instrument) maar vooral de positie en het inkomen van werknemers met een vast arbeidscontract. Dat lijkt me een terechte zorg van deze werknemers want de CAO is tot op heden vooral voor hen relevant. Maar moeten flexibel werkenden zich naar de belangen van werknemers met een vast arbeidscontract schikken en daarmee de CAO voor hen relevant houden of moeten we op zoek naar een instrument, en dat kan de CAO zijn, dat alle werkenden aangaat en aanspreekt?

Of de CAO een instrument is waar alle werkenden baat bij kunnen hebben, valt te bezien. Uit een onderzoek dat ik momenteel uitvoer in drie sectoren (welzijn en verzorging, bouwnijverheid en grafische industrie), waar het aantal flexibele arbeidsrelaties de afgelopen tien jaar fors is toegenomen, blijkt daar vooralsnog weinig van. Afspraken zijn gericht op regulering en bescherming van de vaste arbeidsrelatie. Voor flexibel werkenden heeft de CAO in deze sectoren nauwelijks meer betekenis gekregen dan aan het begin van deze eeuw. Ik ben bang dat als de betrokken partijen het de komende jaren ook niet lukt om de CAO ook voor deze groep relevant te maken, de dagen van de CAO wel eens geteld kunnen zijn.

Wilco Brinkman
partner HS Arbeidsvoorwaarden