Sociale Innovatie en CAO-vernieuwing

28 juni 2019

Deze week waren we aanwezig bij het Bovag-congres over Sociale Innovatie. Bovag heeft in bedrijven gesproken met werkgevers en medewerkers en concludeert dat er behoefte is aan meer flexibiliteit en maatwerk. De technologische innovatie in de branche vereist sociale innovatie en de CAO moet daar het kader voor bieden. Minister Koolmees en AWVN-directeur Van de Kraats onderschreven de wens van Bovag in verschillende bewoordingen, maar vakbonden zijn minder enthousiast. CNV-voorman Fortuin vindt dat er ten onrechte en onnodig een tegenstelling wordt gecreëerd tussen sociale innovatie en collectiviteit.

De verschillen van mening tussen werkgevers, vakbonden en de overheid over sociale innovatie doen met enige weemoed terugdenken aan het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI), dat begin deze eeuw door werkgevers én vakbonden, met steun van de overheid, werd opgericht. Het NCSI stelde hen in staat om sámen invulling te geven aan sociale innovatie. Eén van de vernieuwingen die daaruit voortvloeiden is het concept Puzzelend Onderhandelen, waarbij CAO-partijen hun soms tegengestelde belangen niet langer tegenóver elkaar, maar sámen mét elkaar overbruggen en oplossen. Dit concept hebben we voor het NCSI ontwikkelt en na de opheffing van het NCSI in 2012 vanuit HS Arbeidsvoorwaarden voortgezet. Inmiddels zijn CAO’s in verschillende sectoren en bedrijven met succes op deze leest geschoeid.

Vorige week mochten we er een interactieve presentatie over verzorgen voor vertegenwoordigers van de Nationale Politie, de politievakbonden en het Ministerie van Justitie, waarover positieve berichten op sociale media zijn verschenen. Sociale vernieuwing en CAO-vernieuwing hebben alléén kans van slagen als béide CAO-partijen erin geloven, er verantwoordelijkheid voor willen nemen en er hun schouders eronder willen zetten! Dat is niet gemakkelijk, maar zeker niet onmogelijk!

Wilco Brinkman en Henk Strating Strating zijn partners van HS Arbeidsvoorwaarden

Advertenties

Lonen omhoog, inflatie omlaag!

14 juni 2019

Wie onze CAO-BAROMETER© wekelijks volgt weet dat de CAO-lonen nog steeds maar mondjesmaat stijgen. In de maand mei nam de stijging van 2,2% zelfs weer 0,1% af ten opzichte van de maand april. De cijfers zijn afkomstig van het CBS en geven de CAO-loonontwikkeling aan ten opzichte van een jaar eerder. Die wordt voor een deel bepaald door CAO-afspraken die soms al geruime tijd geleden zijn gemaakt. Als we daarentegen alleen kijken naar de CAO’s die recent zijn afgesloten ontstaat een ander beeld. Volgens cijfers van werkgeversvereniging AWVN vertoonden de CAO’s die in mei zijn afgesloten gemiddeld een loonsverhoging op 12-maandsbasis van 2,95%. Een terugblik op CAO’s die eerder dit jaar werden afgesloten laat zien dat de afgesproken loonstijgingen vrijwel iedere maand toenemen. De gemiddelde CAO-loonstijging in mei van 2,95% ligt zelfs boven de raming van De Nederlandsche Bank (DNB) voor het jaar 2019. Afgelopen week maakte DNB ramingen voor 2020 en 2021 bekend. Die liggen bijna een vol procent hoger dan de raming voor 2019: 3,7% voor 2020 en 3,8% voor 2021. Overigens daalt de economische groei dan naar 1,5 en 1,4%!

Naast de CAO-loonstijging is ook de ontwikkeling van de inflatie van belang. Het verschil tussen beide levert de koopkrachtontwikkeling op. De afgelopen maanden was die negatief, omdat de inflatie hoger was dan de gemiddelde CAO-loonstijging. Maar dat is in de maand mei omgedraaid. Tegenover de in die maand afgesproken CAO-loonsverhogingen van gemiddeld 2,95% staat het nieuwe inflatiepercentage van 2,4%. En terwijl de trend van de CAO-loonstijging nog steeds omhoog lijkt te gaan, zou de inflatie wel eens verder kunnen afnemen. Het zogenaamde geharmoniseerde Europese inflatiecijfer, gebaseerd op de Europese geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP), bedroeg in april slechts 1,72%.

