Archive for the ‘1’ Category

Geen angst voor organising!

23 april 2010

De staking in de schoonmaak wordt verbonden met een nieuwe vakbondsstrategie: organising. In sommige media is organising de afgelopen tijd afgeschilderd als een schrikbeeld voor werkgevers. Organising zou hen de zeggenschap over de onderneming ontnemen. De vraag is of dat zo is en of angst voor organising gegrond en verstandig is.

Organising is ontstaan in de Verenigde Staten en in Nederland geïntroduceerd door Eddy Stam, voormalig vakbondsbestuurder van FNV Bondgenoten. De kern van organising is dat werknemers zelf verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen van hun werkgerelateerde problemen. De vakbond wordt daarbij meer ondersteuner, in plaats van probleemoplosser. Organisers die door de vakbonden worden opgeleid en ingezet zijn niet meer primair de gesprekspartner van de werkgevers, maar stellen werknemers in staat om zélf overleg met hun werkgever te voeren.

Organising kan vergaande gevolgen hebben voor de arbeidsverhoudingen in Nederland. Overleg over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden kan erdoor verplaatst worden van het niveau van de bedrijfstak naar de bedrijven. Bovendien zal het meer gevoerd gaan worden door de werknemers zélf (die daarvoor moeten worden toegerust!) dan door professionele bestuurders. Ook kan de invloed van landelijke ‘Polderafspraken’ er uiteindelijk door afnemen. Daarbij is van belang of organising bij veel werknemers aanslaat of dat slechts een klein deel van de werknemers zich erdoor aangesproken voelt.

De vraag is natuurlijk of dat alles positief of negatief is. Zoals zo vaak hangt dat, denk ik, sterk af van de wijze waarop er in de praktijk mee wordt omgegaan. Organising past bij de ontwikkeling naar zelfbewuste en zelfstandige werknemers die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen positie in bedrijven. Het vertoont overeenkomsten met de opkomst van werknemer 2.0 en van ZZP’ers. Vakbeweging én werkgevers(organisaties) zullen hun eigen posities ten opzichte van deze ontwikkelingen moeten (her)bepalen. Angst is daarbij – zoals altijd – een slechte raadgever!

Advertenties

CAO-vernieuwing in een heet voorjaar?!

9 april 2010

Het najaar heeft de naam in sociaal-economisch opzicht ‘heet’ te kunnen zijn. Maar momenteel kan gerust gesproken worden van een ‘heet voorjaar’. De (stakings)acties in de schoonmaak zijn inmiddels door historici uitgeroepen tot de langsdurende staking sinds de visserijstaking van 1933. Maar ook in andere branches dreigen acties: zuivel, KPN, ECT, Corus. Ambtenaren van gemeenten (vuilnisophalers), provincies (brugwachters) en waterschappen lijken eveneens warm te lopen voor acties. En deze week strandden de onderhandelingen over de grootste zorg-CAO voor de verpleeg-, verzorgingstehuizen en thuiszorg.

Niet alleen Nederland is in de ban van CAO-acties gekomen. Britse ambtenaren, de internationale luchtvaartindustrie, vrijwel alle sectoren van de Griekse economie en zelfs de goedbetaalde Spaanse beroepsvoetballers staken of dreigen te gaan staken. Dat het niet altijd om loon gaat blijkt bij de Deense bierbrouwer Carlsberg, waar werknemers staken tegen het verbod om nog langer tijdens het werk bier te drinken… Dat mócht, mits men niet dronken werd!

Veel stakingen lijken rechtstreeks verband te houden met de gevolgen van de economische crisis. Dezelfde economische crisis geeft CAO-partijen overigens ook inspiratie om creatieve oplossingen te zoeken. De onverwachte overeenstemming over de CAO Horeca lijkt daar een voorbeeld van. De loonstijging voor het – voor werkgevers moeilijke – jaar 2010 is doorgeschoven naar 2011 en 2012 en voor die jaren iets verhoogd. En ondanks alle verschillen van mening lijkt het voornemen van CAO-partijen in de schoonmaak om samen met klanten een Code Goed Opdrachtgeverschap tot stand te brengen een doorbraak van de neerwaartse prijsspiraal in de aanbesteding van opdrachten die ook een voorbeeld voor andere sectoren kan zijn.

