Archive for november, 2017

Met of over zelfstandigen praten?

24 november 2017

Deze week nam de Tweede Kamer een motie aan die moet bereiken dat het in culturele en creatieve sectoren mogelijk wordt om collectief afspraken voor zzp’ers te maken. Tot nu toe was collectief onderhandelen ten gunste van zzp’ers lastig omdat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dat bestempelde als kartelvorming als er voor meer dan acht bedrijven tegelijk werd onderhandeld. Dat maakte het in de praktijk onmogelijk om prijsafspraken te maken voor groepen groter dan bijvoorbeeld acht journalisten, muzikanten of kunstenaars.

De motie kwam mede op initiatief van de Kunstenbond en de Nederlandse Vereniging voor Journalisten tot stand. Dat maakt het ook interessant omdat bij deze bonden veel zelfstandigen zijn aangesloten. Het zijn beroepsgroepen waar onafhankelijkheid en zelfstandigheid belangrijke waarden in het werk zijn. Hoewel de wens om collectief te kunnen onderhandelen daar in tegenspraak mee lijkt, kan dit juist deze waarden beschermen. Een redelijk tarief biedt voor de werkenden in de creatieve sectoren de mogelijkheid hun werk zelfstandig en onafhankelijk uit te kunnen voeren.

Het resultaat dat de motie beoogt, is de wens van de zelfstandigen uit de creatieve sectoren zelf. De motie is met deze groep tot stand gekomen en het resultaat zal grotendeels ook door hen moeten worden gerealiseerd. Dat is anders dan de landelijke discussie. Die wordt vooral over in plaats van met zelfstandigen gevoerd. Het resultaat daarvan is dat zelfstandigen als groep tegenover werkenden met een vast contract worden geplaatst. Zelfstandigen worden dan een bedreiging voor de vaste arbeidsrelatie. Los van de vraag of dat waar is, miskent dit vooral de waarden die zelfstandigen in hun werk van belang van vinden. Deze waarden zouden, net als in de craetieve sectoren, centraal moeten staan. Dat kan alleen door met in plaats van over zelfstandigen te praten.

Henk Strating en Wilco Brinkman, partners HS Arbeidsvoorwaarden

Advertenties

Veranderingen: dealen of tegen verzetten?

18 november 2017

Deze week hield de Tweede Kamer een hoorzitting over de platformeconomie. Die kenmerkt zich door een driehoeksverhouding tussen de levenrancier en de klant en een platform dat hen bij elkaar brengt en verbindt. De vraag is of de bestaande arbeidsverhoudingen, arbeidswetgeving en arbeidsvoorwaarden op de platformeconomie kunnen worden toegepast of dat nieuwe, daarbij passende verhoudingen, wetten en voorwaarden nodig zijn. Uit de gepubliceerde position papers blijkt dat partijen daarover van mening verschillen. Sommigen vinden dat de platformeconomie zich aan de bestaande verhoudingen, wetten en voorwaarden moet aanpassen, anderen vinden daarentegen juist dat de platformeconomie om nieuwe passende verhoudingen, wetten en voorwaarden vraagt en dat bestaande verhoudingen, wetten en voorwaarden mee moeten veranderen en moeten worden aangepast.

Iets soortgelijks zien we in CAO’s. Ook daar wordt op veel CAO-tafels gesproken over de veranderingen die zich in bedrijven en sectoren voltrekken. Ook daar vinden sommigen dat die zich moeten aanpassen bij bestaande CAO-afspraken uit het verleden, terwijl anderen vinden dat bestaande afspraken bij de veranderingen van vandaag moeten worden aangepast. Dat geldt voor de verandering van vaste contracten naar flexibele contracten, maar bijvoorbeeld ook voor het onderwerp duurzame inzetbaarheid. Moet vastgehouden worden aan de norm van het vaste contract en aan de bestaande regelingen voor oudere medewerkers? Of moeten normen en regelingen uit het verleden heroverwogen worden tegen de achtergrond van de veranderingen van vandaag? Afspraken over tussenbanen (banen voor 4 of 5 jaar met een ontwikkelingsbudget), individuele keuzebudgetten en generatiepacten zijn voorbeelden van uitkomsten van zulke discussie waar geen enkele CAO-sector of bedrijf aan ontkomt.