Als deze trend van stijgende lonen en dalende inflatie doorzet kan dat de onderhandelingen over CAO’s vergemakkelijken. De impasses in veel onderhandelingen over CAO’s en dreigende acties in alle sectoren (markt, zorg en overheid) zouden daarmee gediend zijn!

Wilco Brinkman en Henk Strating zijn partners HS Arbeidsvoorwaarden

Loonstijging krabbelt omhoog

25 mei 2019

Het zal niemand ontgaan dat de loonontwiikkeling in Nederland veel stof voor discussie geeft. Natuurlijk tussen CAO-partijen, werkgevers(organisaties) en vakbonden. Maar ook politici, economen en journalisten mengen zich regelmatig in de discussie. Politici omdat het kabinet Nederlanders verbetering van de koopkracht in het vooruitzicht heeft gesteld. Dat vereist echter dat de lonen meer stijgen dan de inflatie. Doordat de inflatie sinds het begin van dit jaar sterker is gestegen dan de lonen, komt die doelstelling in gevaar. Economen mengen zich in de discussie, omdat zij niet goed begrijpen dat de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor arbeid schaars is geworden, niet tot een hogere prijs voor die arbeid in de vorm van forse loonsverhogingen leidt. Journalisten, vooral sociaal-economische vakjournalisten van De Financiële Telegraaf, het Financieele Dagblad en Trouw, proberen de discussies voor hun lezers te verslaan en te duiden.

Ondertussen kruipen de lonen langzaam maar zeker omhoog. Wie wekelijks kennis neemt van de CAO-BAROMETER© in CAOverzicht zal dat bevestigen. Over 2018 stegen de lonen 2%, in het eerste kwartaal 2,2% en in april 2,3%. Deze percentages kijken 12 maanden terug. Wie vooruit kijkt ziet dat de loonsverhogingen die in recent afgesloten CAO’s zijn afgesproken sterker stijgen, gemiddeld 2,8% per jaar. Dat is bijna gelijk aan de loonstijging die het CPB voor 2019 voorspelt van 2,9%. De inflatie stijgt echter vrijwel even snel. In 2018 bedroeg die nog gemiddeld 1,7%, maar in de eerste vier maanden van 2019 steeg die gestaag: 2,2%, 2,6%, 2,8% en 2,9%. Daarmee lijkt de koopkracht min of meer gehandehaafd te worden, maar is nog steeds geen spraken van een reële loonsverbetering die de koopkracht verbetert.

Wilco Brinkman en Henk Strating zijn partners HS Arbeidsvoorwaarden

Naar een agile CAO?!

16 mei 2019

Een agile CAO? Wat is dat? De letterlijke vertaling van agile is behendig of lenig. De term duikt op in de organisatie- en veranderkunde. Een team dat een project uitvoert door middel van een agile aanpak gaat ervan uit dat de omstandigheden tijdens de uitvoering van het project veranderen. En dat de aanpak van het project mee moet kunnen veranderen. De term agile CAO dook deze week op in een artikel over de CAO ING. Dat bedrijf is in Nederland en België overgestapt op agile werken, waarbij medewerkers rollen vervullen in zelfsturende teams, in plaats van functies in een hiërarchische organisatiestructuur. Daardoor is de verantwoordelijkheid van individuele medewerkers en teams sterk toegenomen. ING wil daarop aansluiten door in teams ook afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden. Bijvoorbeeld over verlof. Uitgansgpunt is daarbij niet langer ‘waar je recht op hebt’, maar ‘wat je nodig hebt om optimaal met elkaar te kunnen functioneren’. ING wil daarom graag – samen met vakbonden – op deze basis de CAO opnieuw ontwerpen. Daarin past de afspraak dat geëxperimenteerd gaat worden met het volledig vrij laten van het aantal vrije dagen. Andere onderdelen van de CAO zouden op den duur eenzelfde vrijheidsgraad moeten kunnen krijgen, met als sluitstuk de beloningsstructuur.

Zoals gezegd wil ING de ontwikkeling van de agile CAO samen met vakbonden ter hand nemen. Dat vraagt natuurlijk om een daarbij behorend onderhandelingsproces, waarbij CAO-partijen met elkaar samenwerken in plaats van tegenover elkaar staan. Puzzelend onderhandelen, zoals wij dat destijds voor het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie hebben ontwikkeld en met succes bij een aantal bedrijfstak- en ondernemings-CAO’s toepassen, biedt daarvoor uitstekende mogelijkheden.