Misschien dat uit de hitte van de strijd in dit hete voorjaar toch nog CAO-vernieuwing voortkomt.

Markt en overheid: geen of/of, maar en/en!

26 maart 2010

De SER heeft 19 maart 2010 het SER-advies over marktwerking en overheid vastgesteld. Het advies is nadrukkelijk Overheid én Markt genoemd. De SER kiest voor een en/en benadering, niet voor een of/of-benadering. Dat is verstandig. Marktwerking is geen ideologie, maar mag ook geen taboe zijn. Het is een krachtig instrument om vraag en aanbod op efficiënte wijze bij elkaar te brengen zonder bureaucratische ballast en kosten.

Het SER-advies rekent af met discussies over ‘minder markt’ en ‘meer overheid’ en introduceert naast ‘marktfalen’ ook de term ‘overheidsfalen’. Beide ordeningsprincipes hebben sterke en zwakke kanten. Beide kunnen slagen, maar ook falen. Het gaat om de juiste afweging van publieke belangen die tot de meest effectieve combinatie moet leiden.

Het CAO-conflict in de schoonmaak biedt – onbedoeld – de eerste proef op de som. Deze week vroeg de meerderheid van de Tweede Kamer (CDA, PvdA, SP en GL) het kabinet zich te bemoeien met de arbeidsvoorwaarden in de schoonmaakbranche. Ik heb op deze plaats vaak gewaarschuwd tégen politieke en overheidsbemoeienis met arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Die zijn het domein van sociale partners, zoals in internationale verdragen is verankerd!

Gelukkig hebben grote bedrijven als NS en Schiphol zich inmiddels bereid verklaard een code in acht te willen nemen die kwaliteit en sociaal verantwoorde arbeidsvoorwaarden in de schoonmaak bevorderen. Daarmee neemt de markt zélf verantwoordelijkheid om marktwerking te corrigeren. Dat is een veel betere oplossing dan marktwerking te vervangen door overheidsbemoeienis, die onvermijdelijk met nieuwe wet- en regelgeving gepaard gaat. Daar zit niemand op te wachten!

Nogmaals: marktwerking en arbeidsvoorwaarden

20 maart 2010

Ik pleitte vorige week in CAOpinie© voor kwaliteitsverhoging in plaats van loonkostenverlaging in sectoren waar prijzen en tarieven onder druk staan. Dat leidde tot enkele reacties waarbij werd gewezen op de noodzakelijke relatie tussen loon en productiviteit. Met name in publieke sectoren zou daarvoor nog (te) weinig aandacht bestaan.

Natuurlijk moet er een relatie zijn tussen productiviteit en beloning. Als loonwaarde niet (meer) terugverdiend kan worden moeten lonen in feite worden gesubsidieerd. Daarmee wordt het paard achter de wagen gespannen. Verhoging van productiviteit kan, evenals vergroting van de klantwaarde van een dienst of product, eveneens de neerwaartse spiraal van dalende prijzen, tarieven en lonen doorbreken. Niet voor niets stelt het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (www.ncsi.nl) verhoging van productiviteit náást meer plezier in het werk centraal!

Die lijn zal ook doorgetrokken moeten worden naar de publieke sector. In het perspectief van komende bezuinigingen moeten loonstijgingen onvoorwaardelijk met productiviteitsverbetering gepaard gaan. Het afgewezen voorstel van de waterschappen om de loonsverhoging mogelijk te maken door hetzelfde werk met minder mensen te verrichten verdient navolging. Anders moet gevreesd worden voor een Iers scenario waar plannen bestaan om de lonen in de publieke sector met circa 10% te verlagen om de publieke dienstverlening betaalbaar te houden.

Marktwerking en arbeidsvoorwaarden.