Henk Strating en Wilco Brinkman
partners HS Arbeidsvoorwaarden

Goede voorbereiding is het halve werk

11 november 2017

Elke (CAO) onderhandelaar kent één van de belangrijkste adviezen voor onderhandelaars: bereid je ontzettend goed voor. Een goede voorbereiding is onder andere nodig om inzicht te krijgen in de feiten, de valkuilen, je eigen prioriteiten, de voorkeuren van je onderhandelingspartner en de grenzen waarbinnen je afspraken kunt maken. Vaak vindt deze voorbereiding volledig plaats vanuit het eigen perspectief en met de eigen delegatie en achterban. Een gezamenlijk voorbereiding met de onderhandelingspartner vindt zelden plaats of beperkt zich tot het vaststellen van de onderhandelingsdata en lokatie. Dat is jammer, want een ook een gezamenlijke voorbereiding kan veel opleveren.

Een paar weken geleden mochten wij CAO partijen betrokken bij een bedrijfstak-CAO tijdens een gezamenlijke voorbereidingsdag begeleiden. Partijen wilden het onderhandelingsproces en inhoud meer met elkaar in verband te brengen. Zodat de onderhandelingen sneller dan voorheen zouden lopen en de kwaliteit van de afspraken zou verbeteren. Vanuit door HS Arbeidsvoorwaraden aangedragen inzichten uit de onderhandelingstheorie hebben partijen een aantal procesafspraken gemaakt. Deze hadden onder andere betrekking op het delen van informatie, aanspreekpunten en spelregels voor informeel overleg. Het tweede deel van de voorbereiding bestond uit het opstellen van een gezamenlijke onderhandelingsagenda. Via de door ons ontwikkelde methodiek van Puzzelend Onderhandelen zijn de thema’s geïdentificeerd, prioriteiten vastgesteld en is nagegaan op welke thema’s relatief snel (of juist niet) afspraken kunnen worden gemaakt. CAO-partijen hebben hiermee focus aangebracht voor de onderhandelingen en voor de periode daarna.

Onlangs ontvingen het bericht dat de CAO onderhandelingen in deze sector voorspoedig verlopen, mede dankzij de voorbereidingsdag. Altijd leuk om te horen.

Henk Strating en Wilco Brinkman
partners HS Arbeidsvoorwaarden

Hogere lonen, langere looptijden

3 november 2017

Zoals uit de informatie in CAOverzicht blijkt gaan de lonen langzaam maar zeker omhoog. Percentages die met 3 beginnen zijn geen uitzondering meer, we komen zelfs hogere percentages tegen. Maar tegelijkertijd zien we dat de looptijden van CAO langer worden, tot zelfs 30 maanden en meer. Daardoor blijft de loonstijging op jaarbasis vooralsnog beperkt tot 2 tot 2,5%, met uitzonderingen naar boven en naar beneden. Dat wordt bevestigd door CBS-cijfers over de gemiddelde CAO-loonstijging. Die stijgt weliswaar licht, maar blijft vooralsnog zelfs onder de 2%; de CAO-loonkostenstijging gaat daar net bovenuit.

Het beeld van hogere lonen en langere looptijden is kenmerkend voor de situatie waarin de economie aantrekt en de (loon)eisen van vakbonden stijgen. Werkgevers proberen voor een langere periode zekerheid over de kosten te krijgen. Die mogen dan wel iets stijgen, mits ze voor een langere periode worden vastgelegd, zodat onverwachte kostenstijgingen in de nabije toekomst voorkomen worden.

Het is daarbij wel van belang om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt goed in de gaten te houden. Doordat niet alle CAO’s tegelijkertijd expireren en opnieuw worden afgesloten kunnen tussen CAO’s op dezelfde (deel)arbeidsmarkt forse verschillen ontstaan. Daar is niemand bij gebaat, werkgevers niet, maar ook medewerkers niet. Het leidt doorgaans tot inhaaleffecten in de toekomst bij CAO’s met een relatief lage loonsverhoging. Daardoor treedt dan toch een onverwachte (extra) loonkostenstijging op die door de langere looptijd juist voorkomen moest worden. CAO-partijen zijn uiteraard geheel vrij in de afspraken die ze maken, maar uiteindelijk bepaalt de arbeidsmarkt of die afspraken ongewijzigd houdbaar zijn.

Henk Strating en Wilco Brinkman
partners HS Arbeidsvoorwaarden