Wilco Brinkman en Henk Strating
partners HS Arbeidsvoorwaarden

Inflatie en arbeidsproductiviteit

3 mei 2019

In een vraaggesprek met De Financiële Telegraaf kwam de vraag aan de orde waarom er dit jaar tot nu toe nog maar zo weinig CAO’s tot stand kwamen. Wij konden van onze kant bevestigen dat de meldingen van vastgelopen CAO-onderhandelingen in ons wekelijks CAOverzicht de meldingen van tot stand gekomen CAO’s inderdaad regelmatig overtreffen. Dat is wel eens anders geweest. Gevraagd naar de oorzaken ligt het voor de hand om die te zoeken in de hoge inzet van de vakbeweging, met name de FNV, van 5%. Die eis wordt in vrijwel geen enkele CAO gerealiseerd, zelfs niet bij benadering. Kennelijk zien werkgevers veel minder mogelijkheden voor loonsverhogingen dan de vakbeweging. Die wordt overigens op haar beurt gesteund door economen, politici, journalisten en instituten, zoals De Nederlandse Bank, die ook vinden dat de lonen sterker moeten stijgen. Gevraagd naar de oplossing voor deze impasse stelden we voor om de loonsverhoging (weer) te relateren aan de inflatie en de arbeidsproductiviteit. Door de inflatie grosso modo in de lonen te verdisconteren en door te berekenen aan afnemers van producten en diensten blijft de koopkracht van medewerkers behouden. Vervolgens zou in elke CAO-onderhandeling bezien kunnen worden of en zo ja in welke mate de arbeidsproductiviteit is toegenomen. Dat biedt immers een reële mogelijkheid om de lonen van medewerkers niet alleen te indexeren, maar ook reëel te verbeteren waar dat mogelijk is. Zo’n benadering heeft veel voordelen. Loononderhandelingen worden erdoor gerationaliseerd en ontdaan van onnodige emoties en de verhoging van de lonen houdt gelijke tred met de economische mogelijkheden van bedrijven en sectoren. Het betekent wel een terugkeer naar decentraal arbeidsvoorwaardenbeleid, zonder generale centrale looneisen.

Inmiddels heeft Tweede Kamerlid Dennis Wiersma (VVD en oud voorzitter van FNV Jongeren) naar aanleiding van het artikel in De Financiële Telegraaf Kamervragen gesteld aan Minister Koolhaas van SZW. Hij vraagt de minister ondermeer wat hij van onze suggestie vindt en of die een positieve bijdrage zou kunnen leveren aan het totstandkomen van CAO’s.

Wilco Brinkman en Henk Strating zijn partners HS Arbeidsvoorwaarden

Stijgen de lonen wel of niet genoeg?

12 april 2019

De vraag of de lonen nou wel of niet genoeg stijgen houdt de gemoederen bezig. Er gaat geen dag voorbij of er wordt wel ergens in kranten of op radio of TV aandacht aan besteed. De algemene teneur is dat werkenden nog te weinig hebben gemerkt van de bloeiende economie (laat staan dat de negatieve gevolgen van de economische crisis gecompenseerd zouden zijn) en dat de kosten van levensonderhoud (mede door het beleid van de overheid, denk aan de BTW-verhoging) sterker stijgen dan de lonen. Dat laatste werd onlangs bevestigd door het CBS. Dat publiceerde de stijging van de lonen en van de inflatie over het eerste kwartaal 2019. Daaruit bleek dat de loonstijging lager is dan de stijging van de inflatie: 2,2% tegenover 2,8%. Natuurlijk tonen deze cijfers een momentopname. De 2,2% loonstijging heeft betrekking op de afgelopen 12 maanden. De loonstijgingen in de eerste 3 maanden van 2019 liggen met zo’n 2,75% al een stuk hoger. Het CPB verwacht voor heel 2019 een nog iets hoger percentage. Daarmee zou de loonontwikkeling ongeveer gelijk zijn aan de inflatie (als die op het huidge hoge niveau blijft). Dat roept de vraag op hoe de arbeidsproductiviteit zich in Nederland ontwikkelt? Want de loonsverhoging wordt grosso modo bepaald door de inflatie en de arbeidsproductiviteit. Als die stijgt kunnen de lonen sterker stijgen dan de inflatie. Misschien zullen de onderhandelingen over de CAO Metaal en Techniek, de grootste CAO in de marktsector, die op dit moment worden gevoerd, antwoord op deze vraag geven. Werkgevers lieten bij de start van de onderhandelingen weten de eis van 5% loonsverhoging van de vakbonden niét te zullen honoreren. De vraag is welke loonsverhoging zij wél mogelijk achten.