12 maart 2010

Eén van de bestaansredenen van de CAO is de wens om concurrentie met arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Dat zou er immers toe kunnen leiden dat die in een neerwaardse spiraal raken en dat wordt door vakbonden én werkgevers onwenselijk gevonden. Door in een bedrijfstak-CAO de arbeidsvoorwaarden te regelen zou concurrentie dáárop voorkomen worden. Die vlieger lijkt steeds minder op te gaan. In branches met veel prijsconcurrentie en hoge arbeidskosten blijken de arbeidskosten vaak de enige mogelijkheid om kosten te verlagen en de concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Voorbeelden zijn de supermarktem, schoonmaak, particuliere beveiliging en kappers. Doordat de beloning in de CAO vastligt wordt op arbeidsvoorwaarden bezuinigd door oudere en duurdere werknemer te vervangen door jonge goedkopere arbeidskrachten, door flexkrachten of zzp’ers in te zetten of door de werkdruk zodanig op te voeren dat met minder mensen meer werk verricht kan worden.

Gelukkig bieden Europese afspraken geen mogelijkheden om de marktwerking uit te schakelen. Daarmee zouden we het paard achter de wagen spannen. Tegelijkertijd roept dat de vraag op hoe de negatieve spiraal van bezuniging op arbeidskosten dan wél doorbroken kan worden. Die kan immers op den duur tot ernstige gevolgen voor de kwaliteit van de productie en dienstverlening leiden. De actuele veiligheidsproblemen van Toyota’s worden volgens sommige insiders veroorzaakt door jarenlange besparingen op arbeidskosten als gevolg van de moordende concurrentie!

De beste en mogelijk enige oplossing is de keuze voor hoogwaardige kwaliteit. Als aanbieders en afnemers daarover afspraken maken én bereid zijn daaruit voortvloeiende prijzen te accepteren kan (weer) op kwaliteit geconcurreerd worden. Er kan dan ook (weer) in vakmanschap van werknemers geïnvesteerd in plaats van bezuinigd worden. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar wel een uitdaging die de positie van Nederland als kennis- en kwaliteitsland zal versterken.

Politiek en CAO moeten gescheiden blijven.

6 maart 2010

Recht op vrije CAO-onderhandelingen is verankerd in internationale verdragen. Die bepalen dat de politiek zich daar niet in mag mengen. CAO en arbeidsvoorwaarden is het souvereine domein van sociale partners. De politiek kan wetten aannemen, maar dient terughoudend te zijn met wetten die ingrijpen in de vrijheid van sociale partners om CAO’s af te sluiten. Zo werd wetgeving die CAO-afspraken in de zorg kon beperken in de jaren ’80 van de vorige eeuw door de ILO in strijd bevonden met internationale verdragen. De wet werd ingetrokken!

Helaas lijkt de politiek het belang van deze ‘scheiding van machten’ niet altijd even serieus te nemen. Een paar voorbeelden. De politiek stelt in de Postwet inhoudelijke eisen aan de CAO voor Nieuwe Postbedrijven. De SP voert acties voor een betere CAO voor postbestellers. Ex-minister Plasterk steunt openlijk CAO-acties van schoonmakers. Minister Donner spreekt zich negatief uit over CAO-afspraken bij TNT Post. Gemeente- en provinciebesturen nemen moties aan tegen de inzet van VNG en IPO in de onderhandelingen over de CAO’s voor gemeenten en provincies.

Soms zijn het echter de sociale partners zélf die om bemoeienis van de politiek met CAO’s vragen. Vakbonden steunen de politieke bemoeienis met de CAO voor Nieuwe Postbedrijven, ondanks dat die volgens de onafhankelijke rechter inbreuk maakt op de vrijheid van CAO-partijen! Maar ook stakingsacties, gericht tegen politieke besluiten als de verhoging van de AOW-leeftijd, dragen bij aan vermenging van politiek en CAO. Ook hier lijkt de rechter de scheidslijn aan te moeten geven.

Deze week diende bij het gerechtshof in Amsterdam het hoger beroep tegen het verbod in kort geding van acties tegen de AOW-plannen in het openbaar vervoer. Het is voor alle partijen te hopen dat de rechter de domeinen van politiek en sociale partners gescheiden weet te houden.

Hoe bestrijden we de crisis?

