Posts Tagged ‘FNV Bondgenoten’

Hoe nieuw wordt De Nieuwe Vakbeweging?

3 mei 2012

Deze week – op 1 mei Dag van de Arbeid – presenteerden de kwartiermakers onder leiding van PvdA-politica Jetta Klijnsma de contouren voor De Nieuwe Vakbeweging. De belangrijkste vraag aan de kwartiermakers lijkt mij: hoe nieuw wordt De Nieuwe Vakbeweging? Het antwoord zou te vinden moeten zijn in het 65 pagina’s tellende ‘De ontwikkeling van de nieuwe vakbeweging’.

Wordt De Nieuwe Vakbeweging een pluriform en inspirerend netwerk dat ruimte biedt aan organisaties en groeperingen van vakgenoten en beroepsgroepen, jongeren en ouderen, zzp’ers en uitkeringsgerechtigden of een ongedeelde vakbond waarvan iedereen lid moet worden?

De kwartiermakers hebben ervoor gekozen niet te kiezen, maar te proberen het een met het ander te combineren. Iedereen is in De Nieuwe Vakbeweging welkom, maar wordt automatisch lid van de nieuwe alles overkoepelende organisatie. De voorzitter daarvan wordt rechtstreeks door alle leden gekozen en gecontroleerd door een gezamenlijk ledenparlement.

De naam van De Nieuwe Vakbeweging gaat bestaan uit een overkoepelende naam, zoals FNV en CNV nu, en een sub-naam, zoals bouwbond, politiebond en onderwijsbond nu.

De kwartiermakers doen geen voorstellen voor de werkorganisatie en de contributiesystemen, maar zien wel een toekomstperspectief van samenvoeging tot één organisatie en één systeem. Vooralsnog wordt volstaan met een gezamenlijke facilitaire dienst met een eigen directeur.

De kwartiermakers hebben gekozen voor het compromis. Daarin schuilt tevens de Achilleshiel. Doordat de kwartiermakers geen échte keuze hebben gemaakt kunnen en zullen voorstanders van beide modellen hun eigen gelijk blijven zoeken. De voorzitter van FNV Bondgenoten Henk van der Kolk nam daar bij de presentatie een voorschot op door de voorstellen te beschouwen als mogelijkheden voor ‘een overgangsfase’, waarin alle huidige bonden toegroeien naar een ongedeelde vakbond. Als die handschoen wordt opgepakt zijn de kwartiermakers terug bij af!

Vernieuwing van het bestaande vraagt om structuurvernieuwing en vooral cultuurvernieuwing. De kwartiermakers hebben zich, naar eigen zeggen, vooral op het eerste toegelegd. De vraag is of de voorgestelde structuur voldoende ruimte en inspiratie geeft voor een nieuwe cultuur.

De toestand is hopeloos, maar niet ernstig!

16 september 2011

Deze week stond in het teken van het pensioenakkoord. De 19 vakbonden, aangesloten bij de vakcentrale FNV, konden er na 16 uur vergaderen geen overeenstemming over bereiken. Een dag later had minister Kamp veel minder tijd nodig om tóch met werkgevers en werknemers tot een akkoord te komen, óók met de FNV! Maar terwijl de media dit nieuws meldden, verklaarden de twee grootste aangesloten bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, op Twitter dat de FNV niet meer namens hen had gesproken.

In CAOpinie© van 7 mei 2011 stelde ik de vraag ‘Haalt de FNV 2012?’. Ik stelde dat de FNV, als vakcentrale, niet meer past in deze tijd. Want hoewel FNV-voorzitter Agnes Jongerius door Pauw & Witteman nog tot ‘machtigste vrouw van Nederland’ werd gebombardeerd ligt de echte macht van de vakbeweging al lang niet meer bij de vakcentrale, maar bij de aangesloten vakbonden. Zij hebben, zoals uit de tweets van de twee grootste bonden blijkt, als het er op aankomt de vakcentrale niet meer nodig en kunnen hun eigen gang gaan.

Welke schade kan de ‘pensioenakkoord-crisis’ tot gevolg hebben: voor de FNV, de vakbeweging en de Nederlandse overlegeconomie? Deskundigen als oud FNV-voorman Ruud Vreeman en hoogleraar Paul de Beer lieten zich in de media somber uit. ‘Het zal de positie van werknemers in ons land verzwakken’ (Vreeman) en ‘De geloofwaardigheid van vakbonden komt onder druk te staan’ (De Beer). Ik ben geneigd de inwoners van Wenen na te spreken als ze weer eens het centrum van een Europese brandhaard waren: ‘De toestand is hopeloos, maar niet ernstig!’

Natuurlijk, áls de vakcentrale FNV van haar voetstuk valt, heeft dat gevolgen voor de instituties van de overlegeconomie, zoals SER en Stichting van de Arbeid. Ook werkgevers zullen zich dan af moeten vragen of hún centrale structuren en machtsbolwerken nog langer houdbaar zijn. Maar uiteindelijk zullen er nieuwe verbanden en verhoudingen ontstaan die beter passen bij deze tijd en bij de decentralisatie van de macht van de centrale instituties van weleer.
En dat is misschien ook wel goed!