Wilco Brinkman en Henk Strating Strating, partners HS Arbeidsvoorwaarden

CAO of AVR?

2 maart 2019

Tot voor kort bestonden ze naast elkaar: CAO en AVR, het arbeidsvoorwaardenreglement. De CAO is gebaseerd op de Wet CAO uit 1927, wordt afgesloten met vakbonden en is direct geldend voor alle medewerkers die eronder vallen. De AVR is bebaseerd op het overeenkomstenrecht, komt meestal tot stand in of na overleg met de eigen OR of PVT en vereist de instemming van het personeel. Beide vormen van collectieve arbeidsvoorwaardenregelingen hebben een eigen historie. Het ene bedrijf heeft al heel lang een CAO, het andere bedrijf al heel lang een AVR. Soms stapt een werkgever over van de ene naar de andere regeling. Bijvoorbeeld IT-adviseur ATOS Origin die in 2008 de CAO verruilde voor een AVR. Vorig jaar ontstond veel discussie over zo’n overgang toen Supermartketen Jumbo de CAO met vakbonden verruilde voor de AVR met eigen OR. Bedrijven als Gall&Gall en Action volgden dit voorbeeld met minder publiciteit. Over de overgang van Jumbo werd zelfs een rechtzaak gevoerd, die door Jumbo werd verloren, omdat het bedrijf de CAO niet correct had opgezegd. Afgelopen week ontstond opnieuw commotie, omdat een deel van het personeel van Jumbo terug wil naar de CAO.

Dat een overgang van CAO naar AVR (integenstelling tot een overgang van AVR naar CAO) niet geruisloos gaat is op zichzelf wel te begrijpen. Meestal is de directe aanleiding immers een conflict tussen het betreffende bedrijf en de vakbonden, zoals bij ATOS Origin en Jumbo ook het geval was. Maar dat neemt niet weg dat de keuze voor de CAO of voor de AVR toch een vrije keuze zou moeten zijn en blijven, die werkgevers, zoals in het verleden ook het geval was, in samenspraak met hun eigen OR, PVT en/of personeel zouden moeten kunnen maken.

Wilco Brinkman en Henk Strating Strating, partners HS Arbeidsvoorwaarden

Tegenstander of partner?!

15 februari 2019

De reconstructie in dagblad Trouw van het conflict dat aan de totstandkoming van de CAO Metalektro vooraf ging geeft een goede inkijk in het probleem waar meer CAO’s mee worstelen. Wie de totstandkoming van CAO’s in Nederland volgt – wat wij ten behoeve van ons wekelijks CAOverzicht doen – merkt dat het veelal dezelfde CAO’s zijn die steeds met grote moeite en vaak met acties en/of stakingen totstandkomen. De kop boven de reconstructie in Trouw wijst daar ook op: “Iedereen tevreden in de Metalektro tot de volgende ruzie over de CAO”. DAF-topman Harry Wolters verwoordt dat zo: “Waar ik zo bang voor ben is dat dit de norm wordt. Dat bij iedere CAO die moet worden afgesloten mensen zeggen: we gaan eerst tien dagen staken endan kijken we of we kunnen praten”. Volgens Trouw denken vakbonden pas weer echt te kunnen onderhandelen ‘als de voorzitter van de werkgeversorganisatie FME, oud politica Dezentjé Hamming, vertrekt’.

Deze uitspraken zijn kenmerkend voor CAO’s waar onderhandelaars elkaar als tegenstanders zien, ervaren en tegemoet treden. Dat is hét euvel van CAO’s die jaar-in-jaar-uit slechts met veel gedoe tot stand lijken te kunnen komen. Het is volgens de Oostenrijkse hoogleraar conflictmanagement Friedrich Glasl, die jarenlang betrokken was bij het oplossen van conflicten over de hele wereld (waaronder een groot CAO-conflict!) maar op één manier op te lossen. Door elkaar als onderhandelaars niet langer als tegenstander te zien, maar als partner waarmee samen aan de nieuwe CAO gewerkt moet worden. Onze methode van Puzzelend Onderhandelen is op dat inzicht gebaseerd. Het gelijk van Glasl wordt inmiddels aan verschillende CAO-tafels, die volgens deze methode onderhandelen, bewezen! Oók CAO’s die voordien slechts met acties tot stand leken te kunnen komen! Dié keuze kan door de onderhandelaars bij de CAO Metalektro óók gemaakt worden!