26 februari 2010

Deze week werd de Masterleergang Trends in Arbeidsverhoudingen, waarover ik in het najaar via CAOpinie© berichtte, afgesloten met een debat tussen twee hoogleraren: Paul de Beer (AIAS/ Universiteit van Amsterdam) en Ton Wilthagen (ReflecT/Universiteit Tilburg). Onderwerp was de vraag hoe de werkgelegenheidsgevolgen van de crisis beoordeeld en bestreden moeten worden.

Paul de Beer vreest dat de crisis langdurig tot hoge werkloosheid leidt, waardoor dreigende krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van vergrijzing en ontgroening pas vele jaren later optreden. Om de oplopende werkloosheid te bestrijden stelt hij voor ‘de pijn te verdelen’ met tijdelijke arbeidsduurverkorting en gesubsidieerde arbeid en wil hij arbeidsparticipatie afremmen.

Ton Wilthagen meent dat bedrijven door de crisis juist nog meer flexibele en beter opgeleide medewerkers nodig hebben. Hij wil ‘de lat hoger leggen’ door werknemers, maar ook flexkrachten en zzp’ers beter scholen en wil de arbeidsparticipatie juist stimuleren. Flexibele en beter opgeleide werknemers moeten de basis van nieuwe – duurzame – economische bedrijvigheid worden.

Paul de Beer lijkt vooral te kiezen voor bestrijding van de werkloosheid, door ‘de pijn te verdelen’, terwijl Ton Wilthagen ervoor kiest de werkgelegenheid te stimuleren door ‘de lat hoger te leggen’. De waarheid zal in het midden liggen. Stimuleren van nieuwe werkgelegenheid vereist ‘nieuwe’ werknemers, flexkrachten en zzp’ers: beter opgeleid, ondernemend en flexibel. Als dat ertoe leidt dat veel vanwege de crisis ontslagen werknemers (ongeschoold, allochtoon, ouderen) blijvend werkloos raken zijn extra maatregelen noodzakelijk. Maar ook daarbij verwacht ik meer van ‘de lat verhogen’ dan van ‘de pijn verdelen’.

Nullijn of niet?

19 februari 2010

Deze week ‘betreurde’ minister Donner de in de CAO TNT afgesproken loonstijging van 0,7%. De loonstijging leidt volgens de minister tot verlies van werk, nu en in de toekomst. Donner pleitte – opnieuw – voor CAO-loonstijgingen rond de nullijn. Bij gemeenten, provincies en waterschappen worden juist acties gevoerd tégen de door de werkgevers voorgestelde nullijn. Ook in CAO’s in het bedrijfsleven, zoals de CAO Groothandel in Bloemen en Planten, vormt de nullijn een breekpunt.

De vraag is of de huidige economische omstandigheden bevriezing van de lonen nodig maakt. Economen lijken daar verschillend over te denken. Dat verlies van werkgelegenheid het directe gevolg van loonstijgingen zal zijn als de kosten niet naar klanten (of de belastingbetaler) kunnen worden doorberekend staat buiten kijf. En dat is wat in veel sectoren op dit moment aan de hand is. Sommige economen menen echter dat loonstijgingen er juist toe zullen bijdragen dat vooral de zwakke bedrijven ‘omvallen’. Dat zou het herstel van de economie versnellen. Loonmatiging zou de pijn daarentegen verdelen over sterkere en zwakkere bedrijven, waardoor zwakkere bedrijven nog een tijdje kunnen overleven. Dat zou het herstel van de economie juist vertragen.

Wat is er ook van deze economsiche theorieën waar is, in beide gevallen – bij loonmatiging én bij loonstijgingen – gaat waarschijnlijk werkgelegenheid verloren. Dat plaatst de vakbeweging voor een duivels dilemma, dat zich bij TNT Post in alle hevigheid manifesteerde. Immers, TNT Post lijkt op een deel van de markt – postbezorging – ondanks pogingen van politiek en vakbeweging om nieuwe postbedrijven in het ‘keurslijf’ van een traditionele CAO te dwingen, een relatief zwakke speler. Dat betekent dat ook bij loonmatiging werkgelegenheid bij TNT Post verloren zal gaan. Dat maakt de keuze van leden van vakbonden bij TNT in elk geval begrijpelijk.

Een CAO voor ZZP’ers?

12 februari 2010

Het lijkt een contradictio in terminus, een innerlijke tegenstrijdigheid. ZZP’ers kiezen er toch voor om géén werknemer (meer) te zijn? Toch pleit de FNV-bond voor ZZP’ers in de bouw – FNV ZBO – deze week voor een (soort) CAO voor zzp’ers. De vakbond wil daarin een aantal zaken regelen: verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, pensioenregeling, arbo-regels en minimum tarieven.

Het pleidooi is niet nieuw. FNV MOOI, die ZZP’ers in de kappersbranche organiseert, pleit al langer voor een vrijwillige aansluiting van ZZP’ers bij het poensioenfonds. En de CAO Orkesten kende enige tijd een remplaçantenregeling met tarieven voor ZZP-musici. Die regeling verdween weer nadat de NMa had uitgesproken dat de regeling concurrentievervalsend was.

De spanning tussen enerzijds bescherming van werknemers, ook als zij als ZZP’er gaan werken en vrije concurrentie tussen ZZP’ers anderzijds lijkt de discussie over CAO-afspraken over ZZP’ers te verlammen. De Wet CAO biedt de mogelijkheid om CAO-afspraken te maken over ZZP’ers die op een overeenkomst van opdracht werken, maar de mededingingswetgeving verzet zich ertegen. De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken zijn ook verdeeld.

De werking van de arbeidsmarkt zou gediend zijn bij meer mogelijkheden om van werknemer naar ZZP’er en andersom te switchen of om werknemerschap en ZZP’erschap te combineren. De CAO kàn wellicht het instrument zijn die dat bevordert. Dan moet de spanning tussen de arbeids- en concurrentieverhouding worden opgelost. Wellicht kan de SER het door de AOW-discussie geschonden blazoen oppoetsen met een advies dat die spanning oplost?

Plasterk kiest partij in CAO-conflict!

5 februari 2010

Minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft deze week zijn steun betuigd aan de schoonmakers die actie voeren voor een betere CAO. Dat meldt FNV Bondgenoten. De minister bezocht de studentendemonstratie in de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij tekende daar een poetsdoek, waarmee de actievoerende schoonmakers op ludieke wijze actie voeren. Zij proberen de grootste poetsdoek ter wereld te maken.

Op het eerste gezicht lijkt de geste van de minister onschuldig. Toch had de minister zich beter bij zijn leest, de actievoerende studenten, kunnen houden. Werknemers en dus ook schoonmakers hebben recht op het voeren van collectieve acties als CAO-partijen er niet in slagen om een CAO-akkoord te bereiken. De overheid moet dat wettelijk recht garanderen en handhaven. Maar het past de overheid niet om in een CAO-conflict partij te kiezen voor de ene of andere partij.

Met zijn ondoordachte actie bevestigt de minister het beeld dat werkgevers in de schoonmaak hun verantwoordelijkheid voor de CAO niet zouden willen nemen. Misschien heeft de minister dat wel gedacht toen hij besloot zijn handtekening te zetten. In elk geval zal hij niet hebben geweten dat de CAO Schoonmaak die op 1 januari 2010 afliep een plaats heeft gekregen in de Top 3 van de meest sociaal innovatieve CAO’s van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie! (www.ncsi.nl/caowasstraat/Top 3/)

In de CAO 2008-2009 is afgesproken dat schoonmakers de Nederlandse taal moeten leren en daarvoor door de werkgever gefaciliteerd worden. Ook krijgen werknemers een vakopleiding. Dat moet zeker minister Plasterk aanspreken! Bovendien hebben CAO-partijen – al eerder – afspraken gemaakt over controle op de naleving van de CAO. Dat is veel andere sectoren nog afwezig.

Een sociaal innovatieve CAO biedt – blijkbaar – geen garanties om toekomstige CAO-conflicten te voorkomen. In een conflict hebben schoonmakers – evenals alle werknemers – het wettelijk recht actie te voeren. Maar de overheid, ook minister Plasterk, hoort zich daarmee niet te bemoeien!