Wilco Brinkman en Henk Strating zijn partners HS Arbeidsvoorwaarden

Wet Arbeidsmarkt in balans

31 januari 2019

Nog voordat de Tweede Kamer deze week begon met de behandeling van het wetsontwerp WAB (Arbeidsmarkt in balans) was één van de voorstellen al gesneuveld. Het voorstel om de wettelijke proeftijd, waarbinnen een arbeidsovereenkomst door beide partijen beëindigd mag worden, te verlengen van 2 naar 5 maanden. De coalitiepartijen zelf (!) lieten weten niets in het voorstel van D’66-minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zien.

Er vallen hierbij twee dingen op. Ten eerste de naïviteit op het ministerie en bij de minister om te denken dat een iets langere proeftijd tot meer arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd zal leiden. Bij vrijwel elke werkgever gaat aan zo’n overeenkomst een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van bijvoorbeeld een jaar vooraf. Dat zal natuurlijk zo blijven, ook als de proeftijd met 3 maanden wordt verlengd. Ten tweede de argumenten tégen het voorstel. Die werden ondermeer verwoord door een Amsterdamse hoogleraar. Hij verwachtte vanuit zijn studeerkamer dat werkgevers de verlengde proeftijd zouden gaan gebruiken om werknemers steeds na 5 maanden weer te ontslaan om nieuwe werknemers voor 5 maanden in dienst te kunnen nemen. Moeten we zó’n kijk op de arbeidsmarkt uitgangspunt van wetgeving maken?

De vraag is of het proeftijd-voorstel model staat voor het wetsvoorstel? Die vrees zou wel eens terecht kunnen zijn. De Wet Arbeidsmarkt in balans is vooral een correctie op de Wet Werk en zekerheid, die weer een correctie was op de Wet Flex en zekerheid. Wetten die elk de partijpolitieke kleur van het betreffende kabinet uitstralen met een beetje meer of minder flexibiliteit en/of zekerheid. Maar zó breng je de arbeidsmarkt niet in balans!

Henk Strating en Wilco Brinkman, partners HS Arbeidsvoorwaarden

Scholingsrekening, ere wie ere toekomt!

19 januari 2019

“Investeren in persoonlijke ontwikkeling van werkenden moet als volwaardige arbeidsvoorwaarde worden aangemerkt. Afspraken over budgetten voor scholing en ontwikkeling worden dan als standaard onderdeel van het totale beloningspakket gerekend. Nu worden zulke budgetten nog te vaak gezien als een ‘extraatje’, bovenop de contractloonmutatie. Scholing en ontwikkeling is een noodzakelijke investering, die essentieel is voor de toekomstige positie van werkenden op de arbeidsmarkt. Ook moet het belang van scholing op de werkplek beter onderkend worden.”

Nee, u leest hierboven geen inzetbrief van vakbonden, maar een persbericht van de gezamenlijke centrale werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN. Prachtige beleidstaal waar niets tegenin gebracht kan worden. Of het moet de constatering zijn dat zij niet de eersten zijn die dit voorstellen. Wetenschappers, zoals profesor Ton Wilthagen, pleiten hier al heel lang voor. Hetzelfde geldt voor de vakbonden. Vooral het CNV pleit al jaren in CAO-onderhandelingen voor de invoering van een scholingsbudget of -rekening, waarmee werknemers in hun scholingsbehoefte kunnen voorzien. Ere wie ere toekomt!

Nu werkgevers er blijkbaar ook klaar voor zijn kunnen er in CAO’s serieuze afspraken over worden gemaakt. Daarbij zijn een aantal aspecten van belang. Ten eerste dat de afspraken niet alleen gemaakt worden voor werknemers met een vast dienstverband, maar voor álle werkenden, zoals het perbericht van werkgevers nadrukkelijk voorstelt. Ten tweede moet voorkomen worden dat afspraken over scholingsbudgetten alleen maar leiden tot versnippering van middelen en zal het daadwerkelijk gebruik ervan bevorderd moeten worden. Dat kan alleen op het niveau van werkgevers en individuele werkenden. Ten derde doen partijen bij afzonderlijke CAO’s – want alleen dáár kunnen de afspraken gemaakt worden – er goed aan bestaande afspraken te evalueren en die zo nodig bij de nieuwe afspraken over persoonlijke ontwikkeling te betrekken.

Wilco Brinkman en Henk Strating zijn partners HS Arbeidsvoorwaarden